Afwijzing getuigenverzoek, mensenhandel. Vd mist een voldoende rechtens te respecteren belang bij zijn klacht in cassatie dat het in h.b. herhaalde getuigenverzoek onbegrijpelijk gemotiveerd is afgewezen, in aanmerking genomen dat niet wordt opgekomen tegen ’s Hofs oordeel dat de
Wetboek van Strafvordering
Art. 421 Sv
Genoemd in 316 uitspraken · Officiële wettekst
316 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
vergoeding van immateriële schade op basis van groepsaansprakelijkheid
Vergoeding van immateriële schade op basis van groepsaansprakelijkheid en van materiele schade.
vordering van een politieagent tot vergoeding van immateriele en materiele schade op basis van groepsaansprakelijkheid; verhaalsvordering van het politiekorps voor tijdens ziekte aan deze politieagent doorbetaald loon en kosten van reintegratieverplichting
Vordering van een politieagent tot vergoeding van immateriele schade op basis van groepsaansprakelijkheid en van materiele schade; verhaalsvordering van het politiekorps voor tijdens ziekte van deze politieagent doorbetaald loon.
Vordering van een politieagent tot vergoeding van immateriële schade op basis van groepsaansprakelijkheid en van materiele schade; Verhaalsvordering van het politiekorps voor tijdens ziekte van deze politieagent doorbetaald loon.
Vordering van een politieagent tot vergoeding van immateriële schade op basis van groepsaansprakelijkheid en van materiele schade; Verhaalsvordering van het politiekorps voor tijdens ziekte van deze politieagent doorbetaald loon.
Falende bewijsklacht medeplegen.
Oplichting - bedrijf bewogen tot afgifte (zonder betaling) van goederen.
Voeging b.p. Art. 421 en 51g Sv. De opvatting dat de in art. 421.3 Sv genoemde verwijzing naar de opgave van de eerste – ongewijzigde – vordering slechts kan geschieden d.m.v. het in art. 51g.1 Sv genoemde formulier vindt geen steun in het recht. V.zv. het middel opkomt tegen het
Vordering bp. Aangezien het Hof heeft vastgesteld dat de vordering van de bp niet meer aan de orde is, moet worden aangenomen dat het arrest een misslag bevat v.zv. het dictum de bevestiging inhoudt van de beslissingen van de Rb m.b.t. de vordering van de bp en de kennelijk in sa
Vordering benadeelde partij ex artikel 421 lid 4 Sv. Deel van de materiële schade is onvoldoende onderbouwd en komt daarom niet voor toewijzing in aanmerking. Ten aanzien van het overige gedeelte van de gevorderde materiële schade en de immateriële schade geldt dat geïntimeerde,
Jeugdzaak. 1.Redengevend bewijsmiddel. 2. Verzuim te beslissen op de vordering b.p. Ad 1. HR herhaalt LJN BV3442. Het middel klaagt terecht dat de door het Hof als ongeloofwaardig bestempelde verklaring onder de bewijsmiddelen is opgenomen. Dit behoeft in dit geval evenwel niet t
Voorbedachte raad. De HR herhaalt de relevante overwegingen t.a.v. voorbedachte raad uit HR LJN BR2342. Blijkens zijn bewijsvoering heeft het Hof vooral belang toegekend aan de "geruime tijd" die de verschillende in de bewijsoverweging nader omschreven handelingen van de verdacht
Gevangenisstraf voor de duur van 22 jaar voor de zware mishandeling van en moord op zijn zwager, poging moord op zijn neef, poging zware mishandeling van zijn vrouw en het bedreigen met een misdrijf tegen het leven gericht van zijn zus. Voorbedachte raad.
1. Ongegronde bewijsklacht. 2. Kennelijk leugenachtige verklaring. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN ZD0413, AD8873 en AT2897. Voor zover het Hof zijn oordeel dat verdachte leugenachtig heeft verklaard heeft gegrond op de verklaring van de medeverdachte geld
Vordering benadeelde partij. Art. 361.3 Sv. Het Hof heeft de benadeelde partij in haar vordering tot vergoeding van de materiële schade niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de behandeling van die vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Die door h
Jeugdzaak. Strafkorting wegens schending redelijke termijn. HR ambtshalve: het Hof heeft verzuimd, hoewel daartoe o.g.v. art. 335 en 361.4 jo. 415 Sv gehouden, omtrent de vordering van de b.p. een met redenen omklede beslissing te nemen. HR wijst de zaak op dit punt terug.
1. Noodweer(exces) en culpa in causa. 2. Vordering benadeelde partij. Ad 1. De HR stelt zijn overwegingen uit HR LJN AU8087 voorop. Gelet op de feitelijke vaststellingen van het Hof geeft zijn oordeel dat uit de gedragingen van de verdachte moet worden afgeleid dat hij de confron
Veroordeling ter zake van valsheid in geschrift, deelname aan een criminele organisatie, oplichting en het aannemen van steekpenningen. De verdachte was directeur van een in de Amsterdamse haven gevestigde onderneming. In die functie heeft hij dit bedrijf stelselmatig en jarenlan
De verdachte heeft zich met een ander schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Het Hof veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis. Daarnaast wordt de schadeve
HR: 81 RO. Ambtshalve: de bestreden uitspraak bevat geen beslissing op de vordering van de b.p. X. HR herhaalt relevante overweging uit HR LJN AT1812 met betrekking tot het gehouden zijn omtrent de vordering van een b.p. een met redenen omklede beslissing te nemen. De bestreden u
1. Het begrip ‘goed’ in art. 310 Sr. 2. Salduz-verweer. Ad 1. De Hoge Raad geeft a.h.v. eigen rechtspraak algemene overwegingen over het begrip ‘goed’. Het Hof heeft de in de tenlastelegging gebruikte termen belminuten en sms-berichten klaarblijkelijk en niet onbegrijpelijk verst
1. Vordering b.p. 2. Tul, art. 77k Sr. Ad 1. In aanmerking genomen dat de aantekening van het mondelinge vonnis van de Pr niet een toewijzing inhoudt van de door de b.p. gevorderde schadevergoeding, en niet blijkt dat de b.p zich op de voet van art. 421.3 Sv in het geding in h.b.
1. Omvang hoger beroep. 2. Beroep op noodweer. Ad 1. Nu uit de inhoud van de appelakte bezwaarlijk anders kan volgen dan dat het beroep onbeperkt is ingesteld, heeft het Hof terecht geoordeeld dat de omvang van het hoger beroep niet was beperkt, wat er zij van hetgeen het Hof ter