Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:1991:ZC8856

1991-10-15 Strafrecht 89.415
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
1991-10-15
Publicatiedatum
2013-04-08
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
89.415
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Beraadslaging in h.b. n.a.v. onderzoek ttz. in h.b. en in e.a., art. 422.1 Sv. Middel miskent dat geen rechtsregel Hof noopte met zoveel woorden in zijn arrest tot uitdrukking te brengen dat het overeenkomstig voorschrift van art. 422.1 Sv heeft beraadslaagd n.a.v. zowel onderzoek ttz. in h.b. als onderzoek ttz. in e.a., zoals dit volgens het p-v van die tz. heeft plaatsgehad. Anders dan middel voorstaat kon Hof van de naleving van voormeld voorschrift niet doen blijken in het van zijn tz. opgemaakte p-v, daar dit niet strekt tot de vastlegging van hetgeen tijdens de beraadslaging na de tz. is voorgevallen. Volgt verwerping. CAG: anders.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (3)

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.477 tekens)
15 oktober 1991
Strafkamer
nr. 89.415
AG




Hoge Raad der Nederlanden






Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 2 mei 1990 in de strafzaak tegen:


[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1945, wonende te [woonplaats].




1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep – met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam van 9 juni 1989 – de verdachte ter zake van ‘’als bestuurder van een motorrijtuig handelen in strijd met artikel 33a lid 6 van de Wegenverkeerswet’’ veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, alsmede tot een geldboete van éénduizendvijfhonderd gulden, subsidiair vijftien dagen hechtenis, met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van acht maanden.



2. Het cassatieberoep


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Mr. G. Spong, advocaat te ’s-Gravenhage, het volgende middel van cassatie voorgesteld:
Het recht is geschonden en/of er zijn vormen verzuimd waarvan niet naleving nietigheid medebrengt.



In het bijzonder is art. 422 lid 1 Sv. geschonden doordien uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep noch uit ’s-Hofs arrest als bedoeld in art. 426 d jo. 424 a Sv. kan blijken dat de beraadslaging en beslissing in hoger beroep mede naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg heeft plaatsgehad, zodat moet worden aangenomen dat zulks niet heeft plaatsgevonden. Tengevolge hiervan lijden het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en ’s-Hofs arrest aan nietigheid.




3. De conclusie van het Openbaar Ministerie

De Advocaat-Generaal Meijers heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof te Amsterdam zal vernietigen en de zaak voor een nieuwe behandeling en berechting zal verwijzen naar een aangrenzend hof.



4. Beoordeling van het middel

4.1. Het middel miskent dat geen rechtsregel het Hof noopte met zoveel woorden in zijn arrest tot uitdrukking te brengen dat het overeenkomstig het voorschrift van art. 422, eerste lid, Sv heeft beraadslaagd zowel naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep als van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg, zoals dit volgens het proces-verbaal van die terechtzitting heeft plaatsgehad. Anders dan het middel voorstaat kon het Hof van de naleving van voormeld voorschrift niet doen blijken in het van zijn terechtzitting opgemaakt proces-verbaal, daar dit niet strekt tot de vastlegging van hetgeen tijdens de beraadslaging na de terechtzitting is voorgevallen.


4.2. Het middel is derhalve tevergeefs voorgesteld.




5. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.



6. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.




Dit arrest is gewezen door de vice-president Bronkhorst als voorzitter, en de raadsheren Beekhuis, Govaerts, Neleman en Van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp, in bijzijn van de griffier Sillevis Smitt-Mülder, en uitgesproken op 15 oktober 1991.