Reeks vermogensdelicten. Slagende bewijsklacht gekwalificeerde diefstal, art. 311 Sr. Aangezien de bewezenverklaring van het onder 6 tlgd. niet z.m. kan worden afgeleid uit de inhoud van de door het Hof gebezigde b.m., is de bestreden uitspraak in zoverre niet naar de eis der wet
Wetboek van Strafvordering
Art. 410 Sv
Genoemd in 415 uitspraken · Officiële wettekst
415 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
Poging zware mishandeling n.a.v. verkeersruzie tussen man op scootmobiel (verdachte) en man op bromfiets door bromfietser meermalen met scherp voorwerp in buik te steken, art. 302.1 Sr. Schending ondervragingsrecht, art. 6 EVRM. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2
Conclusie plv. AG. Eén middel. Slagende klacht dat in strijd met art. 51 (oud) Sv (thans art. 48 Sv) de raadsman geen afschrift van de dagvaarding heeft ontvangen. Strekt tot vernietiging en terugwijzing.
Conclusie AG over o.m. niet vertalen door de tolk van een gedeelte van de verklaring van de verdachte. Art. 275 lid 2 Sv en EHRM, Kamasinski tegen Oostenrijk. De AG geeft de Hoge Raad in overweging de middelen met toepassing van art. 81 RO ongegrond te verklaren en het cassatiebe
Antilliaanse zaak. Doodslag in Sint Maarten door met vuurwapen meerdere kogels af te vuren en voorhanden hebben vuurwapen. 1. Veronderstelde noodweer i.g.v. huisvredebreuk, art. 1:114 SrStM en art. art. 43 SrNA (oud). 2. Vonnis niet binnen tweemaal vierentwintig uren na uitspraak
Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt en gekwalificeerde diefstal elektriciteit. 1. Middel gericht tegen bewezenverklaring in hoofdzaak aan te merken als middel van cassatie in ontnemingszaak? 2. Schatting w.v.v. Ad 1. Klacht - die strekt tot vernietiging van bestreden uitspra
Telen en bewerken van hennep in woning (art. 3.B Opiumwet) en diefstal d.m.v. braak van elektriciteit t.b.v. hennepkwekerij (art. 311.1.5 Sr). 1. Ontvankelijkheid OM in h.b. ex art. 416.3 Sv. Bevat schriftuur OvJ ’grieven’ in de zin van art. 410.1 Sv? 2. Slagende bewijsklachten.
Aanwezig hebben, telen en vervoeren van hennep en diefstal elektriciteit. 1. Verwijzing getuigenverhoor naar Rh-C. 2. Afwijzing verzoek tot horen verbalisanten als getuigen. 3. Verwerping beroep op bewijsuitsluiting. 4. Uos enkelvoudige fotoconfrontatie. 5. Alternatief scenario.
Het hof acht de beslissing van de rechtbank tot het direct horen van de CIE-informanten onjuist. Eerst dienen de informatierechercheur(s)/runner(s) en/of het hoofd van de afdeling TCI dan wel toenmalig CIE officier van justitie gehoord te worden. Het hof vernietigt het vonnis, in
Art. 69 Sr. Artt. 1:413 en 1:426 BW. Art. 423 lid 2 Sv. OM in eea niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging op grond van art. 69 Sr. Het hof komt tot de slotsom dat niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte niet meer in leven is, zodat vooralsnog van
Aanwezigheidsrecht, dubbel verstek. Vermelding kantooradres raadsvrouwe, zoals opgenomen in aan schriftuur gehechte brief aan Hof met verzoek om toezending dossier, aan te merken als adresopgave a.b.i. art. 588a.1.c Sv? Falende klacht dat Hof ten onrechte verstek heeft verleend t
Medeplegen van zware mishandeling in discotheek in Nijmegen. Afwijzing bij tussenarrest van bij appelschriftuur gedaan verzoek tot het horen als getuige van CIE-informant die ooggetuige is geweest van het geweldsincident en wiens gegeven informatie potentieel ontlastend is voor v
Afwijzing aanhoudingsverzoek. Niet gemachtigde raadsvrouwe heeft ter onderbouwing van aanhoudingsverzoek aangevoerd dat verdachte in Suriname verblijft. Hof heeft bij afwijzing van verzoek belangenafweging gemaakt. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1314 m.b
Zedenzaak. Ontucht met 10/11 jarige jongen. Bevestiging vonnis eerste aanleg, behalve voor wat betreft de strafmotivering en de strafoplegging. Aan voorwaardelijk strafdeel bijzondere voorwaarden en proeftijd van 5 jaren verbonden.
Raadsman heeft bij appelschriftuur zonder enige motivering 61 getuigen opgegeven. Opgave van getuigen bij appelschriftuur a.b.i. art. 410.3 Sv? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2014:1496 m.b.t. aan appelschriftuur te stellen eisen en ECLI:NL:HR:2012:BW9036 m.b.t.
Gekwalificeerde mensensmokkel door tien mensen door Nederland te vervoeren in de laadruimte van een vrachtauto, art. 197a.1 Sr. Wederrechtelijke doorreis? Middel berust op de opvatting dat voor de vraag of een doorreis ‘wederrechtelijk’ is, uitsluitend beslissend is of het voorge
Mishandeling. Falende klacht over het afwijzen van het verzoek om het in Suriname verblijvende slo. als getuige te horen, terwijl haar verklaringen als bwm. zijn gebruikt. HR: art. 81.1 RO.
Het Openbaar Ministerie heeft de appelschriftuur niet ingediend op de wijze zoals in artikel 410, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is bepaald. Het hof beoordeelt het belang van het ingestelde hoger beroep, te weten de vraag of oplegging van de maatregel
Hypotheekfraude, valsheid in geschrift, art. 225 Sr. 1. Afwijzing getuigenverzoek. 2. Bewijsmotiveringsklacht m.b.t. opzet (oogmerk). Ad 1: De beslissingen tot afwijzing van de verzoeken tot het horen van X. als getuige zijn, mede gelet op hetgeen aan die verzoeken ten grondslag
Profijtontneming. Afwijzing verzoek tot voeging in het dossier van de stukken van de hoofdzaak, art. 315.1 Sv. Falende klacht. Nu het onderzoek t.t.z. van 11 december 2014 opnieuw is aangevangen, moeten de middelen onbesproken blijven vzv deze zien op de afwijzende beslissingen v
416 lid 2 Sv
Profijtontneming. Afwijzing voorwaardelijk getuigenverzoek. Verwerping redelijke termijn-verweer in appelfase. HR: art. 81.1 RO en vermindering van betalingsverplichting wegens overschrijding redelijke termijn. Samenhang met 14/05104.
Te stellen eisen aan appelschriftuur OvJ, art. 410.1 Sv. Kan een formulier, waarin de OvJ slechts d.m.v. het aankruisen van hokjes op een voorgedrukt formulier heeft aangegeven wat zijn grieven zijn tegen het vonnis van de Rb, worden aangemerkt als een schriftuur houdende grieven
Klimop-zaak. Redelijke termijn. Art. 6 EVRM. ’s Hofs oordeel dat “de duur van de strafprocedure in eerste aanleg en hoger beroep onwenselijk, maar niet onredelijk” is, is niet onbegrijpelijk en behoefde geen andere motivering. De omstandigheid dat in e.a. de behandeling van de za
Veroordeling voor deelname aan een criminele organisatie, de handel in- en het voorhanden hebben van cocaïne en XTC en het plegen van voorbereidingshandelingen daartoe. Voor het bewijs wordt gebruik gemaakt van heimelijke geluidsopnames in twee auto’s, ook al zijn de opnames die