Beschikking raadkamer. In de onderhavige zaak heeft de zittingsrechter de zaak op de voet van art. 316 Sv verwezen naar de rechter-commissaris (RC). De raadsvrouw heeft daarop een verzoek aan de RC gericht tot het verrichten van onderzoekshandelingen. De RC heeft het verzoek deel
Wetboek van Strafvordering
Art. 446 Sv
Genoemd in 72 uitspraken · Officiële wettekst
72 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Zaak “Passage”. Het openbaar ministerie heeft in hoger beroep een tweede kroongetuige geïntroduceerd. Overwegingen en beslissingen over de voortgang van de behandeling van de zaken in hoger beroep. Onderwerpen: 1. samenloop met en afstemming van behandeling in hoger beroep op beh
Cassatie in het belang der wet. Verhouding tussen zittingsrechter en RC. 1. Art. 238.2 Sv. Na de kennisgeving van de OvJ dat tot dagvaarding zal worden overgegaan is de RC bevoegd tot voortzetting van zijn o.g.v. art. 181 - 183 Sv reeds lopende onderzoek zolang het onderzoek ttz
Meervoudige raadkamer; hoger beroep van de officier van justitie tegen de beslissing van de rechter-commissaris tot afwijzing van de op grond van artikel 126m Sv door de officier van justitie gedane vorderingen (telefoontap), die zijn gedaan in verband met een ontnemingsonderzoek
Cassatie in het belang der wet. Door de OvJ kan gelet op art. 406 Sv niet afzonderlijk h.b. worden ingesteld tegen de beslissing waarbij een namens verdachte ttz.gedaan verzoek tot opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis (VH) door de Rb is toegewezen, ook niet als deze
Cassatie in het belang der wet. Door de OvJ kan niet afzonderlijk h.b. worden ingesteld tegen een ttz. gegeven beslissing strekkende tot opheffing van de voorlopige hechtenis (VH). Gelet op art. 406 Sv staat tegen die beslissing voor de OvJ hoger beroep slechts gelijktijdig met d
1. OvJ heeft geen belang bij oordeel over de beslissing tot toevoeging van stukken aan dossier door rechter-commissaris, c.q. de bevoegdheid van de RC daartoe, nu de OvJ de stukken zelf aan het dossier heeft toegevoegd en daartoe ook bevoegd is. 2. Appel gegrond en machtiging ex
OM-cassatie. Ontvankelijkheid h.b.. Herstelbeslissing. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2012:BW1478 m.b.t. de mogelijkheid voor de feitenrechter om een herstelbeslissing te geven. Gelet hierop is het oordeel van het Hof dat het gebonden was aan de “rectificatiebeschikking” van 17 september
OM-cassatie, art. 34.4 en 187d.1 Sv. Het kennelijke oordeel van de Rb. dat geen sprake kan zijn van de in art. 187d.1.a Sv jo. art. 34.4 Sv bedoelde grond indien “aangever en verdachte bekenden van elkaar zijn en de identiteit van de aangever daarom bekend is bij verdachte”, getu
Cassatie in het belang der wet over de toepassing art. 14fa Sr. De in art. 14fa Sr vervatte regeling (inwerkingtreding 1-4-2012) voorziet in de mogelijkheid van een voorlopige tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde vrijheidsstraf. De regeling heeft betrekking
Vordering tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang als bedoeld in art. 577c Sv in verband met het uitblijven van betaling aan de Staat van een bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De HR zet het wettelijk en verdragsrechtelijk kader
552a Sv-beklag door officier van justitie in rechtshulpcontext. De officier van justitie wil van door de rechter-commissaris gelegd en onder haar berustend beslag kennisnemen voor Nederlands strafrechtelijk onderzoek. Slechts de officier van justitie hoeft te worden gehoord, besl
Raadkamerbeschikking in een hoger beroep tegen een beschikking van de RC inzake vordering 126 nf Sv. Camerabeelden van pinautomaten geen gevoelige gegevens in de zin van 126 nd/nf Sv.
Gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Gebreken van een aan een vordering tot bewaringstelling voorafgaande inverzekeringstelling kunnen geen zelfstandige grond vormen voor afwijzing van deze vordering en dus ook niet voor afwijzing van een vordering tot gevangenhouding (vgl. HR NJ
Officier van justitie ontvankelijk in hoger beroep tegen de beslissing van de rechter-commissaris om een vordering tot bewaring niet in behandeling te nemen. Artikelen 59c, 63 en 446 van het Wetboek van Strafvordering.
OM niet-ontvankelijk. Uitleg van artikel 66 Wetboek van Strafvordering. Het OM heeft nagelaten de gevangenhouding van verdachte te vorderen tijdens het reeds aangevangen onderzoek ter terechtzitting. Het zou in strijd met het gesloten systeem van rechtsmiddelen zijn, indien het O
De RC heeft de inverzekeringstelling onrechtmatig verklaard omdat tijdens het politieverhoor geen contact tussen advocaat en verdachte is toegelaten en de advocaat bij het verhoor is geweigerd. De RC heeft overwogen dat de invrijheidstelling van verdachte dient te volgen doch bev
Gebruik voor het bewijs van resultaten van een DNA-onderzoek. Het hof heeft vastgesteld dat de rb in haar afwijzende beschikking op de vordering verlenging gevangenhouding heeft overwogen dat “de verdenking, bezwaren en gronden die tot het bevel gevangenhouding hebben geleid niet
Tegen beschikkingen ex art. 32 Sv (die niet zijn gegeven op vordering van het OM, maar op een bezwaarschrift van de verdachte) staat ingevolge art. 446 Sv voor het OM geen cassatieberoep open.
16 september 2003 Strafkamer nr. 02672/02 EW/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 4 juni 2002, nummer 20/002110-01, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboorteda
-
-