OM-cassatie. 1. Valsheid in geschrifte. Art. 225 Sr. 2. Opzet valselijk opmaken van een geschrift. Art. 225 Sr. Ad. 1. Het Hof heeft vastgesteld dat in de in de tll. bedoelde legal opinions is vermeld dat het verstrekken van garanties, resp. een garantie, t.b.v. derden niet speci
Wetboek van Strafvordering
Art. 433 Sv
Genoemd in 57 uitspraken · Officiële wettekst
57 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Profijtontneming. 1. OM-cassatie. 2. Cassatie betrokkene. Ad 1. ’s Hofs kennelijke oordeel dat de bedrijfskosten van betrokkene gedurende het ‘boekjaar 2001-2002’ kunnen worden toegerekend aan zowel de legale als illegale bedrijfsactiviteiten en dat in het ‘resultaat voor belasti
OM-cassatie. Economisch delict. In het licht van de omstandigheid dat het Hof ervan is uitgegaan dat van een schijnconstructie sprake is, is diens oordeel dat de verstrekte adviezen en de onduidelijkheid over de toepassing van de bij en krachtens de Wet herstructurering varkensho
OM-cassatie en cassatie verdachte. Beklag. Middel OM: HR geeft toetsingskader m.b.t. het door de Rb. verlenen van verlof a.b.i. art. 552p.2 Sv. Volgens art. 552p.2 worden in de daar bedoelde gevallen de daar vermelde stukken en gegevensdragers ter beschikking gesteld aan de OvJ o
Ontvankelijkheid verdachte. De i.h.k.v. een incidenteel cassatieberoep a.b.i. in art. 433.2 Sv ingediende schriftuur houdt in dat beroep is ingesteld voor het geval de HR “het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie mocht honoreren”. Die voorwaarde is niet vervuld omdat het OM
OM-cassatie. 1. Toetsing in cassatie. 2. Ontvankelijkheid incidenteel cassatieberoep. Ad 1. In cassatie kan niet worden onderzocht of de feitenrechter die verdachte o.g.v. zijn feitelijke waardering van het bewijsmateriaal heeft vrijgesproken, terecht tot dat oordeel is gekomen.
OM-cassatie en cassatie klagers. Beschikking verschoningsrecht. Klaagschrift van beslagene, verschoningsgerechtigde. Geheimhouderstukken. Art. 98 en art. 218 Sv. Doorzoeking in kantoor van notaris en kandidaat-notaris i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek naar verdenking t.a.v. klag
Rookverbod in de horeca. OM-cassatie en cassatie verdachte. 1. Uitleg art. 11a.4 Tabakswet. 2. Verbindendheid art. 3 Besluit uitvoering rookvrije werkplek, horeca en andere ruimten (Besluit). I.c. gaat het in de kern om de vraag of onder de verwijzing in art. 11a.4 Tabakswet naar
OM-cassatie en incidenteel beroep verdachte. Economische zaak. Verdachte n-o in incidenteel beroep omdat OM principaal beroep heeft ingetrokken. Samenhang met 20/02903 en 20/01803.
OM-cassatie. 1. Valsheid in geschrifte. Art. 225 Sr. 2. Opzet valselijk opmaken van een geschrift. Art. 225 Sr. Ad. 1. Het Hof heeft vastgesteld dat in de in de tll. bedoelde legal opinions is vermeld dat het verstrekken van garanties, resp. een garantie, t.b.v. derden niet speci
Profijtontneming. 1. OM-cassatie. 2. Cassatie betrokkene. Ad 1. ’s Hofs kennelijke oordeel dat de bedrijfskosten van betrokkene gedurende het ‘boekjaar 2001-2002’ kunnen worden toegerekend aan zowel de legale als illegale bedrijfsactiviteiten en dat in het ‘resultaat voor belasti
OM-cassatie. Bij de behandeling van de zaak in hoger beroep is door de raadsman aangevoerd dat nadat op last van de burgelijke rechter op vordering van de Ontvanger de verdachte is gegijzeld teneinde zijn belastingschuld te voldoen danwel adequate gegevens te verstrekken, het het
OM-cassatie. Wet personenvervoer 2000 & Besluit Personenvervoer 2000. Het Hof heeft zijn beslissing zich onbevoegd te verklaren van de zaak kennis te nemen gegrond op het oordeel dat het voorschrift gesteld bij art. 127.1 onder c BPV 2000 zijn wettelijke grondslag vindt in art. 1
OM-cassatie. Ontvankelijkheid appel. Ogv art. 408.1.a Sv moet appel binnen 14 dgn na de einduitspraak worden ingesteld, indien de dgv om ttz te verschijnen aan verdachte in persoon is betekend. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat de dgv van verdachte in 1e aanleg in de zaak
OM-cassatie. 1. Toetsing in cassatie. 2. Ontvankelijkheid incidenteel cassatieberoep. Ad 1. In cassatie kan niet worden onderzocht of de feitenrechter die verdachte o.g.v. zijn feitelijke waardering van het bewijsmateriaal heeft vrijgesproken, terecht tot dat oordeel is gekomen.
-
-
-
-
-