Falende bewijsklacht nu de verdachte als bestuurder van een onverzekerde auto (art. 30.4 WAM) is vervolgd en veroordeeld en niet als kentekenhouder (art. 30.2 WAM). Verweer terecht verworpen. Conclusie AG: anders.
Wetboek van Strafvordering
Art. 434 Sv
Genoemd in 659 uitspraken · Officiële wettekst
659 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 22 · live
Falende bewijsklacht nu de verdachte als bestuurder van een onverzekerde auto (art. 30.4 WAM) is vervolgd en veroordeeld en niet als kentekenhouder (art. 30.2 WAM). Verweer terecht verworpen. Conclusie AG: anders.
Artt. 23.4, 32, 94, 94a, 552a Sv. Beklag, beslag. De Rb heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk - nu de kennisneming van die processtukken klager is onthouden - aangenomen dat het onderzoeksbelang eraan in de weg stond dat de stukken van het strafrechtelijk financieel onderzoek (s
Art. 94a en 552a Sv. Beklag, beslag. De Rb heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk - nu de kennisneming van die processtukken klaagster is onthouden - aangenomen dat het onderzoeksbelang eraan in de weg stond dat de stukken van het strafrechtelijk financieel onderzoek (s.f.o.) aan
Art. 94a Sv. Beklag, beslag. Het moet er in cassatie voor worden gehouden dat geen beslag (meer) rust op de bankrekening van klaagster. Dit betekent dat klaagster geen belang meer heeft bij het beroep. De HR verklaart klaagster n-o in het beroep.
HR: 81 RO
Middelen verdachte: HR 81 RO en vermindering van de opgelegde taakstraf i.v.m. overschrijding van de redelijke termijn in cassatie. Middel van de b.p.: Art. 334.4 (oud) Sv (thans: art. 334.3 Sv). Het verzuim dat de b.p. niet in de gelegenheid is gesteld op het standpunt van de AG
HR: 81 RO. Conclusie AG: anders.
Strafoplegging. In aanmerking genomen dat het Hof in zijn overwegingen heeft betrokken dat de persoonlijke omstandigheden van verdachte aangewezen maken hem bij het bepalen van de straf zo veel mogelijk tegemoet te komen en daarbij zo veel mogelijk als uitgangspunt heeft genomen
Het hof heeft de verdachte ten onrechte ontvangen in het h.b., dat niet binnen de termijn van art. 408.1 sub a Sv is ingesteld. HR vernietigt de bestreden uitspraak en verklaart de verdachte n-o in het h.b.
Het Hof heeft verdachte onder meer veroordeeld tot een gevangenisstraf van 226 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. In aanmerking genomen dat het Hof blijkens de strafmotivering onmiskenbaar heeft bedoeld een gevangenisstraf op te leggen waarvan
Beklag. Veroordeelde is n-o verklaard in haar verzet tegen een dwangbevel ex art. 575.3 Sv. Ingevolge art. 575.3 Sv is een veroordeelde in zijn cassatieberoep slechts ontvankelijk na voorafgaande consignatie van het nog verschuldigde bedrag en van de kosten ter griffie van het ge
1. Verstek, terugwijzing naar rechter in e.a. 2. Bewijsklacht opzet. 3. Verstekmededeling, art. 366 Sv, redelijke termijn. Ad 1. Zowel het vonnis in e.a. als de bestreden uitspraak is bij verstek gewezen. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN AD5163 (rov. 3.33 e
Slagende bewijsklachten.
HR: art. 81 RO. Overschrijding redelijke termijn in cassatie.
Jeugdzaak. 1. Bewijsklacht. 2. Getuigenverklaring behelzende een feit of omstandigheid die de getuige niet zelf heeft waargenomen of ondervonden. 3. Strafoplegging in strijd met Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) en/of beginselen behoorlijke procesorde. 4. Redelijke te
HR: art. 81 RO.
Geen beslissing op getuigenverzoek. Er is een verzoek gedaan a.b.i. art. 328 jo. art. 331 Sv en 415 Sv en de aan dat verzoek verbonden voorwaarde is vervuld zodat een uitdrukkelijke beslissing op dat verzoek was vereist. Noch het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger bero
Betekening inleidende dagvaarding. HR herhaalt relevante overweging uit LJN AD5163. Nu uit de stukken van het geding niet blijkt dat is getracht de inleidende dagvaarding uit te reiken aan het door verdachte bij de politie genoemde adres, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit
Beklag, beslag. HR stelt HR NJ 1994/689 voorop. De Rechtbank heeft het klaagschrift ex art. 552a Sv ongegrond verklaard omdat het belang van de strafvordering zich tegen teruggave van de inbeslaggenomen geldbedragen verzet. Het middel faalt nu de klager door zodanig (eventueel) v
Ontvankelijkheid cassatieberoep. Verdachte is niet-ontvankelijk in het beroep, nu de schriftelijke volmacht van zijn advocaat aan een griffiemedewerker om cassatie in te stellen niet inhoudt dat hij daartoe bepaaldelijk door verdachte is gemachtigd.
Art. 31.1 Vluchtelingenverdrag. HR herhaalt relevante overwegingen uit LJN BO1587 m.b.t. “coming directly”. Het in de overwegingen van het Hof besloten liggende oordeel dat verdachte niet slechts “gedurende korte tijd” in Griekenland als transitland heeft verbleven is, nu het Hof
Getuigenverzoeken. Het Hof heeft de juiste maatstaf toegepast. Het Hof heeft tot uitdrukking gebracht dat de aan het verzoek ten grondslag liggende stelling te speculatief is. Dit is, mede gelet op hetgeen in e.a. aan de orde is geweest, niet onbegrijpelijk en het is toereikend g
Getuigenverzoeken. Het Hof heeft de juiste maatstaf toegepast. Het Hof heeft tot uitdrukking gebracht dat de aan het verzoek ten grondslag liggende stelling te speculatief is. Dit is, mede gelet op hetgeen in e.a. aan de orde is geweest, niet onbegrijpelijk en het is toereikend g
Beklagzaak. Gelet op de beslissing van de Rechtbank in de strafzaak tegen een van de klagers waarbij is beslist tot teruggave van de inbeslaggenomen geldbedragen, is het oordeel van de Rechtbank dat de klagers geen belang meer hebben bij hun klaagschrift strekkende tot teruggave