Conclusie AG. Profijtontneming, w.v.v. uit mensenhandel, meermalen gepleegd. Het middel klaagt over de afwijzing van het verzoek tot het horen van getuigen. Getuigen zijn in de strafzaak tegen betrokkene bij RC gehoord. AG schetst beoordelingskader voor het horen van getuigen in
Wetboek van Strafvordering
Art. 410 Sv
Genoemd in 415 uitspraken · Officiële wettekst
415 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Conclusie AG. Ontvankelijkheid OM. De opvatting dat een appelschriftuur enkel als zodanig kan worden aangemerkt voor zover in het schriftelijke stuk bezwaren zijn geformuleerd ten aanzien van de feiten die daarin zijn opgenomen, is volgens de AG te beperkt en vindt geen steun in
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen diefstal d.m.v. valse sleutel, art. 311.1 Sr. 1. Kunnen uitlatingen van gemachtigde raadsman op eerste tz. in h.b. (geen inhoudelijke behandeling), inhoudende dat verdachte niet is aangevoerd voor behandeling van andere zaak (omzett
Geen afschrift appeldagvaarding verzonden naar raadsvrouw, art. 51 (oud) Sv, thans art. 48 Sv. Kan rechtsbijstand worden afgeleid uit de aan appelakte (uit 2015) gehechte schriftelijke bijzondere volmacht van raadsvrouw ex art. 450.1.b Sv met verzoek haar "als raadsvrouw in het s
Ontvankelijkheid in h.b. Ontbreken appelmemorie. Het Hof heeft mede op de grond dat door verdachte geen appelschriftuur is ingediend, verdachte ex art. 416.2 Sv n-o verklaard in het ingestelde h.b. De inhoud van de aan de cassatieschriftuur gehechte stukken biedt echter voldoen
De HR maakt n.a.v. de CAG opmerkingen over de toepassing van art. 80a RO: bij de beantwoording van de vraag naar het - rechtens te respecteren - belang bij een cassatiemiddel over de afwijzing van een getuigenverzoek, kan onder omstandigheden een rol spelen dat onvoldoende duidel
Indiening schriftuur houdende grieven a.b.i. art. 410.1 Sv. Het Hof heeft verdachte n-o verklaard in het beroep nu de ingediende schriftuur niet vermeld dat de raadsman die namens verdachte h.b. instelde bepaaldelijk gevolmachtigd was. Het betreft een formulier “Hoger beroep” het
Conclusie AG. Profijtontneming. Klacht over de afwijzing van een verzoek tot het horen van een getuige op de enkele grond dat die in de strafzaak al is gehoord door de RC. Beschouwingen over het beoordelingskader van getuigenverzoeken in ontnemingszaken. Klacht over tekortschiete
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. oplichting (meermalen gepleegd), art. 326.1 Sr. 1. Kan brief van verdachte aan Rb, die dag vóór uitspraak Rb bij griffie Rb is binnengekomen, worden aangemerkt als ‘schriftuur houdende grieven’ tegen vonnis Rb? 2. Rechtsgevolgen overschrijding
Conclusie AG. Middel richt zich tegen ontvankelijkheid van OM in vervolging ondanks dat niet binnen twee weken een appelschriftuur is ingediend en de wijziging van de VI-regeling. AG adviseert de HR het beroep te verwerpen (art. 81 RO).
Veroordeling voor medeplegen van doodslag en voor medeplegen van het verbergen, wegvoeren en wegmaken van een lijk.
Veroordeling voor deelname aan een criminele organisatie, het voorhanden hebben van cocaïne, amfetamine en XTC en het plegen van voorbereidingshandelingen voor de productie daarvan en de handel daarin, alsmede het telen van hennep. Voor het bewijs wordt gebruik gemaakt van heimel
Profijtontneming. Afwijzing getuigenverzoeken. Geen in rechte te respecteren belang bij cassatieklacht over onjuiste maatstaf. ’s Hofs afwijzing van de getuigenverzoeken is ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk. CAG: Anders.
