Conclusie AG. Verstek en aanwezigheidsrecht. Art. 5 EU-rechtshulpovereenkomst, art. 6 EVRM en art. 8 Richtlijn (EU) 2016/343. Hof heeft verstek verleend na retourzending vanuit het buitenland van dagvaarding in hoger beroep. Inspanningsverplichting om verdachte te lokaliseren met
Wetboek van Strafvordering
Art. 432 Sv
Genoemd in 106 uitspraken · Officiële wettekst
106 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Conclusie plv. AG. Rijden met een ingevorderd rijbewijs. Middel over strafmotivering faalt. Middel over overschrijding inzendtermijn slaagt. Verder middel over betekening van de appeldagvaarding in België. Geen inschrijving buitenlands adres in de Basisregistratie personen. Gekla
Conclusie AG. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep. E-mailbericht waarmee de raadsman namens de verdachte het cassatieberoep heeft ingesteld, is niet rechtsgeldig nu het e-mailbericht niet de verklaring van de raadsman bevat dat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmacht
Conclusie AG. Betekeningsperikelen. De AG meent vooreerst dat de verdachte in het cassatieberoep ontvankelijk is. De klacht dat het hof ten onrechte de dagvaarding niet nietig heeft verklaard slaagt volgens de AG. Uit de stukken kan namelijk niet blijken dat rechtstreekse toezend
Conclusie AG. Termijn instellen cassatieberoep, art. 432.2 Sv. Uit stukken van geding kan worden afgeleid dat arrest hof op 25 juli 2013 in persoon aan de verdachte is betekend, terwijl beroep in cassatie eerst op 26 juni 2020 is ingesteld. Conclusie strekt tot niet-ontvankelijkv
Opzettelijk gebruik maken van niet op zijn naam gesteld reisdocument, art. 231.2 Sr. Middelen over 1. schending aanwezigheidsrecht in h.b. en 2. overschrijding redelijke termijn nu verstekmededeling niet binnen één jaar rechtsgeldig is betekend. HR: art. 81.1 RO.
Cassatieberoep te laat ingesteld, art. 432.2 Sv. In art. 432.2 Sv is bepaald dat cassatieberoep moet worden ingesteld binnen 14 dagen nadat zich omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat uitspraak verdachte bekend is. Akte cassatie houdt in dat verdachte zelf ter gri
Cassatieberoep te laat ingesteld, art. 432.2 Sv. In art. 432.2 Sv is bepaald dat cassatieberoep moet worden ingesteld binnen 14 dagen nadat zich omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat uitspraak verdachte bekend is. Akte cassatie houdt in dat verdachte zelf ter gri
Conclusie AG. Verdachte woonachtig in België. Betekening mededeling uitspraak en zogenoemde rode kaart. De AG geeft de Hoge Raad in overweging de verdachte in het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren.
Te laat ingesteld cassatieberoep, verdachte n-o.
Diefstallen (art. 310 Sr) en vernieling (art. 350.1 Sr). Veroordeling uit 2004. 1. Overschrijding redelijke termijn bij betekening verstekarrest; 2. verjaring. Ad 1. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2008:BD2578 t.a.v. overschrijding van de redelijke termijn doordat het OM bij de ex art. 36
1. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Cassatieberoep tijdig ingesteld, nu handgeschreven brief verdachte in Engelse taal is gedateerd vóór arrest Hof en latere herstelakte bijna jaar na arrest is opgemaakt? 2. Ontbreken stukken betekening oproeping nadere tz. in h.b. Ad 1. HR gaat
Afschrift aan de raadsman van alle stukken die ter kennis van de verdachte worden gebracht ex art. 51 Sv. Hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk (ex art. 416.2 Sv). Bij de stukken van het geding bevindt zich een ontvangstbevestiging van de strafgriffie van het Hof, aan de
Slagende bewijsklacht art. 30.4 WAM. Uit de bm kan niet worden afgeleid dat de verdachte heeft gereden.
Vervolgingsuitlevering naar de VS. De Rechtbank heeft tot uitdrukking gebracht dat niet is voldaan aan de door art. 9.3b, van het toepasselijke Verdrag gestelde eis dat bij een verzoek tot uitlevering van een persoon die wordt gezocht met het oog op vervolging, het bewijsmateriaa
Vervolgingsuitlevering naar de VS. De Rechtbank heeft tot uitdrukking gebracht dat niet is voldaan aan de door art. 9.3b, van het toepasselijke Verdrag gestelde eis dat bij een verzoek tot uitlevering van een persoon die wordt gezocht met het oog op vervolging, het bewijsmateriaa
Niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in hb. Volgens de akte van uitreiking m.b.t. de inleidende dagvaarding (dgv) is de dgv uitgereikt aan schriftelijk gemachtigde maar op de akte ontbreken de omschrijving en nummer van het legitimatiebewijs en de schriftelijke machtiging be
Ontvankelijkheid cassatieberoep. De akte van uitreiking in persoon betreffende de mededeling uitspraak is voorzien van de personalia van verdachte, van diens ondertekening alsmede van een parketnummer, overeenkomend met dat van ‘s hofs arrest van 3-4-01, terwijl het tevens een in
Uit het zich bij de stukken bevindend gratieverzoek moet worden afgeleid dat verdachte op 18-1-01 op de hoogte was van de bestreden uitspraak. Daarom kan verdachte in het op 25-5-05 ingestelde beroep gelet op art. 432.2 Sv, niet worden ontvangen. Aan verdachte na het verstrijken
Uit het zich bij de stukken bevindend gratieverzoek moet worden afgeleid dat verdachte op 18-1-01 op de hoogte was van de bestreden uitspraak. Daarom kan verdachte in het op 25-5-05 ingestelde beroep gelet op art. 432.2 Sv, niet worden ontvangen. Aan verdachte na het verstrijken
Verstek; aanwezigheidsrecht; correspondentie met ressortsparket. 1. Indien de dagvaarding van een verdachte die is ingeschreven in een GBA of wiens feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland of wiens adres in het buitenland bekend is, rechtsgeldig is betekend en verdachte no
Aan verdachte is ism art. 41.1a Sv, nadat de zaak door het hof naar de rb was verwezen, niet ambtshalve een raadsman toegevoegd. 's Hofs oordeel dat dat verzuim i.c. niet aan de geldigheid van het onderzoek in eerste aanleg in de weg staat, is onjuist noch onbegrijpelijk. Bij dat
Toepassing art. 279 Sv. Direct na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting is dat op verzoek van de gemachtigde raadsman ex art. 278 lid 4 Sv geschorst. Het hof is gelet op art. 280 lid 1 Sv noch toegekomen aan de vraag of de zaak bij verstek kon worden behandeld noch of het