Cassatie in het belang van de wet. Procesafspraken in strafzaken. Is Rb in het licht van art. 6 EVRM op goede gronden gekomen tot oordeel dat i.h.k.v. procesafspraken de belangen van verdachte zijn geëerbiedigd en verzet WvSv zich tegen redelijkheidstoets door rechter van procesa
Wetboek van Strafvordering
Art. 454 Sv
Genoemd in 27 uitspraken · Officiële wettekst
27 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Rechtsgeldigheid intrekking hoger beroep door de OvJ en door verdachte. Wet stroomlijnen hoger beroep. De HR ziet aanleiding om in voorafgaande beschouwingen ten behoeve van de in de praktijk vereiste duidelijkheid in te gaan op enkele vragen die in verband met de Wet stroomlijne
Beslissing tot betaling van wettelijke rente over de toegekende bedragen aan schadevergoeding van de bp-en. V.zv. de klacht de vorderingen betreft van de bp-en A, B en C, is het middel terecht voorgesteld, nu uit de voegingsformulieren op naam van deze bp-en niet blijkt dat zij v
Intrekken h.b. na aanvang van de behandeling in h.b. HR herhaalt HR LJN BP2709. Het stond het Hof vrij om geen toepassing te geven aan art. 416.2 Sv op grond dat het Hof niet uitsloot dat het t.a.v. verdachte tot een andere beslissing zou komen dan de Rb. In het midden kan blijve
Art. 6 en 175 WVW 1994. Schuld in de zin van roekeloosheid. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:960. In het licht van deze overwegingen schiet de bewijsvoering van het Hof tekort.
Vordering van PG tot cassatie in het belang der wet. Procesafspraken in strafzaken waarbij OM en verdediging een gezamenlijk afdoeningsvoorstel aan de rechter voorleggen. De wet bevat geen specifieke regeling over procesafspraken. De rechtspraktijk wordt inmiddels gekenmerkt door
Intrekking hoger beroep door verdachte. Wet stroomlijnen hoger beroep. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BP2709. Gelet op deze overwegingen en op de omstandigheid dat de behandeling in hoger beroep een aanvang heeft genomen ter terechtzitting waar de zaak voor het eer
Feitelijk leiding geven aan medeplegen oplichting begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 326.1 Sr. 1. Procesafspraken. Was hof gehouden zich aan te sluiten bij de tussen OM en verdediging gemaakte procesafspraken? 2. Vorderingen benadeelde partijen. Kon hof oordelen
Verdachte n-o in h.b. Rechtsmiddel tijdig ingetrokken? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BP2709 m.b.t. het uiterlijke moment waarbinnen een verklaring tot intrekking van een rechtsmiddel moet worden afgelegd. Nu de behandeling in h.b. een aanvang heeft genomen op de t
Conclusie AG. Feitelijk leidinggeven aan medeplegen oplichting van 49 investeerders door vastgoedinvesteerdersbedrijf met project in Polen. Afwijzing procesafspraken in hoger beroep. Het eerste middel klaagt over de beslissing van het hof om zich niet aan te sluiten bij de door O
-
Conclusie AG. Afstand rechtsmiddel ter terechtzitting politierechter, art. 381 Sv. Rechtsgeldige afstand door niet van rechtsbijstand voorziene verdachte? De AG komt, mede gelet op de wetsgeschiedenis, literatuur, toekomstig recht en de rechtspraak van de HR en het EHRM (“waiver”
Conclusie AG. Profijtontneming. Kan mededeling van de niet-gemachtigde dat de betrokkene zijn hoger beroep wenste in te trekken worden aangemerkt als 'intrekking'? Toepassing art. 416.2 Sv? Berekening wvv niet geheel begrijpelijk. Vierde middel slaagt. Conclusie strekt tot vernie
Conclusie AG. Feitelijk leidinggeven aan medeplegen oplichting van 49 investeerders door een vastgoedinvesteerdersbedrijf met een project in Polen. Afwijzing procesafspraken in hoger beroep. Het eerste middel klaagt over de beslissing van het hof om zich niet aan te sluiten bij
In deze strafzaak staat het strafrechtelijk onderzoek “Betula” centraal. Op 27 juni 2017 is het pand in Utrecht doorzocht. De doorzoeking van dit pand heeft geleid tot de inbeslagname van diverse voorwerpen, waaronder tabaksproducten. Ten tijde van de inval waren verschillende pe
Conclusie AG. Cassatieberoep van het openbaar ministerie in verband met de gevolgen van verkeerde toepassing van artikel 407 Sv. inzake beperking van het hoger beroep. Vaststaat dat de officier van justitie hoger beroep heeft ingesteld en vervolgens in een akte tot partiele intre
Conclusie AG. 1. Intrekking hoger beroep. Art. 451.1 Sv. 2. Strafmotivering. 1. Had de voorzitter de zaak mogen laten uitroepen en had het hof de zaak inhoudelijk mogen behandelen nu de verdachte voor aanvang van het onderzoek ter terechtzitting per e-mail had aangegeven het hoge
Conclusie plv. AG. Falende bewijsklachten inzake het opzettelijk niet of niet tijdig doen van belastingaangifte/ opzettelijk onjuist of onvolledig doen van belastingaangifte door rechtspersonen en het aanmerken van de verdachte als feitelijke leidinggever. Klacht omvang hoger ber
Conclusie AG over 1. behandeling zaak door het hof na intrekking hoger beroep; 2. ontbreken pleitnotities. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.
Beperking omvang h.b., art. 423 Sv. Uit de appelakte, die inhoudt dat beroep wordt ingesteld tegen “het eindvonnis d.d. 22 september 2010”, kan bezwaarlijk anders volgen dan dat het h.b. onbeperkt is ingesteld. Het Hof heeft derhalve ten onrechte het appel opgevat “als uitdrukkel
Intrekken h.b. na aanvang van de behandeling in h.b. HR herhaalt HR LJN BP2709. Het stond het Hof vrij om geen toepassing te geven aan art. 416.2 Sv op grond dat het Hof niet uitsloot dat het t.a.v. verdachte tot een andere beslissing zou komen dan de Rb. In het midden kan blijve
Oordeel Hof dat aan de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn in de eerste cassatieprocedure geen nadere gevolgen hoeven te worden verbonden. De HR herhaalt de toepasselijke overweging uit HR LJN BD2578 (rov. 3.7). Het Hof heeft geoordeeld dat, gelet op de (relati
Rechtsgeldigheid intrekking hoger beroep door de OvJ en door verdachte. Wet stroomlijnen hoger beroep. De HR ziet aanleiding om in voorafgaande beschouwingen ten behoeve van de in de praktijk vereiste duidelijkheid in te gaan op enkele vragen die in verband met de Wet stroomlijne
Omvang h.b. Verdachte is door Rb veroordeeld voor 1 en 3 en vrijgesproken van 2. Verdachte en OM stellen onbeperkt h.b. in maar geven t.t.z. te kennen dat het h.b. zich niet richt tegen de vrijspraak van 2. Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte niet heeft beraadslaagd en be
Intrekking hoger beroep door verdachte; verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.