Voorwaardelijk verzoek horen getuigen. Verzuim. Maatstaf. Door de verdediging is een verzoek gedaan a.b.i. art. 287.3.a. jo. art. 328 en art. 415 Sv. Nu de aan het verzoek verbonden voorwaarde is vervuld, was een uitdrukkelijke beslissing op dit verzoek vereist. Noch het p-v van
1. Art. 126dd Sv, gebruik tapgegevens voor een ander strafrechtelijk onderzoek. 2. Bewijs medeplegen t.a.v. feit 1. 3. Bewijsmotivering feiten 1 en 3. Opzet van mededaders. Uitleg HR LJN AU2246. 4. Gegronde bewijsklacht (feit 1). De Hoge Raad spreekt om doelmatigheidsredenen zelf
Getuigenverzoek. Maatstaf. Voortbouwend appel. ’s Hofs oordeel dat de verdediging het eerdere verzoek heeft ingetrokken is niet zonder meer begrijpelijk. Het verzoek is i.c. dan ook een verzoek ex art. 414.2 jo. 263.2 en 3 Sv welk verzoek de rechter o.g.v. art. 418.1 Sv slechts k
Ontvankelijkheid in h.b. Gesteld wordt dat namens verdachte binnen 14 dagen na het instellen van het h.b. een schriftuur houdende grieven a.b.i. art. 410 Sv is ingediend bij de Rb. De ter staving van deze stelling aan de cassatieschriftuur gehechte kopie van een formulier “Hoger
Conclusie AG. M1 klaagt over afwijzing getuigenverzoek. M2 en M3 hebben betrekking op bewezenverklaring “medeplegen van gewoontewitwassen”. M4 klaagt over strafoplegging, M5 over schending inzendtermijn. Eerste vier middelen falen, M5 slaagt. Ambtshalve opmerking over redelijke t
Conclusie AG. Voortgezette handeling medeplegen valsheid in geschrift en opzettelijk gebruikmaken van een vervalst geschrift. Het eerste middel betreft het oordeel van het hof over de relatieve bevoegdheid van de voormalige rechtbank Utrecht (in 2013 'opgegaan' in de rechtbank Mi
Conclusie AG over het verzuim te beslissen op een getuigenverzoek. Belang bij cassatie?
Opiumwetdelicten. Afwijzing ttz. in h.b. bij pleidooi voorwaardelijk gedaan verzoek A (hoofdscheikundige bij het Douane Laboratorium van de Belastingdienst) te horen als deskundige. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2017:1015 en ECLI:NL:HR:2014:1496 m.b.t. de moti
Eenvoudige belediging door spugen in gezicht buschauffeur. Art. 266 Sr. Falende middelen over 1. Toepassing noodzakelijkheidscriterium bij afwijzing verzoek getuigen strijdig met art. 6.3.b EVRM, ondanks dat appelschriftuur niet is ingediend binnen 14 dagen? 2. Taalbarrière tusse
Overzichtsarrest m.b.t. motivering van verzoeken tot het oproepen en horen van getuigen i.h.l.v. rechtspraak van het EHRM. Voorafgaande beschouwingen over hoe de eisen die in de rechtspraak van de HR worden gesteld aan de onderbouwing van een verzoek tot het oproepen en horen va
Ontvankelijkheid in h.b. Ontbreken appelmemorie. Het Hof heeft mede op de grond dat door verdachte geen appelschriftuur is ingediend, verdachte ex art. 416.2 Sv n-o verklaard in het ingestelde h.b. De inhoud van de aan de cassatieschriftuur gehechte “transactierapporten” biedt
1 . Art. 51 Sv. 2. Het in hulpeloze toestand achterlaten van een ander a.b.i. art. 7.1.b WVW 1994. 3. Vordering b.p. Ad 1. Falende klacht over het niet naleven van het in art. 51, tweede volzin, Sv vervatte voorschrift. Uit het aan de cassatieschriftuur gehechte stuk kan niet wor