Conclusie AG. Veroordeling voor o.a. verkrachting, wederrechtelijke vrijheidsberoving en gekwalificeerde doodslag. Middel 1 klaagt dat hof ten onrechte heeft volstaan met een opgave van bewijsmiddelen t.a.v. de gekwalificeerde doodslag. Middel 2 klaagt over het oordeel van het ho
Wetboek van Strafvordering
Art. 434 Sv
Genoemd in 659 uitspraken · Officiële wettekst
659 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Conclusie AG. Beklag, beslag ex art. 1:37.1 Algemene douanewet (Adw) op personenauto. Verzuim rechtbank de inspecteur van de Douane ex art. 1:37 lid 6 Adw in de gelegenheid te stellen te worden gehoord raakt volgens de AG een wezenlijke grondslag van de raadkamerprocedure. Dat ho
Snelheidsovertreding, art. 62 jo. bord A1 RVV 1990. Dubbel verstek. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b. omdat het te laat is ingesteld. Nadat eerdere aanhoudingsverzoeken zijn toegewezen, heeft Hof niet beslist op voorafgaand aan tz. in h.b. per fax gedaan aanhoudingsv
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op onder klager in zijn auto inbeslaggenomen voorwerpen, waaronder laptop met toebehoren. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep. 2. Maatstaf beklag art. 94 Sv-beslag. 3. Laptop met toebehoren niet inbeslaggenomen gelet op ontbreken kennisgeving van inbes
Conclusie AG over de vraag of uit de enkele omstandigheid dat de verdachte is medegedeeld dat tegen hem een vonnis is gewezen en hij naar de inhoud daarvan had kunnen informeren, volgt dat de einduitspraak hem bekend was en hij dus binnen veertien dagen na die mededeling hoger be
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedragen onder klager i.h.k.v. strafzaak tegen klager en zijn broers. 1. Termijn voor hernieuwd beklag, art. 552a.3 en 552a.4 Sv. 2. Ontvankelijkheid cassatieberoep na last tot teruggave, art. 134.1 en 116.1 Sv. Ad 1. N.a.v. de in de CAG opgewo
-
Opnemen bewijsmiddelen en art. 359.3 en 8. Sv. Het bestreden arrest bevat niet de op straffe van nietigheid voorgeschreven bewijsmiddelen houdende voor de bewezenverklaring redengevende f&o. Volgt vernietiging en terugwijzing.
1. Slagende bewijsklacht. 2. Strafmotivering. De strafoplegging is ontoereikend gemotiveerd, nu het Hof in de strafmotivering verwijst naar de inhoud van een UJD dat zich niet bij de stukken bevindt, terwijl de zich wel bij de stukken bevindende UJD’s noch de overige stukken van
Betekeningsperikelen. Achterhaald adres? Verdachte heeft bij het instellen h.b. een voormalig GBA-adres opgegeven. Uit het feit dat verdachte tot 20 september 2012 op dit adres in de GBA ingeschreven heeft gestaan, kon het Hof niet zonder meer afleiden dat verdachte dit bij het o
Alcoholslotprogramma (asp). HR verwijst naar ECLI:NL:HR:2015:1819. Daaruit volgt dat i.c. de raadsman van verdachte in de gelegenheid behoort te worden gesteld zijn stelling dat sprake is van dubbele vervolging in die zin dat verdachte t.z.v. hetzelfde feit de verplichting is opg
Ontvankelijkheid verdachte in h.b. Het Hof heeft geoordeeld dat verdachte te laat h.b. heeft ingesteld aangezien “uit het dossier geen aanwijzingen naar voren zijn gekomen waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de brief van verdachte, waaraan de machtiging tot het opmaken van een
Kennelijke misslag tll. Grondslagverlating? Het Hof heeft in de aanvulling de bewezenverklaarde pleegplaats verbeterd. De HR neemt i.c. aan dat als gevolg van een onmiskenbare misslag de alternatieven “en/of Amstelveen, in elk geval in Nederland” niet zijn opgenomen in ’s Hofs we
Betekening appeldagvaarding. Bij zijn onderzoek naar de naleving van art. 435.1 Sv heeft de HR vastgesteld dat verdachte van 6 nov. 2012 tot 7 mrt. 2014 ingeschreven stond in de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente X op het adres Y. Daaruit volgt dat de dagvaarding
1. Aanwezigheidsrecht. 2. “toebehorende aan”, art. 321 Sr. Ad 1. o.m. o.g.v. een “ID-staat SKDB” in het dossier moet worden aangenomen dat in het p-v ttz. a.g.v. een kennelijke misslag is opgenomen dat verdachte was gedetineerd. Ad 2. Zonder miskenning van de uitdrukking “toebeho
Verstekverlening. ’s Hofs kennelijke oordeel dat de vermelding van het kantooradres van de raadsman van de verdachte in de brief van de raadsman (schriftelijke volmacht) niet kan gelden als de opgave van een adres i.d.z.v. art. 588a.1.c Sv geeft niet blijk van een onjuiste rechts
Verstekverlening. De vermelding van het adres X in de appelakte kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als de opgave van een adres a.b.i. art. 588a.1.ahf.c Sv waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden. Uit de stukken van het geding kan niet blijken dat
Economische zaak. Strafoplegging. Het Hof, dat uitdrukkelijk heeft overwogen dat het rekening heeft gehouden met de financiële draagkracht van verdachte v.zv. deze ttz. is gebleken, heeft kennelijk geoordeeld dat de draagkracht van verdachte toereikend is om de opgelegde – voor d
Profijtontneming. Het oordeel van het Hof dat betrokkene t.t.v. de betekening van de oproeping voor de tz. in h.b. in de GBA op adres X was ingeschreven, is kennelijk gebaseerd op de vermelding van adres X in de “ID-staat SKDB”. Gelet op de inhoud van het aan de cassatieschriftuu
Betekening appeldagvaarding. De betekening van de dagvaarding in h.b. aan een ander die zich op het detentieadres bevond is strijdig met art. 588.1 sub a Sv.
Betekening appeldagvaarding. Van verdachte was t.t.v. het uitbrengen van de dagvaarding in h.b. niet een feitelijke woon-of verblijfplaats in Nederland maar wel een adres in het buitenland bekend. Noch de akte van uitreiking, noch enig ander gedingstuk houdt in dat de dagvaarding
Falende bewijsklacht. Kennelijk als gevolg van een misslag is een gedeelte van het - tot bewijs gebezigde - relaas van een verbalisant niet weergegeven in ’s Hofs arrest. De HR leest het arrest met herstel van die misslag. In die - verbeterde - lezing van de bestreden uitspraak k
Slagende betekeningsklacht. Het Hof heeft kennelijk zijn oordeel dat adres X het GBA-adres van verdachte t.t.v. de betekening van de dagvaarding voor de tz. in h.b. was, gebaseerd op de vermelding van dat adres in de “ID-staat SKDB”. Nu de vermelding van adres X in de ID-staat n
Art. 322.3 Sv. Het Hof heeft, nadat de zaak al inhoudelijk was behandeld op een eerdere tz., het o.ttz. hervat zonder instemming van de AG en de aanwezige verdachte. Dit heeft nietigheid van het onderzoek ttz. en de mede naar aanleiding daarvan gewezen einduitspraak tot gevolg.
Slagende betekeningsklacht. Behandeling bij verstek. Afschrift van de oproeping niet verzonden aan het in de verklaring a.b.i. art. 451a.1 Sv opgegeven adres. Uit de omstandigheid dat verdachte nadien op een (ander) GBA-adres bleek te zijn ingeschreven kon het Hof niet zonder mee