Prejudiciële beslissing HR, art. 553 Sv. 1. Prejudiciële procedure in strafzaken. 2. Beantwoording vragen over o.a. betekenis van (internationale of interstatelijke) vertrouwensbeginsel voor beoordeling van rechtmatigheid en betrouwbaarheid van resultaten die zijn verkregen met t
Wetboek van Strafvordering
Art. 553 Sv
Genoemd in 77 uitspraken · Officiële wettekst
77 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Onderzoek Shifter. De rechtbank heeft prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld die (onder meer) zien op de toepassing van het interstatelijke vertrouwensbeginsel. In deze zaak is sprake is van uit Frankrijk afkomstige informatie van EncroChat- en SkyECC.
Conclusie AG. Prejudiciële vragen rechtbank Noord-Nederland over onder meer de toepassing van het interstatelijke vertrouwensbeginsel. Gegevens vergaard via servers waar EncroChat en SkyECC gebruik van maakten. AG maakt algemene opmerkingen over de prejudiciële procedure in straf
Conclusie AG. Prejudiciële vraag rechtbank Overijssel over de toepassing van het interstatelijke vertrouwensbeginsel. Gegevens vergaard via servers waar EncroChat en SkyECC gebruik van maakten. AG maakt algemene opmerkingen over de prejudiciële procedure in strafzaken (§ 3), het
De rechtbank stelt in onderzoek Elrits over de toepassing van het interstatelijke vertrouwensbeginsel de volgende prejudiciële vraag aan de Hoge Raad: Mag de Nederlandse rechter, gelet op het interstatelijke vertrouwensbeginsel, ervan uitgaan dat in het buitenland een opsporingsb
Tussenarrest ten behoeve van het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad in een strafzaak over valsheid in geschrift.
Conclusie AG over de prejudiciële vraag of voor het maken van een kopie (image) van een smartphone een voorafgaande rechterlijke machtiging is vereist volgens HvJ EU arrest Landeck (van 4 oktober 2024, zaak C 548/21). De conclusie bevat uiteenzettingen over o.m. het Landeck-arres
Conclusie AG. Prejudiciële vragen over extraterritoriale rechtsmachtsbepaling van art. 4 aanhef en onder d Sr. Heeft Nederland op grond van deze bepaling rechtsmacht over het in het buitenland valselijk opmaken van een IND-formulier (art. 225 lid 1 Sr) t.b.v. een nareisprocedure?
Ontvankelijkheidsbeoordeling bij ECLI:NL:PHR:2026:604
Conclusie A-G. Prejudiciële vragen over de verhouding tussen de strafbaarstelling van mensensmokkel uit winstbejag (art. 197a lid 2 Sr) en de tewerkstelling van illegale vreemdelingen (art. 197b Sr). Art. 55 lid 2 Sr, lex specialis derogat lex generalis. 1. Art. 197b Sr is een in