Conclusie AG. Middel klaagt vanuit verschillende gezichtspunten over mankementen van het onderzoek ter terechtzitting. Proces-verbaal terechtzitting als enige kenbron van hetgeen ter terechtzitting is voorgevallen. Niettemin klaarblijkelijk sprake van onjuistheid met betrekking t
Wetboek van Strafvordering
Art. 425 Sv
Genoemd in 53 uitspraken · Officiële wettekst
53 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Afstand van rechtsmiddel, art. 381.1 Sv. Na veroordeling door Pr tot 2 weken voorwaardelijke gevangenisstraf t.z.v. overtreding art. 9.2 WVW 1994 doet niet van rechtsbijstand voorziene verdachte ttz. afstand van recht op hoger beroep. Bijzondere omstandigheden die aanleiding geve
Conclusie plv. AG. Staandehouding auto met Bulgaars kenteken in het kader van het zogeheten project ‘Moelander’, waarin aandacht wordt gevraagd om voertuigen te controleren uit Midden en Oost Europa. Middel over oordeel hof dat de staandehouding van verdachte rechtmatig is en voo
Medeplegen diefstal (meermalen gepleegd) door samen met toenmalige partner speelgoed weg te nemen uit winkel. 1. Aantekening mondeling arrest enkelvoudige kamer Hof bevat geen strafmotivering, art. 425.3 Sv jo. 3.j Regeling aantekening mondeling vonnis. 2. Ambtshalve: Geen beslis
Overtreding van art. 8.3.a. WVW 1994 (rijden onder invloed van alcohol). Falende klachten over: 1. opgelegd alcoholslotprogramma en geldboete, 2. niet opmaken zittings-p-v en niet aantekenen arrest in p-v. HR: art. 81.1 RO. Klacht over omstandigheid dat bij de behandeling van de
Verontschuldigbare termijnoverschrijding i.v.m. de psychische gesteldheid van verdachte. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2004:AN8587 m.b.t. verontschuldigbare termijnoverschrijding. Gelet hierop alsmede gelet op hetgeen door de raadsman is aangevoerd had het hof
Gedeeltelijke bevestiging amv Pr door MK Hof. Mag een amv, die wat betreft de inhoud van de gebezigde bwm in overeenstemming met de Regeling amv door Pr, Kr, Eco. Pr, Kr en EK in h.b. (Stcrt. 1996, 197) verwijst naar het pv tz en andere processtukken slechts in het geval a.b.i. a
HR: art. 80a RO. De aan het middel ten grondslag liggende opvatting dat in de aantekening van het mondeling arrest wat betreft de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen slechts in het geval als bedoeld in art. 359.3 tweede volzin, Sv (bekennende verdachte) mag worden verwezen naa
Aantekening mondeling arrest, artt. 327 Sv, 425 Sv en 426 Sv. Het pv waarin het arrest, strekkende tot n-o verklaring van verdachte, is aangetekend is niet ondertekend door de raadsheer die over de zaak heeft geoordeeld. I.c. is de inhoud van de aantekening mondeling arrest in da
Klacht over niet-ontvankelijkverklaring in het hoger beroep. Schriftelijke machtiging ex. art. 588.3.b Sv. Nu verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft betwist dat hij de persoon aan wie de inleidende dagvaarding is uitgereikt, schriftelijk heeft gemachtigd die dagvaardi
1. Uitspraak in het openbaar? 2. Aanwezigheid AG bij de uitspraak. Ad 1. Het middel, dat niet klaagt dat zich bij de stukken geen separaat p-v betreffende de uitspraak bevindt, welke klacht zou zijn afgestuit op het Procesreglement, klaagt dat uit het p-v van de tz niet blijkt da
De klacht dat de bestreden uitspraak ten onrechte niet volgens de daaraan te stellen regels is aangetekend in het p.v. van de t.z. in h.b. alsmede dat ten onrechte is volstaan met een verkort p.v. van de t.z. is op de gronden als vermeld in de conclusie AG onder 3.3 tot en met 3.
