1. Omvang onderzoek na ver- of terugwijzing door HR. 2. Rekening houden bij strafoplegging met omstandigheid die mogelijk een zelfstandig strafbaar feit oplevert. Ad 1. Ex art. 422.1 Sv dient de beraadslaging in appel te geschieden n.a.v. het onderzoek ter terechtzitting in appel
Wetboek van Strafvordering
Art. 422 Sv
Genoemd in 156 uitspraken · Officiële wettekst
156 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
1. Art. 552a Sv-procedure. Onmiddellijkheidsbeginsel en beginselen van behoorlijke procesorde. 2. Art. 98 Sv, verschoningrecht notaris bij doorzoeking. Zeer uitzonderlijke omstandigheden. Ad 1. De wetsgeschiedenis biedt geen steun aan de opvatting dat bij toestemming van zowel de
1. Beroep op nietigheid inleidende dagvaarding mogelijk indien verdachte n-o wordt verklaard in het h.b.? Art. 422 en 416.2 Sv. 2. Beroep op overschrijding redelijke termijn na uitspraak Hof. Ad 1. Ex art. 422 Sv is het Hof slechts gehouden tot de beraadslaging a.b.i. art. 348 en
Niet-naleving art. 322.3 Sv, instemming hervatting onderzoek bij gewijzigde samenstelling na schorsing. Het p.v. tz. houdt in dat het onderzoek is hervat in de stand waarin het zich bevond t.t.v. de schorsing daarvan doch houdt niet in dat de AG en verdachte daarmee hebben ingest
Profijtontneming. Artt. 422 en 416.2 Sv. Nu onder de vraag van art. 422.1 Sv “of het hoger beroep is ingesteld overeenkomstig de eisen die dit wetboek daaraan stelt” mede moet worden begrepen het in art. 416.2 beschreven geval, volgt uit art. 422 Sv dat de beraadslaging in h.b.
Mishandeling levensgezel (meermalen gepleegd). Hof in eindarrest gebonden aan eerder oordeel van Hof in tussenarrest m.b.t. ontvankelijkheid OM? Herhaald beroep op niet-ontvankelijkheid OM in de vervolging gegrond op de omstandigheid dat een verbalisant, die een belangrijk aandee
Het oordeel van het hof dat de zaak in hoger beroep moet worden berecht met inachtneming van het eerdere tussenarrest — in casu inzake verwerping van het beroep op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie — is onjuist.
Conclusie plv. AG. Art. 422.2 Sv. Het p-v van het ottz in h.b. houdt in dat het “arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting”. Kan hieruit worden afgeleid dat het arrest niet mede is gewezen naar aanleiding van het onderzoek in eerste aanleg? De plv.
Beraadslaging n.a.v. ottz. Art. 422.1 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2006:AY9214 m.b.t. het feit dat niet-naleving van het voorschrift dat de rechter beraadslaagt n.a.v. het ottz. in de wet niet uitdrukkelijk met nietigheid is bedreigd en zodanige nietighei
Medeplegen van: poging tot moord, poging tot doodslag en voorhanden hebben van machinegeweer. Falende bewijsklachten m.b.t. poging tot moord en poging tot doodslag en falende klachten over het niet hebben voorgelezen van de schriftelijke vordering AG tz., het zich niet bij de stu
Beraadslaging in h.b. n.a.v. onderzoek ttz. in h.b. en in e.a., art. 422.1 Sv. Middel miskent dat geen rechtsregel Hof noopte met zoveel woorden in zijn arrest tot uitdrukking te brengen dat het overeenkomstig voorschrift van art. 422.1 Sv heeft beraadslaagd n.a.v. zowel onderzoe
Beraadslaging in h.b. n.a.v. onderzoek ttz. in h.b., art. 422.2 Sv. Arrest Hof houdt in: "Dit arrest is gewezen n.a.v. het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep." Ex art. 422.2 Sv dient de beraadslaging in h.b. te geschieden n.a.v. het onderzoek ttz. in h.b. alsmede het
Aanhoudingsverzoek raadsvrouwe op de grond dat zij verhinderd is wegens andere zaak voorafgaand aan tz. per e-mail gedaan en afgewezen. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2005:AT5663 inhoudende dat de uiteindelijke beslissing op een aanhoudingsverzoek ttz. dient te
Profijtontneming. Artt. 422 en 416.2 Sv. Nu onder de vraag van art. 422.1 Sv “of het hoger beroep is ingesteld overeenkomstig de eisen die dit wetboek daaraan stelt” mede moet worden begrepen het in art. 416.2 beschreven geval, volgt uit art. 422 Sv dat de beraadslaging in h.b.
