Conclusie AG over nadere bewijsoverwegingen en de daaraan in HR NJ 2004, 165 gestelde eisen. I.c. heeft het hof ten onrechte in de nadere bewijsoverweging verwezen naar een verklaring van een medeverdachte die is afgelegd in diens eigen zaak hetgeen geen wettig bewijsmiddel is in
Wetboek van Strafvordering
Art. 51 Sv
Genoemd in 192 uitspraken · Officiële wettekst
192 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Uit het zich bij de stukken bevindend gratieverzoek moet worden afgeleid dat verdachte op 18-1-01 op de hoogte was van de bestreden uitspraak. Daarom kan verdachte in het op 25-5-05 ingestelde beroep gelet op art. 432.2 Sv, niet worden ontvangen. Aan verdachte na het verstrijken
Art. 51 Sv. Aan de schriftuur zit een brief van het ressortsparket aan de raadsvrouwe, inhoudende dat er van wordt uitgegaan dat zij verdachte in appel zal bijstaan, met het verzoek een stelbrief te sturen, alsmede een stelbrief van de raadsvrouwe. Bij de gedingstukken bevindt zi
Art. 51 Sv. Aan de schriftuur zit een brief van het ressortsparket aan de raadsvrouwe, inhoudende dat er van wordt uitgegaan dat zij verdachte in appel zal bijstaan, met het verzoek een stelbrief te sturen, alsmede een stelbrief van de raadsvrouwe. Bij de gedingstukken bevindt zi
Uit het p-v van de terechtzitting in appel van 16-2-05 blijkt weliswaar dat het hof voornemens was nader te onderzoeken of de zaak wegens het mogelijk niet naleven van art. 51 Sv naar de Ktr diende te worden teruggewezen, doch uit het p-v van de terechtzitting in appel van 4-5-05
Aanwezigheidsrecht gefrustreerd door onjuiste mededeling griffie omtrent zittingsdatum. In cassatie wordt ervan uitgegaan dat een griffiemedewerker op 24-11-04 aan de in appèl optredende raadsvrouwe heeft meegedeeld dat de terechtzitting niet op 24-11-04, maar op 22-12-04 zou pla
Uitleg tenlastelegging; geen grondslagverlating. Tenlastegelegd: opzettelijke wederrechtelijke toe-eigening van “96, althans een of meer armband(en), en/of 88, althans een of meer collier(s) (…), in elk geval enig goed”, etc. Bewezenverklaard: “sieraden”. Het hof heeft de tenlast
Verstekzaak; rechtsbijstand in appèl. 1. Een raadsman behoort in enige aanleg als zodanig te worden erkend indien uit enig in het dossier aanwezig stuk aan de rechter of andere justitiële autoriteiten kan blijken dat verdachte voor de desbetreffende aanleg voorzien is van rechtsb
’s Hofs oordeel dat de inleidende dagvaarding in persoon is betekend is, zonder nadere motivering die ontbreekt, onbegrijpelijk in het licht van de zich bij de stukken bevindende faxen van de raadsman van de verdachte inhoudende dat de verdachte geen dagvaarding heeft ontvangen e
Herzieningszaak. De enkele omstandigheid dat de toegevoegde raadsman i.s.m. art. 51 Sv geen afschrift van de dagvaarding was gezonden voor de terechtzitting die heeft geleid tot het vonnis waarvan herziening wordt gevraagd, leidt niet tot een ernstig vermoeden als bedoeld in art.
Aan verdachte is ism art. 41.1a Sv, nadat de zaak door het hof naar de rb was verwezen, niet ambtshalve een raadsman toegevoegd. 's Hofs oordeel dat dat verzuim i.c. niet aan de geldigheid van het onderzoek in eerste aanleg in de weg staat, is onjuist noch onbegrijpelijk. Bij dat
Aan verdachte is ism art. 41.1a Sv, nadat de zaak door het hof naar de rb was verwezen, niet ambtshalve een raadsman toegevoegd. 's Hofs oordeel dat dat verzuim i.c. niet aan de geldigheid van het onderzoek in eerste aanleg in de weg staat, is onjuist noch onbegrijpelijk. Bij dat
Ontvankelijkheid verdachte in appèl. HR ambtshalve: aangezien de inleidende dagvaarding tegen 2-3-01 blijkens de akte van uitreiking is uitgereikt aan een persoon die schriftelijk was gemachtigd om het gerechtelijk schrijven in ontvangst te nemen – welke uitreiking ex art. 588.3.
Geen verwijzing naar rb door hof indien de raadsman door rb ten onrechte niet als gemachtigde raadsman is erkend. Zelfs niet indien hem niet zou zijn toegestaan de afwezigheid van verdachte toe te lichten of een aanhoudingsverzoek te doen ter effectuering van het aanwezigheidsrec
De klacht dat de raadsman in strijd met art. 51 Sv geen afschrift van de appèldagvaarding heeft ontvangen treft doel, hoewel in cassatie geen ontvangstbevestiging is overgelegd van de stelbrief, nu aan de schriftuur gehechte stukken voldoende grond bieden voor het ernstig vermoed
Bij de klacht dat het hof in de strafmotivering acht heeft geslagen op een brief van de verdachte, terwijl die brief niet ter terechtzitting is voorgelezen en evenmin de korte inhoud daarvan is medegedeeld, heeft verdachte geen redelijk belang, nu de brief van hemzelf afkomstig i
Bewezenverklaring is onvoldoende met bewijsmiddelen onderbouwd. HR vernietigt ambtshalve onder verwijzing naar onderdeel van de conclusie A-G. Uitgebreide conclusie A-G over ‘ambtshalve cassatie’. (Vgl. HR 24-02-2004, 02104/02; HR vernietigt n.a.v. een cassatiemiddel in de zaak v
Behandeling bij verstek terwijl verdachte en raadsman als gevolg van een misverstand voor de verkeerde zittingszaal wachten. Het hof kon op grond van de stelbrief en de aantekening dat een afschrift van de dagvaarding aan de raadsman is verzonden aannemen dat hij van de terechtzi
Uit de stukken niet blijkt van een tijdige kennisgeving aan de raadsman van de terechtzitting ex art. 51 Sv. In casu geen ambtshalve vernietiging.
7 oktober 2003 Strafkamer nr. 00819/03 EW/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 27 november 2002, nummer 23/001444-02, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]
16 september 2003 Strafkamer nr. 02199/02 EdK/ABG Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 27 april 2001, nummer 22/002447-00, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboortep
-
-
-
-