Art. 412.2 Sv. Oproeping/dagvaarding h.b. Na nietigverklaring van de dagvaarding in h.b. is volstaan met oproeping van verdachte voor de tz. in hb. De in art. 412.2 Sv bedoelde oproeping ziet op de mogelijkheid van een aanstonds bij het instellen van appel uit te reiken oproeping
Art. 322.3 Sv. Nu uit het laatste pv. ttz. niet blijkt dat de AG bij het Hof en verdachte hebben ingestemd met hervatting van het o.ttz. had het Hof op die zitting het onderzoek opnieuw moeten aanvangen. Volgt vernietiging.
Art. 359.3 Sv. Opgave van bewijsmiddelen bij bekennende verdachte. De opvatting dat in de aantekening van het mondeling arrest wat betreft de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen slechts in het geval van een bekennende verdachte mag worden verwezen naar de processtukken, vindt
HR: art. 81 RO.
Veroordeling WAM-feit en toewijzing van drietal vorderingen TUL. Het middel dat kennelijk berust op de opvatting dat ingeval tegen een zodanig vonnis hb is ingesteld, de dagvaarding in hb moet vermelden dat het oz in hb zich ook zal uitstrekken tot de in e.a. gedane vordering(en)
Art. 36f Sr. Het Hof heeft kennelijk bij vergissing in het dictum van de bestreden uitspraak opgenomen dat de verplichting tot betaling aan de Staat van EUR 433,- t.b.v. het slachtoffer een bijzondere voorwaarde betreft. De HR verbetert de bestreden uitspraak in zoverre.
HR ambtshalve. Strafoplegging. Art 425.2 (oud) Sv. Bij het vonnis in EA is verdachte veroordeeld tot een geldboete. Met de veroordeling van verdachte tot hechtenis is de enkelvoudige kamer van het Hof gelet op het hier nog van toepassing zijnde art. 425.2 (oud) Sv buiten haar bev
HR ambtshalve. Strafoplegging. Art 425.2 (oud) Sv. Bij het vonnis in EA is verdachte veroordeeld tot een geldboete. Met de veroordeling van verdachte tot hechtenis is de enkelvoudige kamer van het Hof gelet op het hier nog van toepassing zijnde art. 425.2 (oud) Sv buiten haar bev
Art. 3 van de Regeling aantekening mondeling vonnis door politierechter, kinderrechter, economische politierechter, de kantonrechter en de enkelvoudige kamer voor de behandeling van strafzaken in hoger beroep van 2-10-1996 houdt niet in dat van de bevoegdheid om in de aantekening
Art. 3 van de Regeling aantekening mondeling vonnis door politierechter, kinderrechter, economische politierechter, de kantonrechter en de enkelvoudige kamer voor de behandeling van strafzaken in hoger beroep van 2-10-1996 houdt niet in dat van de bevoegdheid om in de aantekening
De Regeling aantekening mondeling vonnis door politierechter, kinderrechter, economische politierechter, kantonrechter en enkelvoudige kamer voor de behandeling van strafzaken in hoger beroep van 2 oktober 1996 (Stcrt. 1996, 197) houdt niets in omtrent de toepassing van het voor
De Regeling aantekening mondeling vonnis door politierechter, kinderrechter, economische politierechter, kantonrechter en enkelvoudige kamer voor de behandeling van strafzaken in hoger beroep van 2 oktober 1996 (Stcrt. 1996, 197) houdt niets in omtrent de toepassing van het voor
Bijzondere voorwaarde ex art. 14c Sr: zich gedurende proeftijd (2 jr) stellen onder toezicht Reclassering NL en zich gedragen naar dier aanwijzing zolang deze instelling dat nodig vindt, ook indien die inhoudt een opname in KIB De Meren en/of Jellinek. De beslissing of zich de no