HR: art. 81.1 RO.
Wetboek van Strafvordering
Art. 416 Sv
Genoemd in 648 uitspraken · Officiële wettekst
648 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 16 · live
Niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn h.b. Art. 41 en art. 51 Sv. In de bestreden uitspraak ligt als ’s Hofs oordeel besloten dat in e.a. aan de voorschriften van de art. 41 en 51 Sv is voldaan. Dit oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en behoefde gee
N-O verklaring in h.b. o.g.v. art. 416 Sv. Geen uitgewerkt (stempel)vonnis. Ingevolge de aanhef van art. 395.2 Sv dient het vonnis van de Kr in het p-v tz. te worden aangetekend op de wijze door de Minister van Justitie te bepalen. Van die verplichting tot aantekening van het von
Betekening appeldagvaarding. Art. 588.1 aanhef en onder b sub 2 Sv. HR herhaalt de relevante overweging (rov. 3.24 sub b) uit ECLI:NL:HR:2002:AD5163. Het oordeel van het Hof dat het namens verdachte bij het instellen van h.b. opgegeven adres diende te worden aangemerkt als het ui
Verstekverlening. Aanwezigheidsrecht. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2002:AD5163 en ECLI:NL:HR:2004:AO9097. Het onderhavige geval wordt daardoor gekenmerkt dat – kennelijk na de betekening van de appeldagvaarding doch voor de aanvang van het onderzoek ttz.–
Betekening appeldagvaarding. Van verdachte was t.t.v. het uitbrengen van de dagvaarding in h.b. niet een feitelijke woon-of verblijfplaats in Nederland maar wel een adres in het buitenland bekend. Noch de akte van uitreiking, noch enig ander gedingstuk houdt in dat de dagvaarding
Betekening appeldagvaarding. De dagvaarding in h.b. is niet betekend overeenkomstig art. 588.2 Sv. De enkele omstandigheid dat verdachte volgens zijn opgave niet meer op het adres in het buitenland woonde vanwege zijn werk in Afghanistan, doet aan dat oordeel niet af.
OM-cassatie. Verjaring. Art. 70 Sr. Verlening verjaringstermijn bij overtredingen van 2 naar 3 jaar. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2010:BK1998. Het uitgangspunt dat ingeval van verandering van wetgeving m.b.t. de verjaringstermijn deze verandering direct van toepassing is, met dien vers
Art. 51 Sv. Zoals volgt uit HR 1 juli 1997, NJ 1997/675 kan, ingeval verdachte noch diens raadsman ttz. is verschenen, de rechter niet op de enkele grond dat de dagvaarding voor die tz. een aantekening behelst dat aan de raadsman een afschrift van die dagvaarding is verstrekt aan
Toevoeging (andere) raadsman. Art. 41 jo. art 45 Sv. I.c. heeft verdachte voorlopige hechtenis ondergaan en is zowel in e.a. als in h.b. aan hem ex art. 41.1 Sv een raadsman toegevoegd. Uit de stukken van het geding blijkt evenwel dat die raadsman zich reeds in e.a. uit de zaak h
Profijtontneming. Onderzoek naar afwezigheid raadsman betrokkene. Het Hof heeft kennelijk vastgesteld dat de mededeling van de zittingsdatum aan de raadsman slechts betrekking kon hebben op de ontnemingszaak, en dat in die mededeling per abuis de reeds geruime tijd daarvoor onher
Kan verdachte op een na de aanvang van de ttz. gedane intrekking terugkomen door cassatie in te stellen tegen de door het Hof gehonoreerde intrekking? HR: Noch uit het verhandelde op de terechtzittingen van het Hof noch uit hetgeen in de cassatieschriftuur namens verdachte is aan
Dagvaardingstermijn. Artt. 411.2, 413.1, 588a.1, 588a.4 en 590.3 Sv. Ex art. 588a.1 Sv wordt een afschrift van de dagvaarding of oproeping van verdachte om op de tz. te verschijnen toegezonden aan een in die bepaling genoemd adres waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen wor
Intrekken h.b. na aanvang van de behandeling in h.b. HR herhaalt HR LJN BP2709. Het stond het Hof vrij om geen toepassing te geven aan art. 416.2 Sv op grond dat het Hof niet uitsloot dat het t.a.v. verdachte tot een andere beslissing zou komen dan de Rb. In het midden kan blijve
N-o verklaring in h.b. Het Hof heeft klaarblijkelijk toepassing gegeven aan art. 416.2 Sv en daaraan ten grondslag gelegd dat de eerst op 8 maart 2012 ingediende appelschriftuur, gelet op art. 410.1 Sv niet als een appelschriftuur kan worden aangemerkt. Dat oordeel geeft blijk va
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in h.b. op rolzitting. Op gronden die zijn vermeld in de conclusie van de AG is het middel terecht voorgesteld.
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in h.b. Art. 416.2 Sv. Het Hof heeft mede op de grond dat verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend, verdachte ex art. 416.2 Sv n-o verklaard in het h.b. De inhoud van de aan de cassatieschriftuur gehechte kopieën biedt even
Overgangsrecht verjaringstermijn overtredingen. Overtreding naar oud recht verjaard, naar huidig recht niet. Hof past gunstigste regeling toe. OM niet-ontvankelijk.
Art. 416.2 Sv, n-o in h.b. Het Hof heeft de n-o mede doen steunen op de omstandigheid dat verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend. De stukken van het geding bieden voldoende grond voor het ernstige vermoeden dat namens verdachte een schriftuur houdende grieven
Art. 416.2 Sv, n-o in h.b. Het Hof heeft de n-o mede doen steunen op de omstandigheid dat verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend. De stukken van het geding bieden voldoende grond voor het ernstige vermoeden dat namens verdachte een schriftuur houdende grieven
Art. 416.2 Sv, n-o in h.b. De opvatting dat een geval als i. c., waarin de Voorzitter ex art. 410a Sv “verlof” heeft verleend tot behandeling van de zaak in h.b. nadien geen plaats meer is voor n-o op de in art. 416.2 Sv voorziene grond dat verdachte noch bij schriftuur noch ter
Aantekening mondeling arrest, artt. 327 Sv, 425 Sv en 426 Sv. Het pv waarin het arrest, strekkende tot n-o verklaring van verdachte, is aangetekend is niet ondertekend door de raadsheer die over de zaak heeft geoordeeld. I.c. is de inhoud van de aantekening mondeling arrest in da
Art. 416 Sv. De in de brief van de Advocaat-Generaal bedoelde begeleidende brief houdt onder meer in dat op de rolzitting de voordracht van de zaak achterwege blijft en geen inhoudelijke behandeling van de zaak plaatsvindt, en dat de aanwezigheid van de raadsman en de verdachte o
Aanwezigheidsrecht. Ter terechtzitting van het Hof is de verdachte niet verschenen. Het Hof heeft verstek verleend tegen de verdachte. Op grond van de inhoud van het zich bij de stukken bevindende faxbericht van de Officier van Justitie, moet worden aangenomen dat de verdachte -n
De klacht voldoet niet aan de aan een middel van cassatie te stellen eisen, zodat zij onbesproken moet blijven. De overige middelen: art. 81 RO.