OM-cassatie. Bouwfraude-zaak. “Wetende dat” i.d.z.v. de artt. 362 en 363 (oud) Sr. De geschiedenis van de totstandkoming van de artt. 362 en 363 (oud) Sr bevat geen aanwijzingen voor de precieze betekenis van het bestanddeel "wetende dat" in die bepalingen. Met de uitdrukking "we
Wetboek van Strafvordering
Art. 437 Sv
Genoemd in 884 uitspraken · Officiële wettekst
884 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 32 · live
Ontvankelijkheid cassatieberoep. De schriftuur houdt het volgende in: "Requirant heeft zelf de middelen van cassatie opgesteld. Namens requirant verzoek ik u deze middelen als hier ingelast en ingelezen te beschouwen. De middelen met bijlagen worden als productie 1 ingevoegd." Om
OM-cassatie. Toetsingsruimte in cassatie t.a.v. vrijspraak. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AO5061 m.b.t. de toetsingsruimte van de HR. Verder herhaalt de HR relevante overwegingen uit HR LJN ZD1304, HR LJN AU8098 en HR LJN AB0740 t.a.v de begrippen “publiek” en "be
Verzoek om wraking van mr. F.H. Koster, vice-president van de HR. De HR wijst het verzoek om wraking af.
OM-cassatie. Profijtontneming. HR herhaalt toepasselijke overweging uit HR LJN AA5438. In ’s Hofs overwegingen ligt als zijn oordeel besloten dat de vordering van het Landelijk instituut sociale verzekeringen t.z.v. niet afgedragen premies werknemersverzekeringen een in rechte to
Ontvankelijkheid in cassatie. Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzui
Ontvankelijkheid in cassatie. Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzui
Profijtontneming. Blijkens zijn overwegingen heeft het Hof de ontnemingsmaatregel opgelegd t.z.v. het voordeel dat betrokkene heeft verkregen uit het bewezenverklaarde handelen dat betrekking heeft op deelneming aan een criminele organisatie in de periode van 1-9-1999 t/m 9-6-200
Indienen cassatieschriftuur. De schriftuur van cassatie ingediend door de raadsman van verdachte is blijkens 2 daarop geplaatste stempels op 1-6-2007 bij de Centrale Balie van het Paleis van Justitie te ’s-Gravenhage en – kennelijk na doorzending - op 6-6-2007 bij de strafgriffie
1. Niet tijdig binnengekomen schriftuur en geschrift van verdachte. 2. Aanwijzing gerecht ex art. 510 Sv. 3. 359.2 Sv. Ad 1. Op een niet binnen de termijn binnengekomen, aanvullende schriftuur kan de HR geen acht slaan vzv. het niet kan worden beschouwd als een toelichting a.b.i.
HR: art. 81 RO.
Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt.
Ontucht met een aan zijn gezag onderworpen of aan zijn waakzaamheid toevertrouwde persoon a.b.i. art. 249 Sr. CAG over “pupil” en de wetsgeschiedenis van art. 249 Sr.
1. Vordering AG in arrest. 2. Poging tot vervoeren cocaïne. 3. Absoluut ondeuglijke poging? 4. Art. 27.1 Sr. 5. N-o OM. Ad 1. Ingevolge art. 359.1 jo. art. 415 Sv dient het arrest de vordering van de AG bij het hof te bevatten. Niet-naleving van dit voorschrift leidt ingevolge ar
1. Vormverzuimen. 2. Verzoek tot strafvermindering. Ad 1. HR herhaalt overwegingen uit HR NJ 2004, 376. In zijn overwegingen heeft het hof als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat het niet-naleven van de Aanwijzing bejegening slachtoffers en de Aanwijzing opsporing seksueel
Geen overschrijding redelijke termijn tussen bij verstek gewezen uitspraak en het tijdstip waarop deze aan verdachte in persoon is betekend. Een verstekmededeling betreffende een op 22-09-1999 bij verstek gewezen arrest van het hof – na vergeefse aanbieding op 22-10-1999 op het G
Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie a.b.i. de wet. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift
Verdachte heeft in appelakte op 21-7-04 adres X opgegeven. Een GBA-uittreksel van 24-5-05 houdt in dat verdachte vanaf 19-8-03 woonachtig was op adres Y en dat hij per 9-9-04 is “vertrokken naar Land onbekend”. AG zet in conclusie o.m. uiteen dat “vertrokken naar Land onbekend” i
1. Vordering ex art. 5:17 Awb door ambtenaar Keuringsdienst van Waren. 2. Opsporingsbevoegdheid buitengewoon opsporingsambtenaar ex Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Voedsel en Warenautoriteit 2002. Ad 1. HR verwijst naar conclusie van de AG inhoudend dat niet slechts de R
Art. 359.3 Sv: bekennende verdachte. De opvatting dat de rechter, die gebruik maakt van de hem in art. 359.3, 2e volzin Sv gegeven mogelijkheid om, zo verdachte het hem ten laste gelegde bekent, met een opgave van bewijsmiddelen te volstaan, dient te doen blijken dat verdachte na
Klacht over het door de rolrechter niet verlenen van uitstel voor het indienen van een cassatieschriftuur. Als middelen van cassatie komen voor onderzoek door de cassatierechter alleen in aanmerking klachten die zijn gericht tegen de bestreden uitspraak. De klacht voldoet niet aa
1. Grondslagverlating. 2. Vordering benadeelde partij niet van eenvoudige aard. Ad 1. Ex art. 350 jo. 415 Sv dient de rechter ook in appèl te beraadslagen op de grondslag van de tenlastelegging. De tenlastelegging strekt er daarbij toe voor de procesdeelnemers – zowel voor OM, re
1. “publiek” ex art. 82 Wtk 1992. 2. Vordering benadeelde partij niet van eenvoudige aard. Ad 1. Art. 82 Wtk 1992 beschermt niet de professionele marktpartijen, aangezien deze worden geacht zelf voldoende in staat te zijn de financiële soliditeit van de instelling waaraan zij hun
Aan cassatiemiddel te stellen eisen. Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het
1. Geschrift verdachte in cassatie. 2 Ondervragingsrecht; verzuim art. 187a Sv en gevolg voor bewijs. Ad 1. Omdat ex art. 437.2 Sv uitsluitend een raadsman namens verdachte cassatiemiddelen kan indienen, kan de HR een ingekomen geschrift van verdachte niet beschouwen als een schr