1. Geschrift verdachte in cassatie. 2 Ondervragingsrecht; verzuim art. 187a Sv en gevolg voor bewijs. Ad 1. Omdat ex art. 437.2 Sv uitsluitend een raadsman namens verdachte cassatiemiddelen kan indienen, kan de HR een ingekomen geschrift van verdachte niet beschouwen als een schr
Wetboek van Strafvordering
Art. 437 Sv
Genoemd in 884 uitspraken · Officiële wettekst
884 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 26 · live
1. Schuld ex art. 6 WVW 1994. 2. Strafmotivering / geen blijk van inzicht in verwijtbaarheid. Ad 1. In cassatie kan slechts worden onderzocht of de schuld aan het verkeersongeval ex art. 6 WVW 1994, in het onderhavige geval het bewezenverklaarde zeer onvoorzichtig en onoplettend
Ontnemingszaak. Het in de schriftuur aangevoerde voldoet niet aan de aan een cassatiemiddel te stellen eisen. De daarin vervatte klachten richten zich immers tegen door het hof in de hoofdzaak gegeven tussenbeslissingen en niet tegen enige door de rechter in de onderhavige ontnem
Ontnemingszaak. Als middel van cassatie ex art. 437 Sv kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. In deze zaak is allee
Ex art. 427 Sv stond tegen de bestreden uitspraak geen beroep in cassatie open voorzover verdachte daarbij wegens overtreding van art. 30 WAM is veroordeeld tot een geldboete van € 250,-. Het middel, dat uitsluitend betrekking heeft op de motivering van de bewezenverklaring van
Verdachte reed terwijl zijn rijbewijs was ingehouden en klaagt in de strafzaak dat de inhouding ongeldig was want i.s.m. HR LJN AG3621 gedaan door parketsecretaris. HR: De invordering (en eventuele inhouding) van het rijbewijs is van kracht zolang het rijbewijs niet is teruggegev
Eisen aan cassatiemiddel. Voor onderzoek door de HR komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. De algemene niet nader toegelichte klacht dat de bewezenverklaring niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid, kan niet gelden als een stellig
Clickfondszaak. Overschrijding redelijke termijn ex art. 6.1 EVRM in cassatiefase – inzendingstermijn is met drie dagen overschreden – leidt tot strafvermindering: de o.a. opgelegde 240 uren onbetaalde arbeid ten algemenen nutte worden verminderd tot 235 uren taakstraf.
Betrokkenheid bij en veroorzaken van een verkeersongeval ex art. 7.1 WVW 1994. Van betrokkenheid bij een verkeersongeval in een zaak m.b.t. een bestuurder van een motorrijtuig is sprake indien dat motorrijtuig rechtstreeks bij het verkeersongeval is betrokken, zoals het geval is
Vertrouwensregel in het verkeersrecht. De opvatting dat de bestuurder van een motorrijtuig die daarmee rijdt over een voorrangsweg, er - behoudens bijzondere gevallen - op mag vertrouwen dat het verkeer dat deze voorrangsweg kruist, voor hem de doorgang vrij laat of (tijdig) vrij
Uitleg begrippen “wisselkantoor” en “wisseltransacties” in art. 1.a en 1.b Wet inzake de wisselkantoren. Het begrip wisselkantoor is door de wetgever bewust ruim geformuleerd, waarbij een ieder die beroeps- of bedrijfsmatig ten behoeve van of op verzoek van een ander een wisseltr
Betekening appèldagvaarding aan griffier gevolgd door verzending aan adres in Indonesië. Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat geen van de ten processe naar voren gekomen adressen van verdachte in Indonesië kon gelden als woon- of verblijfplaats van de verdachte in het buitenlan
-
Betekening van de aanzegging in cassatie in Duitsland. Bij het onderzoek naar de betekening is gebleken dat ten onrechte de aanzegging door de Duitse autoriteiten retour is gestuurd. De rolrechter verlengt de termijn voor het indienen van een cassatieschriftuur.
Betekening van de aanzegging in cassatie in Duitsland. Bij het onderzoek naar de betekening is gebleken dat ten onrechte de aanzegging door de Duitse autoriteiten retour is gestuurd. De rolrechter verlengt de termijn voor het indienen van een cassatieschriftuur.
HR: niet-ontvankelijk
Aan een cassatiemiddel te stellen eisen.
1. Eisen aan cassatiemiddel in uitleveringszaak. 2. Verhouding EUV en BUV in verband met Nederlands voorbehoud.
8 juli 2003 Strafkamer nr. 01355/02 SG/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 21 december 2001, nummer 23/000747-01, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 198
-
6 mei 2003 Strafkamer nr. 01501/02 B PB/SM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 28 mei 2002 op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door: [
15 april 2003 Strafkamer nr. 01134/02 EdK/IK Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 31 augustus 2001, nummer 21/001658-00, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 195
-
-
-