Niet-ontvankelijkheid ex art. 416 lid 2 Sv, nu de verdachte het hoger beroep niet wenst te handhaven.
Wetboek van Strafvordering
Art. 416 Sv
Genoemd in 648 uitspraken · Officiële wettekst
648 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Conclusie AG. Profijtontneming. Had betekening van oproeping (ook) moeten plaatsvinden op feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland waarvan justitie in een andere zaak bekend is? Slagend middel met conclusie die strekt tot terugwijzing.
Ontnemingszaak. Betrokkene is niet-ontvankelijk in hb gelet op intrekking gronden, art. 416 lid 2 Sv.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank het Openbaar-Ministerie ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in de vervolging van de verdachte. Volgt terugwijzing naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verdachte niet ontvankelijk in het hoger beroep ex artikel 416 van het Wetboek van Strafvordering.
Bevestiging m.u.v. straf, verstekmededeling, overschrijding redelijke termijn; geheel voorwaardelijke gevangenisstraf.
Sextortion. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 36 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk. Strafmotvering.
Verjaring na niet-ontvankelijkverklaring o.g.v. art. 416 Sv in hoger beroep? Nu geen klachten worden geformuleerd tegen n-o in h.b., kan van verjaring na arrest hof volgens AG geen sprake zijn. Conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
Conclusie AG. Klacht over verstekverlening en niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep door het hof, omdat verzuimd zou zijn een afschrift van de appeldagvaarding te verzenden aan de advocaat van de verdachte. Onder de aan de Hoge Raad toegezonden stukken
Conclusie AG. Verdachte ten onrechte niet ontvankelijk verklaard in hoger beroep. In tegenstelling tot vaststelling van hof heeft de verdachte bij het instellen van hoger beroep wel grieven ingediend. Conclusie strekt tot vernietiging.
Conclusie AG. Niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep, art. 416 lid 2 Sv. Is namens verdachte schriftuur houdende grieven ingediend? Strekt tot vernietiging en terugwijzing.
Conclusie AG. De raadsman was aanwezig bij de zittingszaal, maar heeft het uitroepen van de zaak niet gehoord, waardoor hij niet in de gelegenheid is geweest te worden gehoord. De zaak is bij verstek afgedaan. Een stelbrief van de raadsman is door het hof over het hoofd gezien en
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Vernietiging beslissing rechtbank en verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaren. Vordering tot verlenging is ingediend tien dagen voorafgaand aan de termijn waarbinnen de vordering zou moeten worden ingediend. OM ontvankelijk in zijn vordering tot ver
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep (416 lid 2)
Onderzoek Tubingen. Het hof verklaart de verdachte en het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep omdat de bezwaren tegen het vonnis niet zijn gehandhaafd. Ook ambtshalve ziet het hof geen aanleiding voor om de zaak in hoger beroep te behandelen. Daarbij heeft h
Conclusie AG. Art. 416.2 Sv. Ambtshalve overweging ontvankelijkheid cassatieberoep. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het ingestelde beroep.
Mensenhandel. Vrijspraak. Dwingen tot winkeldiefstallen.
-
Conclusie AG. Opzettelijk handelen in strijd met art. 3 onder B Opiumwet. Klacht over de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in hoger beroep. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Conclusie AG. Oproepingsperikelen. Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep. 1. Falende klacht dat de verdachte niet op een behoorlijke wijze is opgeroepen voor de behandeling van de zaak in hoger beroep, art. 450 Sv. 2. Slagende klacht dat de raadsman geen afschrift
Conclusie AG. Cassatieberoep gericht tegen niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep. 1) Heeft het hof de door de verdachte geschreven brief ten onrechte niet aangemerkt als een schriftuur houdende grieven in de zin van art. 410 lid 1 Sv? 2) Betekening verstekmededeli
Conclusie AG. Middel waarin wordt geklaagd dat redelijke termijn is overschreden omdat verstekmededeling niet met de nodige voortvarendheid is betekend, is terecht voorgesteld, maar dit hoeft gelet op opgelegde straf (een geldboete onder de € 1000) niet tot cassatie te leiden. De
Conclusie AG. Betekeningsperikelen. Wijziging van BRP-adres heeft tot gevolg dat de eerder op de voet van art. 36g, eerste lid, Sv opgegeven adressen in feite komen te vervallen. AG adviseert de Hoge Raad het cassatieberoep te verwerpen (art. 81 RO)
Verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.