Art. 51 Sv. Afschrift van de oproeping voor de tz. aan raadsman. Ernstig vermoeden dat t.a.v. de oproeping voor de terechtzitting in h.b. van 17 april 2002 het voorschrift vervat in de tweede volzin van art. 51 Sv niet is nageleefd. Dit in het belang van verdachte gegeven voorsch
Wetboek van Strafvordering
Art. 51 Sv
Genoemd in 192 uitspraken · Officiële wettekst
192 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Afwijzing aanhoudingsverzoek. In aanmerking genomen hetgeen door de raadsvrouwe aan het - meermalen en tijdig gedane - verzoek ten grondslag is gelegd, te weten dat verdachte zich door haar wilde doen bijstaan en dat en waarom zij zich niet kon laten vervangen door een kantoorgen
Niet naleving van art. 51, tweede volzin, Sv. Afschrift van de dagvaarding in h.b. verzonden aan het oude kantooradres van de raadsman.
1. Beslissing op een verzoek tot wraking. 2. Verzoek abi art. 414.1 Sv. Ad 1. Het middel ziet op de niet-ontvankelijkverklaring in het wrakingsverzoek door het hof. Hiertegen staat ingevolge art. 515.5 Sv geen rechtsmiddel open, terwijl in het kader van een cassatieberoep tegen e
Art. 51 Sv. Bij de stukken van het geding bevindt zich een stelbrief van de raadsman inhoudende dat hij de verdachte in twee zaken, waaronder onderhavige zaak, als raadsman zal bijstaan. De ontvangst van deze stelbrief is door het Hof bevestigd. Niet is gebleken dat een afschrift
Art. 51 Sv. Het middel berust op de stelling dat zich in hoger beroep een raadsman heeft gesteld. Daartoe wordt een beroep gedaan op een brief aan de strafgriffie van het Hof. Genoemde brief heeft blijkens de bewoordingen betrekking op de ontnemingprocedure, terwijl onderhavige z
Art. 51 Sv. Het middel berust op de stelling dat zich in hoger beroep een raadsman heeft gesteld. Daartoe wordt een beroep gedaan op een brief aan de strafgriffie van het Hof. Genoemde brief heeft blijkens de bewoordingen betrekking op de ontnemingprocedure, terwijl onderhavige z
Art. 51 Sv. Ondanks het feit dat er zich bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken geen ontvangstbevestiging bevindt van de stelbrief van de raadsman in hoger beroep, moet er, gelet op de inhoud van het transactierapport, in cassatie van worden uitgegaan dat zich wel een raadsm
Rechtsgeldigheid betekening appeldagvaarding. ‘s Hofs kennelijke oordeel dat van verdachte - die niet was ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens - geen feitelijke woon- of verblijfplaats bekend was, is niet zonder meer begrijpelijk, gelet op het adres genoemd in d
Art. 51 Sv. Bij de stukken van het geding zit een afschrift van de appeldagvaarding aan de raadsman van verdachte. Noch verdachte, noch zijn raadsman zijn ttz verschenen. Blijkens het pv ttz heeft de griffier van het hof na behandeling van de zaak maar voor sluiting van het onder
Economische zaak. Tank overgelopen bij het lossen van gasolie. De uitleg van een vergunningsvoorschrift is van feitelijke aard. Daarom kan de stelling dat niet in strijd is gehandeld met een vergunningsvoorschrift niet voor het eerst in cassatie worden ingenomen.
Hoger beroep, verstek en de niet-gemachtigde raadsvrouw. Naleving artikel 51 Wetboek van Strafvordering.
Vervolg op HR 30 mei 2008, NJ 2008, 311. Onrechtmatige overheidsdaad. Rechtshulpverzoek aan Verenigd Koninkrijk. Strafrechtelijk beslag in Engeland. Beklag op voet van art. 552a Sv. Beslag opgeheven met last tot teruggave beslagen onroerend goed. Engelse autoriteiten hadden goed
Art. 51 Sv. Aan de cassatieschriftuur is een brief gehecht waarin de raadsman van verdachte zich stelt als haar raadsman in de zaak i.c., en een transactierapport waaruit is af te leiden dat die brief op de datum van de brief is verzonden naar het faxnummer van de strafgriffie va
Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoo
Termijnoverschrijding rechtsmiddel en ambtelijke informatie. HR herhaalt relevante overwegingen t.a.v. het (tijdig) instellen van een rechtsmiddel uit HR LJN ZC9906. Door en namens verdachte is aangevoerd dat hij niet is verschenen t.t.z. van de PR van 4-8-06, n.a.v. een mededel
Termijnoverschrijding rechtsmiddel en ambtelijke informatie. HR herhaalt relevante overwegingen t.a.v. het (tijdig) instellen van een rechtsmiddel uit HR LJN ZC9906. Door en namens verdachte is aangevoerd dat zij niet is verschenen t.t.z. van de PR van 4-8-06, n.a.v. een mededel
Benadeelde partijen. 1. Medelen korte inhoud. 2. Rechtstreekse schade. Ad 1. Het middel behelst o.m. de klacht dat het mededelen van de korte inhoud van de zich t.t.v. het onderzoek ttz. bij de stukken van het dossier bevindende voegingsformulieren van de b.p., vzv. deze formulie
Art 51 Sv. Bij de stukken van het geding bevindt zich een afschrift van een kennisgeving van de AG bij het Hof aan de raadsman over plaats en tijdstip van de naderende terechtzitting. De stukken bevatten geen aanknopingspunten voor een vermoeden dat deze kennisgeving niet aan de
Recht op bijstand advocaat. In aanmerking genomen dat verdachte ttz. in h.b. is verschenen en aldaar uitdrukkelijk als zijn wens kenbaar heeft gemaakt dat de zaak buiten aanwezigheid van zijn raadsman zou worden behandeld, kon het Hof in redelijkheid aannemen dat verdachte afstan
Art. 51 Sv. Aangenomen moet worden dat de na het vonnis in EA en het instellen van hoger beroep ingezonden brieven van de rm, gericht aan de Rb, zich bij de stukken van het geding gevoegd zijn en naar het Hof zijn verzonden, zodat het Hof t.t.v. de behandeling van de zaak kennis
Cassatieberoep te laat. Blijkens de stukken is het beroep in cassatie ingesteld op 11-10-2006, zodat verdachte – nu de dagvaarding om ttz. van het Hof van 21-7-2006 te verschijnen aan hem in persoon is betekend – ingevolge art. 432.1.a Sv in het beroep niet kan worden ontvangen.
Uitlevering. 1. Ne bis in idem-verweer. 2. Ambtshalve onderzoek. Ad 1. Het oordeel van de Rb dat niet is gebleken dat het Belgische vonnis waarop namens de opgeëiste persoon een beroep is gedaan, onherroepelijk is, is feitelijk. In aanmerking genomen hetgeen blijkens de daarvan o
359.3 Sv. Bekennende verdachte. Nu de verklaring van verdachte ttz van het Hof niet alle onderdelen betreft van het bewezenverklaarde – zij houdt immers niet in dat verdachte erkent dat hij onder zodanige invloed van cannabis heeft gereden dat hij niet tot behoorlijk besturen in
Een aan de appeldagvaarding gehecht GBA-overzicht uit VIP van 30-11-04 waarop verdachtes voornaam is gespeld met een trema vermeldt “Electronische verificatie van onderstaande persoon heeft niet tot resultaat geleid”. Het hof veroordeelde verdachte bij verstek na mededeling ter t