Procesreglement. De middelen, die klagen dat door het ontbreken van pagina’s van het p-v ttz in h.b. niet kan worden vastgesteld dat het Hof heeft beslist op de verzoeken van de verdediging en of het onderzoek al dan niet is hervat met instemming, moeten onbesproken blijven omdat
Wetboek van Strafvordering
Art. 434 Sv
Genoemd in 659 uitspraken · Officiële wettekst
659 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 21 · live
HR: art. 81.1 RO.
Strafmotivering. De vaststelling dat verdachte blijkens een hem betreffend UJD d.d. 21 maart 2012 “al eens onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit”, is niet zonder meer begrijpelijk aangezien voormeld UJD daarvoor geen steun biedt. De strafoplegging i
HR: 81.1 RO. Ambtshalve: strafoplegging art. 197 (oud) Sr en terugkeerrichtlijn. HR stelt ECLI:NL:HR:2013:BY3151 en ECLI:NL:HR:2013:705 voorop. Uit het bestreden arrest blijkt niet dat het Hof zich ervan heeft vergewist dat de stappen van de terugkeerprocedure zijn doorlopen. HR
Verontschuldigbare termijnoverschrijding bij instellen h.b.? De HR herhaalt de toepasselijke overweging uit ECLI:NL:HR:2004:AO5706. Het Hof heeft geoordeeld dat de omstandigheden waarop door de raadsman een beroep is gedaan, niet kunnen worden aangemerkt als bijzondere omstandigh
Profijtontneming. HR: 81.1 RO.
Slagende klacht strafmotivering. ‘s Hofs vaststelling “dat verdachte reeds vier maal eerder is veroordeeld ter zake soortgelijke feiten”, waarmee tot uitdrukking is gebracht dat die veroordelingen t.t.v. het tlglde onherroepelijk waren, is niet zonder meer begrijpelijk aangezien
Diplomatieke immuniteit. “Note Verbale” van 21 april 2011 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Bosnië en Herzegovina aan het Nederlandse Ministere van Buitenlandse zaken. Artt. 31.1, 32.1 en 2 en 37.1 Verdrag van Wenen. Casus: verdachte, zoon van een diploma
Tussenbeslissing. N.a.v. de klacht dat het p-v ttz. in h.b. in strijd met art. 327 Sv niet door de voorzitter is ondertekend heeft de AG bij de HR zich tot de voorzitter van het Hof gewend, hetgeen heeft geleid tot de toezending van een door de voorzitter ondertekend p-v van de t
Strafmotivering. Het UJD betreffende verdachte biedt geen steun aan ’s Hofs vaststelling “dat verdachte in 2009 nog een transactie voor rijden onder invloed van alcohol [heeft] betaald.”, zodat deze vaststelling niet zonder meer begrijpelijk is. De strafmotivering is evenmin begr
Profijtontneming. Gegronde klacht m.b.t. ontneming w.v.v. uit een feit waarvan betrokkene is vrijgesproken.
1. Afwijzing getuigenverzoek. Herstelmogelijkheid maatstaf. Regiezitting. 2. Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik. 3. Vordering beledigde partij. Schadevergoedingsmaatregel. Ad 1. Een tz. in h.b. kan worden aangemerkt als een 'regiezitting' indien die zitti
Betekening appeldagvaarding. Het middel faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag.
Uitlevering. HR: 81.1 RO.
Art. 327 Sv. Ondertekening p-v tz. HR verwijst naar HR NJ 2012/324. I.c. behoeft de omstandigheid dat het p-v bij ontstentenis van de raadsheer die over de zaak heeft geoordeeld niet meer overeenkomstig art. 327 Sv door deze kon worden vastgesteld en ondertekend, niet tot nietigh
Profijtontneming. Onderzoek naar afwezigheid raadsman betrokkene. Het Hof heeft kennelijk vastgesteld dat de mededeling van de zittingsdatum aan de raadsman slechts betrekking kon hebben op de ontnemingszaak, en dat in die mededeling per abuis de reeds geruime tijd daarvoor onher
N-o verklaring in h.b. Het Hof heeft klaarblijkelijk toepassing gegeven aan art. 416.2 Sv en daaraan ten grondslag gelegd dat de eerst op 8 maart 2012 ingediende appelschriftuur, gelet op art. 410.1 Sv niet als een appelschriftuur kan worden aangemerkt. Dat oordeel geeft blijk va
Beslag. De bestreden uitspraak houdt in strijd met art. 353.1 Sv geen beslissing in ten aanzien van inbeslaggenomen voorwerpen. Dit verzuim behoeft evenwel niet tot cassatie te leiden, aangezien de verdachte binnen de in art. 552a.3 Sv gestelde termijn van 3 mnd na de dag waarop
Jeugdzaak. 1. Uit art. 77h.1.b Sr vloeit voort dat het Hof ten onrechte voor de bewezenverklaarde overtredingen telkens de straf van jeugddetentie heeft opgelegd. 2. O.a.h.v. ’s Hofs oordeel dat het ongecontroleerde bezit van de motorscooter in strijd is met de wet is niet z.m. b
Wijziging tll en ‘hetzelfde feit’. Art. 313 Sv, art. 68 Sr, art. 21, aanhef en onder a, RVV 1990 en art 181.1 WVW 1994. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BM9102. Wijziging van een oorspronkelijk op art. 21, aanhef en onder a, RVV 1990 toegesneden tll. in een op art. 1
Strafoplegging. De strafoplegging is onbegrijpelijk, nu het Hof een gevangenisstraf heeft opgelegd die de door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd met 28 dagen overstijgt, terwijl het Hof in zijn strafmotivering heeft betrokken dat het niet wenseli
Strafmotivering. Gelet op de inhoud van de JD is de stafmotivering ontoereikend gemotiveerd.
Verzending afschrift appeldagvaarding aan raadsman. Art. 51 Sv. Uit de stukken vloeit het ernstige vermoeden voort dat t.a.v. de dagvaarding in h.b. het voorschrift vervat in art. 51 Sv niet is nageleefd. Dit in het belang van verdachte gegeven voorschrift is van zo grote beteken
HR: n-o, geen middelen.
Falende klacht over rechtsgeldigheid betekening dagvaarding in h.b..