Conclusie AG. Profijtontneming. Hof heeft betrokkene o.g.v. art. 416 lid 2 Sv niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. Falend middel dat het hof had moeten overgaan tot een inhoudelijke behandeling omdat de dagvaardingstermijn in eerste aanleg niet in acht is genomen. Co
Conclusie AG. Hof heeft verdachte o.g.v. art. 416 lid 2 Sv niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. Falend middel dat het hof had moeten overgaan tot een inhoudelijke behandeling omdat de dagvaardingstermijn in eerste aanleg niet in acht is genomen. Conclusie strekt tot
Conclusie AG. Profijtontneming. Geerings-jurisprudentie. Het eerste middel, inhoudende dat het hof bij de schatting van het w.v.v. voordeel dat is gerelateerd aan een in de hoofdzaak gegeven vrijspraak heeft betrokken, faalt. Het tweede middel, dat de klacht behelst dat het hof z
Conclusie AG. Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep. De eerste klacht houdt in dat het onderzoek ter terechtzitting nietig is, omdat de verdachte niet is ondervraagd en niet het recht is gelaten om als laatste het woord te voeren. De tweede klacht komt op tegen
Conclusie AG. Betekeningsklacht. Betekening cfm het bepaalde in art. 36e.2 onder a en b Sv. Verzending van een afschrift kon gelet op art. 36g.3 onder c Sv achterwege blijven. Tot een onderzoek naar de betekening in e.a. was het hof niet gehouden nu art. 416.2 Sv is toegepast. De
Conclusie AG. 1. Betekeningsperikelen. Hof stelt ander adres van verdachte vast dan de adressen waarop is gepoogd de dagvaarding uit te reiken. 2. Art. 416 lid 2 Sv. Klacht over oordeel hof dat het ambtshalve geen redenen ziet voor inhoudelijke behandeling van zaak. Conclusie str
Conclusie plv. AG. Twee middelen. 1. Afwijzing aanhoudingsverzoek. 2. Art. 416.2 Sv. Ad 1. Schending aanwezigheidsrecht verdachte door afwijzing aanhoudingsverzoek zonder belangenafweging? Vergt een aanhoudingsverzoek door een niet-gemachtigd raadsman een uitdrukkelijke instructi
Mishandeling levensgezel (meermalen gepleegd). Hof in eindarrest gebonden aan eerder oordeel van Hof in tussenarrest m.b.t. ontvankelijkheid OM? Herhaald beroep op niet-ontvankelijkheid OM in de vervolging gegrond op de omstandigheid dat een verbalisant, die een belangrijk aandee
Verkorting wettelijke oproepingstermijn ex art. 265.2 Sv jo. 320.3 Sv en 415.1 Sv: toestemming door verdachte rechtspersoon? Aan de oproeping voor de nadere tz. in h.b. is gehecht een akte van uitreiking inhoudende dat die oproeping drie dagen voor die tz. is uitgereikt aan A, of
OM-cassatie. Wet personenvervoer 2000 & Besluit Personenvervoer 2000. Het Hof heeft zijn beslissing zich onbevoegd te verklaren van de zaak kennis te nemen gegrond op het oordeel dat het voorschrift gesteld bij art. 127.1 onder c BPV 2000 zijn wettelijke grondslag vindt in art. 1
Geen responsieplicht op verweer of standpunt dat in eerste aanleg is gevoerd, maar in hoger beroep niet uitdrukkelijk is herhaald. De omstandigheid dat de behandeling in hoger beroep bij verstek heeft plaatsgevonden en dat de aan de appelakte gehechte opgave van bezwaren inhoudt