416 lid 2 Sv
Wetboek van Strafvordering
Art. 416 Sv
Genoemd in 648 uitspraken · Officiële wettekst
648 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Conclusie AG. Verstekverlening. Inschrijving BRP voor aanvang zitting. Middel klaagt dat het hof op de terechtzitting in hoger beroep ten onrechte verstek heeft verleend tegen de niet verschenen verdachte en dat daarmee het aanwezigheidsrecht is geschonden. Het middel slaagt nu b
Conclusie AG. Verdachte is o.g.v. art. 416 lid 2 Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Middel klaagt terecht dat de dagvaardingstermijn van art. 413 lid 1 Sv niet in acht is genomen, zodat het hof het onderzoek ter terechtzitting had moeten schorsen. Conclusie strek
Niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak, de verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, Sv.
Conclusie AG. Betekeningsperikelen. Slagend middel dat uit de stukken niet kan blijken dat oproeping is uitgereikt aan het BRP-adres. Conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing. Samenhang met 24/03481.
Conclusie AG. Verstekverlening en toepassing art. 416 lid 2 Sv. Aanwezigheidsrecht verdachte. De A-G gaat a.d.h.v. art. 8 Richtlijn (EU) 2016/343 en rechtspraak van het EHRM en HvJ in op de in het middel opgeworpen vraag of het hof in het licht van art. 6 lid 1 EVRM in een geva
Conclusie AG. Betekeningsperikelen. Slagend middel dat uit de stukken niet kan blijken dat oproeping is uitgereikt aan het BRP-adres. Conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing. Samenhang met 24/03482.
Conclusie AG. Betekening dagvaarding hoger beroep. AG concludeert dat dagvaarding van verdachte met Belgisch adres had moeten worden uitgereikt aan in appelakte vermelde woonadres in Nederland, nu dit adres redelijkerwijs als woon- of verblijfplaats van verdachte zou kunnen gelde
Conclusie AG. Betekeningsperikelen. Dagvaarding is aan gedetineerde verdachte in persoon uitgereikt, maar Poolse vertaling is als afschrift naar het adres van de P.I. gestuurd. Volgens de AG is de opvatting dat de o.g.v. art. 260 lid 5 Sv vereiste vertaling van de dagvaarding moe
Conclusie AG. Hof verklaart hoger beroep n-o o.g.v. art. 416 lid 2 Sv. Klacht over oordeel dat geen grieven zijn ingediend slaagt volgens AG, nu door raadsman in volmacht tot instellen hoger beroep is vermeld dat “appel ziet op strafmaat”.
Conclusie AG. Betekeningsperikelen. Moest appeldagvaarding worden uitgereikt aan het in de BRP geregistreerde briefadres? De AG meent van niet, gelet op het later in de BRP geregistreerde woonadres van de verdachte. Middel faalt. Conclusie strekt tot verwerping.
Conclusie AG. Betekeningsperikelen. Dagvaarding in h.b. is betekend op kantooradres van raadsman dat in volmacht tot instellen h.b. was opgenomen. Dat betrof echter adresopgave a.b.i. art. 450.3 Sv en kan niet worden gelijkgesteld met woon- of verblijfplaats van verdachte a.b.i.
Conclusie AG. Uitkeringsfraude, art. 227b Sr. Heeft hof ten onrechte toepassing gegeven aan art. 416.2 Sv, gerechtvaardigde verwachting? De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Conclusie AG. Middel klaagt o.a. over afwijzing aanhoudingsverzoek en slaagt. Nu niet is gebleken dat verdachte daadwerkelijk weet had van de zitting, had het hof een belangenafweging moeten maken. Nu het hof daartoe niet is overgegaan, is de afwijzing van het aanhoudingsverzoek
Witwassen bewezen
Schuldwitwassen bewezen
Voorhanden hebben van een pistoolmitrailleur en munitie. Bespreking van de ontvankelijkheid van de officier van justitie in het hoger beroep in verband met te laat indien van appelschriftuur. Verwerping van beroep op psychische overmacht, dan wel noodweer(exces). Oplegging van ee
Conclusie AG. Ontvankelijkheid cassatieberoep (art. 432 lid 1 aanhef en onder c Sv). Nu uit de door de raadsman verzonden brief moet worden afgeleid dat verdachte tevoren bekend was met de dag van de terechtzitting van het hof en dat het onderzoek op die terechtzitting voor bepaa
Conclusie AG. Verdachte is door de enkelvoudige kamer van het hof n-o verklaard in zijn h.b., omdat hij afstand heeft gedaan van zijn recht op h.b. Geen proces-verbaal van de terechtzitting in h.b. opgemaakt waarin ex art. 425 lid 3 aanhef en onder c Sv het mondeling arrest is a
Conclusie AG. Verdachte n-o in hoger beroep ex art. 416 lid 2 Sv. 1. Falende klacht over afwijzing aanhoudingsverzoek. 2. Slagende klacht over niet-ontvankelijkverklaring. De conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 24/00732 en 24/00729.
Vrijspraak
Conclusie AG. Verdachte n-o verklaard ex art. 416 lid 2 Sv in het door hem ingestelde hoger beroep tegen veroordeling wegens diefstal. Middel klaagt over schending aanwezigheidsrecht. De verdachte zou Nederland zijn uitgezet voordat de betekening van de appeldagvaarding was afger
Conclusie AG. Overtreding 30 lid 4 WAM. Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep ex 416 lid 2 Sv. Getuigt oordeel hof dat mailbericht verdachte t.b.v. instellen van hoger beroep geen 'grieven' bevat van een onjuiste rechtsopvatting? AG: sprake van 'andersoortige gro
Conclusie AG. Art. 416.2 Sv. Kon hof het door verdachte ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaren gelet op de begeleidende tekst van de appeldagvaarding voor de rolzitting? De conclusie strekt tot verwerping.
Conclusie AG. Hof heeft verdachte o.g.v. art. 416 lid 2 Sv niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. Falend middel dat het hof had moeten overgaan tot een inhoudelijke behandeling omdat de dagvaardingstermijn in eerste aanleg niet in acht is genomen. Conclusie strekt tot