Klacht over niet-ontvankelijkverklaring in het hoger beroep. Schriftelijke machtiging ex. art. 588.3.b Sv. Nu verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft betwist dat hij de persoon aan wie de inleidende dagvaarding is uitgereikt, schriftelijk heeft gemachtigd die dagvaardi
Wetboek van Strafvordering
Art. 434 Sv
Genoemd in 659 uitspraken · Officiële wettekst
659 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 20 · live
HR: 81 RO. Ambtshalve: de bestreden uitspraak bevat geen beslissing op de vordering van de b.p. X. HR herhaalt relevante overweging uit HR LJN AT1812 met betrekking tot het gehouden zijn omtrent de vordering van een b.p. een met redenen omklede beslissing te nemen. De bestreden u
Profijtontneming. Schikkingsovk., art. 511c Sv. Vertrouwensbeginsel. Casus: De OvJ en de betr. komen ttz. in e.a. een schikking overeen, waarbij is bepaald dat de betr. een bedrag betaalt en de OvJ de ontnemingsvo. intrekt. Het p-v van de tz. houdt in dat de ontnemingszaak na de
Ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep. Art. 450 Sv. Gelet op de inhoud van de brief van de verdachte aan de Rechtbank had deze brief behoren te worden opgevat als een bijzondere volmacht in de zin van art. 450.1.b Sv. De omstandigheid dat deze brief van de verdachte niet vol
1. Uitspraak in het openbaar? 2. Aanwezigheid AG bij de uitspraak. Ad 1. Het middel, dat niet klaagt dat zich bij de stukken geen separaat p-v betreffende de uitspraak bevindt, welke klacht zou zijn afgestuit op het Procesreglement, klaagt dat uit het p-v van de tz niet blijkt da
Beklag, art. 552p Sv, art. 23 Sv. O.g.v. een Chinees rechtshulpverzoek is een doorzoeking verricht waarbij stukken van overtuiging zijn inbeslaggenomen. Middel klaagt o.m. dat de Rechtbank ten onrechte de belanghebbende niet heeft gehoord op de vordering tot verlof a.b.i. art. 55
Beklag, art. 552p Sv, art. 23 Sv. O.g.v. een Chinees rechtshulpverzoek is een doorzoeking verricht waarbij stukken van overtuiging zijn inbeslaggenomen. Middel klaagt o.m. dat de Rechtbank ten onrechte de belanghebbende niet heeft gehoord op de vordering tot verlof a.b.i. art. 55
Profijtontneming. 1. Bewijsmiddelen mbt schatting wederrechtelijk verkregen voordeel. 2. Art. 327 Sv. Ad 1. HR stelt voorop dat ingevolge art. 511a.2, Sv jo. art. 415 Sv, waarin art. 359 Sv van overeenkomstige toepassing is verklaard, de uitspraak van het Hof op een vordering als
Strafmotivering. HR herhaalt toepasselijke overweging uit HR LJN AU1993. De strafoplegging is ontoereikend gemotiveerd, nu het Hof in de strafmotivering verwijst naar de inhoud van een UJD dat zich niet bij de stukken bevindt en naar een verklaring van verdachte ter terechtzittin
Afzien van hernieuwde oproeping niet verschenen getuige. ’s Hofs oordeel dat onaannemelijk is dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat de ge
Bewijs opzet. In de nadere bewijsoverweging genoemde feiten en omstandigheden. In de bewijsoverweging heeft het Hof feiten en omstandigheden opgenomen die het redengevend heeft geacht voor de bewezenverklaring. Nu de gebezigde bewijsmiddelen niets inhouden omtrent deze feiten en
Profijtontneming. Ontvankelijkheid in hoger beroep. Art. 416.2 Sv. Gelet op de inhoud van een door het Hof aan de verdachte verzonden brief waarvan de inhoud bezwaarlijk anders kan worden verstaan dan dat de ontnemingszaak in ieder geval op een latere terechtzitting verder - en d
Ad informandum. Strafmotivering. Gelet op het procesverloop, meer i.h.b. de door de Rb in aanmerking genomen ad info feiten en hetgeen omtrent die feiten in h.b. is verhandeld en voorts gelet op de door de Rb en het Hof opgelegde straffen, had het Hof niet in het ongewisse mogen
Profijtontneming. Draagkracht. De motivering van het Hof is niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat de raadsman zich wat betreft de draagkracht heeft gerefereerd. Conclusie AG: anders.
Afwijzing getuigenverzoek. Het middel is terecht voorgesteld op de gronden vermeld in de conclusie van de A-G.
Economische zaak. 1. Afwijzing aanhoudingsverzoek. 2. Verjaring. Artt. 70, 71 en 72 Sv. Ad 1: HR herhaalt relevante overwegingen t.a.v. een verzoek ex art. 278.3 Sv uit HR LJN AT5663. Hof heeft gemotiveerd beslist op aanhoudingsverzoek. Gelet op hetgeen de raadsman ter onderbouw
Bevestiging vonnis. Aan verdachte is de oproeping om te verschijnen op de tz. in h.b. naar aanleiding waarvan het bestreden arrest is gewezen, tijdig en op de bij de wet voorgeschreven wijze betekend. Blijkens het p-v t.t.z. is verdachte aldaar niet verschenen. Gelet op dit e.e.a
Ontoereikend gemotiveerde verwerping van gevoerd verweer inhoudende dat bij verdachte het gerechtvaardigde vertrouwen is gewekt dat i.c. met een sanctiebeschikking zou worden volstaan i.p.v. hem te dagvaarden.
Bewijsklachten. De bewezenverklaring, vzv. behelzende dat het verdachte is geweest die het feit heeft begaan, kan niet zonder meer worden afgeleid uit de bewijsvoering.
Art. 416.2 Sv. Het Hof verklaart verdachte n-o in het h.b. HR: Gelet op een brief is ’s Hofs vaststelling dat verdachte het h.b. niet bij schriftuur heeft toegelicht niet begrijpelijk.
Strafmotivering. HR: ’s Hofs overwegingen bevatten i.s.m. art. 359.6 Sv geen opgave van redenen die in het bijzonder hebben geleid tot de keuze van het opleggen van een vrijheidsbenemende straf (hechtenis). Conclusie AG: anders.
Toewijzing vordering b.p. en oplegging schadevergoedingsmaatregel. In aanmerking genomen a. dat de aantekening van het mondelinge vonnis van de Pr niet een toewijzing inhoudt van de door de b.p. gevorderde schadevergoeding en b. niet blijkt dat de b.p. zich op de voet van art. 42
1. Toepassing art. 423.1 Sv (vernietiging/bevestiging door Hof van vonnis in 1e aanleg) na inwerkingtreding Wet stroomlijnen hoger beroep. 2. Kwalificatie. Ad 1. De HR beschrijft de strekking van de Wet stroomlijnen hoger beroep en de praktijk m.b.t. de toepassing van art. 423 Sv
Aanwezigheidsrecht. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AD5163. Uit de stukken kan niet blijken dat de appeldagvaarding aan het in de appelakte vermelde adres is toegezonden. Dit brengt mee dat het Hof heeft verzuimd blijk te geven te hebben onderzocht of er reden wa
Bewijsoverweging. HR herhaalt relevante overwegingen t.a.v. in een bewijsoverweging genoemde, voor de bewezenverklaring redengevend geachte f&o uit HR LJN BA5851. ’s Hofs oordeel over de plaats waar de s.o’s zich bevonden, voldoet daaraan. De opvatting dat het Hof in zijn nadere