Cassatie in het belang der wet. Tekst noch strekking van art. 69.1 Sv beperken het recht van de verdachte opheffing van de voorlopige hechtenis (VH) te verzoeken. Voor een beperking tot gevallen waarin niet eerder h.b. tegen de toewijzing van de vordering gevangenhouding is inges
Wetboek van Strafvordering
Art. 69 Sv
Genoemd in 54 uitspraken · Officiële wettekst
54 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Conclusie AG. Beklag tegen inbeslagneming. De AG wijdt algemene opmerkingen aan de hantering van het ‘hoogst-onwaarschijnlijk’-criterium, ook in verband met de rechtspraak van het EHRM en aan de (on)mogelijkheden van een hernieuwd beklag in de zin van art. 552a Sv. Volgens de AG
Afwijzing verzoek opheffing voorlopige hechtenis. I.c. geen opheffing van het bevel tot de voorlopige hechtenis op grond van art. 75 lid 6 Sv in het geval waarin de datum is bereikt waarop de verdachte - indien het arrest waarbij de verdachte is veroordeeld onherroepelijk zou zi
-
Cassatie in het belang der wet. Art. 406.2 Sv. Het Hof heeft de verdachte n-o verklaard in zijn h.b. tegen de afwijzing van zijn verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis, gelet op art. 87.2 Sv. Mede gelet op de wetsgeschiedenis zoals weergegeven in de vordering moet word
Liquidatieproces Passage. Verklaringen van kroongetuige zijn niet gebruikt in de zaak tegen verdachte. Verdachte krijgt zes maanden gevangenisstraf voor witwassen en het bezit van twee valse paspoorten.
De rechtbank acht bewezen dat er sprake is van medeplegen van moord, meermalen gepleegd, en medeplegen van poging tot moord. De rechtbank acht verdachte hiervoor strafbaar en veroordeelt verdachte tot een levenslange gevangenisstraf. (Zie ook ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841, BZ0392, BZ
Vorderingen van gedetineerde bij Voorzieningenrechter betrekking hebbend op toegepaste gevangenisregime en gebrek aan faciliteiten geweigerd. Het hof bekrachtigt het vs en wijst af de in hb gewijzigde vordering.
Conclusie AG. Beklag tegen inbeslagneming. De AG wijdt algemene opmerkingen aan de (on)mogelijkheden van een hernieuwd beklag in de zin van art. 552a Sv. Middel richt zich tegen niet-ontvankelijkverklaring van het beklag. De rechtbank heeft miskend dat het beroep op feiten en oms
Voorlopige hechtenis: verzoek oivs wegens ontbreken klemmende redenen.
De rechtbank acht bewezen dat verdachte strafbaar is voor het medeplegen van moord. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een levenslange gevangenisstraf. (Zie ook ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841, CA4041, BZ0392, 1289, 1290,1291,1292, 1294, 1295, 1296)
Art. 38n Sr. De aan het verweer en het middel ten grondslag liggende opvatting dat een tijdsverloop van ruim 5 mnd tussen de behandeling in eerste aanleg en de behandeling in hoger beroep “in het kader van de systematiek van de ISD-maatregel” een overschrijding van de redelijke t
Gevangenneming door hof bevolen. 1. Bij de middelen over het bevel gevangenneming mist verdachte redelijk belang, omdat het arrest van de HR meebrengt dat de bij 's Hofs arrest bepaalde gevangenisstraf, waarvan de voorlopige hechtenis wordt afgetrokken, op de dag van de uitspraak
voorlopige hechtenis gedurende cassatieprocedure; ambsthalve opheffing?; artikel 75 lid 5 en 6 Sv
Conclusie AG. Uitlevering aan Bosnië Herzegovina ter vervolging. Vier cassatiemiddelen. De eerste twee middelen zijn gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat de uitlevering toelaatbaar kan worden verklaard. De rechtbank zou ten onrechte op grond van art. 11 Uw hebben beoord
Conclusie A-G. Verdachte is veroordeeld voor onder meer het maken van kinderpornografische foto’s en films van zijn stiefdochter (art. 240b jo. art. 248.2 Sr). 1. Klacht dat het hof in strafverzwarende zin omstandigheden heeft meegewogen die niet uit de stukken of het onderzoek t
Eiser is gedetineerd. Hij voert zijn eigen verdediging in een strafzaak en heeft daarnaast andere procedures lopen. Hij eist verwijdering, althans afschaling van de GVM-lijst. Daarnaast vordert hij schorsing van zijn voorlopige hechtenis, dan wel herplaatsing naar een afdeling va
Onrechtmatige rechtspraak. Naar het oordeel van de rechtbank brengt het gesloten stelsel van rechtsmiddelen mee dat eiser niet in deze civiele procedure kan worden ontvangen.
Conclusie AG. OM-cassatie tegen een beschikking van het hof waarbij de AG bij het hof n-o is verklaard in zijn vorderingen om a. de schorsing van een bevel tot bewaring op te heffen en b. vervolgens de gevangenhouding te bevelen. Het middel faalt wegens gebrek aan belang. Besprek
Cassatie in het belang der wet. Faillissementsgijzeling (art. 87 Fw). In verzekerde bewaringstelling van bestuurder van gefailleerde vennootschappen (art. 87 Fw in verbinding met art. 106 Fw). Loopt wettelijke termijn van art. 87 lid 3 Fw door gedurende voorwaardelijke schorsing?
Gevangenisstraf van vijf jaar m.a. voor gewapende overval. Vrijspraak zware mishandeling. Verweren op vormverzuimen worden verworpen. Schutznorm-beginsel, oslo/foslo fotoconfrontatie, niet voldaan aan vereisten voor 359a verweer. Liquidatietarief.
Eiser is in zijn vordering tot invrijheidstelling door de voorzieningenrechter niet-ontvankelijk verklaard, omdat een met voldoende waarborgen omgeven procedure in het strafrecht voorhanden is. Tevens is zijn vordering tot verbetering van een proces-verbaal van een strafzitting a
Cag over beklag ex art. 552a door erfgenaam van overleden verdachte. Vraag of nog strafvorderlijk belang bij voortduren van het beslag aanwezig is nadat de strafzaak tegen de verdachte is geëindigd in niet-ontvankelijkheid van het OM.
schade strafrechtelijk derdenbeslag?, toets Staat/Staat Lavrijsen, correctie Langemeijer m.b.t. huurbeding in hypotheekakte
Vordering tot cassatie in het belang der wet. De vordering richt zich tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 2 mei 2016 (ECLI:NL:GHARL:2016:4314). Centraal staat de vraag of de zittingsrechter de gevangenneming kan bevelen als