Art. 57 en 63 Sr. Het Hof had zich bij de strafoplegging i.c. ingevolge art. 63 Sr rekenschap moeten geven van de beperkingen die art. 57 Sr aan een cumulatie van straffen stelt. Het Hof heeft dit miskend door voor alle in beide zaken bewezenverklaarde misdrijven een gevangenisst
Wetboek van Strafvordering
Art. 434 Sv
Genoemd in 659 uitspraken · Officiële wettekst
659 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
De door het hof gegeven beslissingen zijn niet vastgelegd in een verkort arrest, doch in een “uittreksel” waarin slechts zijn opgenomen de kwalificaties van de bewezenverklaarde feiten, de data waarop en de plaatsen waar zij zijn begaan, de toepasselijke wetsartikelen alsmede het
Afwijzing verzoek om in het kader van de ontvankelijkheid van het h.b. de postbode die de mededeling uitspraak tevergeefs heeft aangeboden op een oud GBA-adres van verdachte als getuige te horen. Verdediging heeft in h.b. betwist dat verdachte degene was die volgens de akte van u
1. Bewijsklacht opzet. 2.Strafmotivering. Ad 1. Falende bewijsklacht betreffende opzet op mishandeling door met een glas in de hand in het gezicht te duwen. CAG: anders. Ad 2. De vaststelling dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld is niet z. m. begrijpelijk aangezien
Beroep op ne bis in idem, art. 68 Sr. HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:1985:AB9796 en verwerpt het beroep.
Betekening appeldagvaarding, art. 588a Sv. HR haalt ECLI:NL:HR:2012:BX4736 aan. Verdachte heeft in e.a. een adres opgegeven a.b.i. art. 588a.1 aanhef onder b Sv. Uit de omstandigheid dat i.h.k.v. de betekening van de appeldagvaarding bekend is geworden dat verdachte nadien op een
Ontvankelijkheid cassatieberoep. Instellen cassatie door gemachtigde griffiemedewerker op 18 februari 2013. Aangehechte volmacht is blijkens datumstempel op 5 februari 2013 ter strafgriffie ingekomen. Nu het dossier geen aanwijzingen bevat voor het oordeel dat het eerst op 18 feb
Art. 416 Sv. De in de brief van de Advocaat-Generaal bedoelde begeleidende brief houdt onder meer in dat op de rolzitting de voordracht van de zaak achterwege blijft en geen inhoudelijke behandeling van de zaak plaatsvindt, en dat de aanwezigheid van de raadsman en de verdachte o
Aanhoudingsverzoek i.v.m. ziekte verdachte. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AA5730. I.c. kan de enkele omstandigheid dat verdachte geen medische verklaring heeft overgelegd, de afwijzing van het aanhoudingsverzoek niet dragen.
Cassatie OM en verdachte. Promis. HR herhaalt de relevante overwegingen t.a.v. de promis-werkwijze uit HR LJN BA0424. Het Hof heeft in zijn bewijsmotivering f&o vermeld die het kennelijk redengevend heeft geacht voor de bewezenverklaring. De verwijzingen naar de bewijsmiddelen wa
Schadevergoedingsmaatregel. De klacht dat het het Hof niet vrijstond de sv-maatregel op te leggen o.g.v. de stelling dat de sv-maatregel niet mag worden opgelegd indien die oplegging niet ttz. aan de orde is geweest, faalt omdat die stelling geen steun vindt in het recht. De klac
Meerdere gekwalificeerde (pogingen tot) diefstallen. Schakelbewijs. Met de term schakelbewijs pleegt te worden aangeduid een bewijsvoering waarbij voor de bewezenverklaring van een feit mede redengevend wordt geacht de - uit één of meer b.m. blijkende - omstandigheid dat verdacht
Opvolgend raadsman toevoegen? Twee dagen voor de zitting bij het Hof, waarvoor verdachte de dagvaarding i.p. uitgereikt heeft gekregen, laat de raadsman weten de verdediging te hebben neergelegd. Ttz. verschijnt noch verdachte noch diens raadsman. Hof verleent verstek en verklaar
Betekeningsperikelen. Art. 588.2 Sv. Niet blijkt dat de appeldagvaarding is verzonden naar het van verdachte bekend zijnde adres in het buitenland. De HR verklaart de appeldagvaarding om doelmatigheidsredenen zelf nietig.
Het Hof heeft kennelijk bij vergissing in het dictum m.b.t. de vordering van de b.p. en de schadevergoedingsmaatregel een bedrag vermeld dat tien euro hoger is dan door de b.p. is gevorderd. Een kennelijke misslag als de onderhavige leent zich bij uitstek voor herstel door het Ho
Betekeningsperikelen. Achterhaald adres in de appelakte? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2002:AD5163. T.t.v. het instellen h.b. stond verdachte ingeschreven op het in de appelakte opgegeven adres (adres 1). Vervolgens heeft verdachte zich op een ander adres (adr
1. Betekening inleidende dagvaarding: uitreiking aan de griffier ex art. 588.1.b.3 Sv. Oordeel van het Hof dat niet sprake was van een bekende (feitelijke) woon- of verblijfplaats van de verdachte is niet onbegrijpelijk. Het door de verdachte bij de politie opgegeven adres was zi
Vervolg alcoholslotprogramma (asp). HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2015:434. Hetgeen in dat arrest is overwogen m.b.t. de strafvervolging van een verdachte t.z.v. het rijden onder invloed van alcoholhoudende drank, geldt ook in zaken betreffende de weigering va
Stukken van het geding in het ongerede geraakt. In cassatie moet het ervoor worden gehouden dat het dossier niet meer beschikbaar zal komen. Aangezien de bestreden uitspraak in cassatie niet kan worden getoetst, kan zij niet in stand blijven. De HR doet de zaak om doelmatigheidsr
’s Hofs oordeel dat de hardhandige aanhouding van verdachte door de politie niet disproportioneel is geweest, zodat geen sprake is van een vormverzuim dat tot strafvermindering zou kunnen leiden ex art. 359a Sv, is zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk. De ve
Conclusie AG. Vervoer cocaïne (art. 2 onder B Opiumwet) en medeplegen voorbereidingshandelingen cocaïnehandel (art. 10 lid 4 Opiumwet). Middelen over (1) overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, (2) strafmotivering en (3) motivering bewezenverklaring feiten 1 e
Art. 416.2 Sv (dubbel verstek) na veroordeling t.z.v. rijden na vordering tot overgifte rijbewijs, overtreding art. 9.7 WVW 1994. Aan cassatieschriftuur gehechte stelbrief van raadsman gericht aan ander Hof niet bij stukken, art. 51 (oud) Sv, thans art. 48 Sv. Doorzendplicht wann
Nietigheid dagvaarding in h.b.? De akte van uitreiking van de dagvaarding in h.b. bevindt zich niet bij de op de voet van art. 434.1 Sv toegezonden stukken en uit een brief van het Hof blijkt dat die akte in het ongerede is geraakt . In cassatie moet het er daarom voor worden geh
Ne bis in idem. Rijden onder invloed en rijden zonder rijbewijs ‘hetzelfde feit’ als bedoeld in art. 68 Sr?. Art. 8 en art. 107 WVW 1994 verschillen in zoverre van strekking dat art. 8 WVW 1994 strekt tot bescherming van de verkeersveiligheid, terwijl in art. 107 WVW 1994 het re
Redelijkerwijs moet weten dat rijbewijs ongeldig is verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van verdachte is aangetekend aan verdachte verzonden en vervolgens retour gekomen met de mededeling “niet afgehaald”. Uit de enkele omstandigheid dat