Verkorting wettelijke oproepingstermijn ex art. 265.2 Sv jo. 320.3 Sv en 415.1 Sv: toestemming door verdachte rechtspersoon? Aan de oproeping voor de nadere tz. in h.b. is gehecht een akte van uitreiking inhoudende dat die oproeping drie dagen voor die tz. is uitgereikt aan A, of
Wetboek van Strafvordering
Art. 416 Sv
Genoemd in 648 uitspraken · Officiële wettekst
648 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
23-jarige Syriëganger, die twee keer heeft geprobeerd uit te reizen, in hoger beroep veroordeeld ter zake van het voorbereiden/bevorderen van terroristische misdrijven en poging tot deelneming aan een terroristische organisatie (IS). Het beroep op schending van het specialiteitsb
1. Verstekverlening zonder nader onderzoek. Verwijzing naar HvJ EU 24 mei 2016, ECLI:EU:C:2016:346 (Dworzecki). 2. Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in h.b. met toepassing van art. 416.2 Sv. Ad 1. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in zijn arrest ECLI:EU:C:2016:3
Megazaak Peseta. A-B-C-akte. B is niet meer dan een stroman. Geen valsheid in geschrift nu akten telkens materieel juist zijn. Witwassen. Verdachte geeft concrete, verifieerbare en niet op voorhand volslagen onwaarschijnlijke verklaring. Onderzoek OM weerlegt verklaring onvoldoe
Moord, brandstichting, verlating hulpbehoevende met de dood als gevolg, valsheid in geschrift en oplichting. TBS met dwangverpleging plus 16 jaar gevangenisstraf. Direct causaal verband tussen de stoornis en de bewezen verklaarde feiten. Verdachte niet geheel toerekensvatbaar.
Coffeeshop. Achterdeurproblematiek. Gedoogbeleid. Ontvankelijkheid officier van justitie. Rechterlijk pardon. De met gedoogvergunning opererende coffeeshop houdt buiten de shop een voorraad aan. Geen door openbaar ministerie opgewekt vertrouwen dat daarvoor niet zal worden vervol
Ontvankelijkheid verdachte in h.b. Art. 416.2 Sv. HR verwijst naar relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BK0910. De omstandigheid dat de redelijke termijn a.b.i. art. 6 EVRM in h.b. kan zijn overschreden staat er niet aan in de weg dat het Hof toepassing geeft aan art. 416.2
Milieustrafrecht. Brand bij Chemie-Pack. Verdachte was directeur. Hof verwerpt verweer dat OM niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Toezegging aan productiemedewerker geen toezegging a.b.i. art. 226g Sv. Ook geen strijd met Zwolsman- en Karman-criteria. Vervolgingsbeslissingen
Art. 51 Sv. E-mailbericht verzonden naar verkeerde instantie aan te merken als stelbrief? HR: art. 81.1 RO. CAG gaat in op de vraag naar de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Verschoonbare termijnoverschrijding na mededeling onjuiste uitspraakdatum door griffie Hof aan raad
Klimop-zaak. Oud-notaris. 1. Valsheid in geschrift. Opzet. Art. 225 Sr. 2. Tll. Opgave feit. Artt. 261.1 Sv. en 1 en 9 Wet Mot. 3. Strafverzwarende omstandigheid. Art. 44 Sr. Ad 1. Gelet op de specifieke f&o van het onderhavige geval, heeft het Hof uit de bewijsvoering kunnen afl
Veroordeling voor het als leidinggevende deelnemen aan een criminele organisatie, de handel in-, productie van- en het voorhanden hebben van cocaïne, amfetamine en XTC en het plegen van voorbereidingshandelingen daartoe, alsmede het voorhanden hebben van vuurwapens. Voor het bewi
Art. 416.2 Sv. Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep. Appelschriftuur. De HR verwijst naar ECLI:NL:HR: 2014:1496 m.b.t. de aan een appelschriftuur te stellen eisen. Het oordeel van het Hof dat "de enkele schriftelijke opgave van verdachte dat hij wegens een verhuizing niet o
Ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de AG onder 4 t/m 7 kan verdachte niet worden ontvangen in het ingestelde beroep. Appel is ingesteld door de gemachtigde van verdachte en aan deze is o.g.v. art. 408a jo. 450.2 Sv aanstond
Afwijzing door het Hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak vanwege deelname raadsman van verdachte aan landelijke staking van strafrechtadvocaten. HR herhaalt toepasselijke overweging uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1314. Uit ’s Hofs motivering van de afwijzing va
Uitspraak in de zaak Hattem (in de media bekend als de ‘tattoo killers-zaak’). De vier verdachten zijn veroordeeld wegens medeplegen van poging tot moord en de voorbereiding daarvan. De verweren met betrekking tot het vooronderzoek zijn door het hof verworpen. Deze hadden onder m
Uitspraak in de zaak Hattem (in de media bekend als de ‘tattoo killers-zaak’). De vier verdachten zijn veroordeeld wegens medeplegen van poging tot moord en de voorbereiding daarvan. De verweren met betrekking tot het vooronderzoek zijn door het hof verworpen. Deze hadden onder m
Onjuiste verstekverlening. Geen afstand van aanwezigheidsrecht. Indien de dagvaarding van een verdachte die is ingeschreven in een GBA, rechtsgeldig is betekend en verdachte noch zijn raadsman op de tz. is verschenen, kan de rechter - behoudens duidelijke aanwijzingen van het teg
Uitspraak in de zaak Hattem (in de media bekend als de ‘tattoo killers-zaak’). De vier verdachten zijn veroordeeld wegens medeplegen van poging tot moord en de voorbereiding daarvan. De verweren met betrekking tot het vooronderzoek zijn door het hof verworpen. Deze hadden onder m
Profijtontneming. Rechtsgeldige betekening oproeping betrokkene in h.b.? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 12 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5163, NJ 2002/317, m.b.t. het feit dat aan een cassatieklacht over de betekening van een dagvaarding slechts gegevens ten grondslag
Te late indiening appelschriftuur leidt tot niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie.
Profijtontneming. Het oordeel van het Hof dat betrokkene t.t.v. de betekening van de oproeping voor de tz. in h.b. in de GBA op adres X was ingeschreven, is kennelijk gebaseerd op de vermelding van adres X in de “ID-staat SKDB”. Gelet op de inhoud van het aan de cassatieschriftuu
Profijtontneming. Artt. 422 en 416.2 Sv. Nu onder de vraag van art. 422.1 Sv “of het hoger beroep is ingesteld overeenkomstig de eisen die dit wetboek daaraan stelt” mede moet worden begrepen het in art. 416.2 beschreven geval, volgt uit art. 422 Sv dat de beraadslaging in h.b.
Zaak Millecam. 1. Bewijsklacht opzet. 2. Toerekenen letsel aan handelen en nalaten van verdachte; artt. 40 Wet BIG, 7:453 BW. Ad 1. Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte t.t.v. het tenlastegelegde als arts was ingeschreven in het krachtens de Wet op de beroepen in de individuel
Art. 322.3 Sv. Nu uit het laatste p-v ttz. niet blijkt dat de A-G bij het Hof en verdachte hebben ingestemd met hervatting van het onderzoek ttz. moet het in cassatie ervoor worden gehouden dat die instemming niet is gegeven. Het Hof had het onderzoek ttz. opnieuw moeten aanvange
Art. 80a RO. HR wijst overzichtsarrest i.v.m. het op 1 juli 2012 in werking getreden art. 80a RO: de mogelijkheid om het beroep in cassatie n-o te verklaren. De HR geeft aan welke zaken zich daarvoor kunnen lenen en hoe de HR voornemens is met art. 80a RO procedureel gezien om te