Strafkorting i.v.m. overschrijding van de redelijke termijn. Middel b.p. is geen middel als bedoeld in de wet.
Wetboek van Strafvordering
Art. 437 Sv
Genoemd in 884 uitspraken · Officiële wettekst
884 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 28 · live
Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, art. 285 Sr. HR herhaalt de relevante overwegingen uit HR LJN BG6562 en HR LJN AT3659. ’s Hofs oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk.
HR leest arrest van het Hof met verbetering van een misslag.
Gegronde bewijsklacht steunfraude. Uit de bewijsmiddelen kan niet het bewezenverklaarde “opzettelijk voordeel heeft getrokken uit een door valsheid in geschrifte verkregen geldbedrag” volgen.
Bewijs opzet. In de nadere bewijsoverweging genoemde feiten en omstandigheden. In de bewijsoverweging heeft het Hof feiten en omstandigheden opgenomen die het redengevend heeft geacht voor de bewezenverklaring. Nu de gebezigde bewijsmiddelen niets inhouden omtrent deze feiten en
Geen schriftuur houdende middelen ingediend. N.o. cassatieberoep.
Geen schriftuur houdende middelen ingediend. N.o. cassatieberoep.
Geen schriftuur houdende middelen ingediend. N.o. cassatieberoep.
Geen schriftuur houdende middelen ingediend. N.o. cassatieberoep.
Beklag ex art. 552a Sv. 1. Onvolledigheid processtukken. Een raadsman die bevindt dat de processtukken niet volledig zijn, moet binnen de in art. 447.5 Sv genoemde termijn schriftelijk een verzoek om aanvulling indienen bij de rolraadsheer (vgl. art. IV.3 Procesreglement van de S
Beklag ex art. 552a Sv. 1. Onvolledigheid processtukken. Een raadsman die bevindt dat de processtukken niet volledig zijn, moet binnen de in art. 447.5 Sv genoemde termijn schriftelijk een verzoek om aanvulling indienen bij de rolraadsheer (vgl. art. IV.3 Procesreglement van de S
Profijtontneming. Ontvankelijkheid cassatieberoep. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN AD5163. In aanmerking genomen dat uit de stukken van het geding kan worden afgeleid dat het door betrokkene ter terechtzitting in hoger beroep opgegeven adres door het latere,
1. Geen schriftuur verdachte. 2. Schriftuur benadeelde partij. Is HR bevoegd tot beoordeling van schriftuur van b.p., indien namens verdachte geen schriftuur is ingediend? Ad 1. Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Ad 2. Art. 421.4 Sv voorziet in instellen van hoger beroep doo
De schriftuur bevat geen middelen als in de wet bedoeld. Verdachte niet-ontvankelijk.
OM-appel. Geen middelen ingediend. AG niet-ontvankelijk.
OM-appel. Geen middelen ingediend. AG niet-ontvankelijk.
Middelen voldoen niet. HR: verdachte n-o. Conclusie AG: anders
Overschrijding redelijke termijn in appelfase. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN BD2578. ’s Hofs oordeel dat i.c. waar ruim 19 mnd na het instellen van het h.b. door het Hof arrest is gewezen, geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn, is zonder n
Middelen voldoen niet. HR: verdachte n-o. Conclusie AG: anders
HR: art. 81 RO.
Formele rechtskracht. Vrijstelling van art. 11.1.g Leerplichtwet 1969 wegens ‘andere gewichtige omstandigheden’. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN AA9812. De in art. 11.1.g voorziene vrijstelling wegens andere gewichtige omstandigheden van de verplichting om te
WOTS-zaak. De veroordeelde heeft bij de Rb een document overgelegd ter staving van de stelling dat het volgens het Duitse Wetboek van Strafrecht mogelijk is om na het uitzitten van de helft van de straf te worden vrijgelaten. HR verwijst naar tussenarrest dat inhoudt dat dit in d
Bewijsklachten. Het Hof heeft, klaarblijkelijk ter weerlegging van de door verdachte gegeven alternatieve toedracht wat betreft het aantreffen van zijn vingerafdrukken, onder meer overwogen dat het aannemelijk acht dat verdachte en zijn medeverdachte eerder gezamenlijk zijn veroo
Nu geen schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437.2 Sv, zodat verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
Nu geen schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437.2 Sv, zodat verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.