Ontvankelijkheid verdachte in h.b. De griffiemedewerker heeft een brief van verdachte aangemerkt als een door verdachte verleende schriftelijke bijzondere volmacht tot het instellen van h.b. a.b.i. art. 450.1.b. Sv. Het Hof heeft verdachte n-o verklaard, omdat de brief niet voldo
Wetboek van Strafvordering
Art. 410 Sv
Genoemd in 415 uitspraken · Officiële wettekst
415 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Art. 416.2 Sv. Het Hof verklaart verdachte n-o in het h.b. HR: Gelet op een brief is ’s Hofs vaststelling dat verdachte het h.b. niet bij schriftuur heeft toegelicht niet begrijpelijk.
HR: 81 RO.
Ontvankelijkheid OM, art. 416.3 Sv. Art. 416.3 Sv verleent de rechter een discretionaire bevoegdheid de OvJ in het h.b. niet-ontvankelijk te verklaren indien van de zijde van het OM geen schriftuur, houdende grieven, is ingediend. Die bepaling is mede van toepassing in het geval
Art. 418 jo. art. 288 Sv. Afwijzing getuigen. Maatstaf. Het Hof kon de getuigenverzoeken slechts afwijzen op de gronden zoals vermeld in art. 288.1 Sv (verdedigingsbelang). Uit diens overwegingen kan echter niet zonder meer volgen dat die maatstaf is aangelegd.
Art. 416 Sv. Klacht over niet-ontvankelijkheid hb. Geen schriftuur houdende grieven, wel een gemachtigde rm, die t.t.z. het woord tot verdediging heeft gevoerd. Gelet daarop is ’s Hofs vaststelling dat verdachte niet mondeling zijn bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven, zonde
Afwijzing getuigenverzoek. Gelet op de procesgang heeft het Hof de juiste maatstaf (noodzaak) toegepast. Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat uit de door verbalisanten opgemaakte p-v’s niet duidelijk blijkt wie de bestuurder van de auto is geweest (verdachte is veroordeeld
1. Afwijzing getuigenverzoeken. Maatstaf. 2. Procedure na terugwijzing. Ad 1. Een ttz. gedaan verzoek tot het horen van een getuige kan slechts worden afgewezen op de gronden genoemd in art. 288.1.b en c Sv. Het Hof heeft door te overwegen dat het verzoek tot het horen van de mee
OM-cassatie. Art. 416.3 Sv. Het Hof heeft na behandeling ttz. het OM alsnog n-o verklaard wegens niet tijdig indienen (4 mnd te laat) van appelschriftuur. 1. De opvatting dat art. 416.3 Sv slechts van toepassing is indien geen schriftuur wordt ingediend, is onjuist. Die bepalin
Vancouver onderzoek. Lekken politie-informatie. Appelschriftuur en ontvankelijkheid. Bewijs medeplichtigheid.
Afwijzing van de in de appelschriftuur gevraagde getuigen. Door te overwegen dat het verzoek om de getuigen op te roepen wordt afgewezen nu redelijkerwijs valt aan te nemen dat door het niet horen van deze personen verdachte niet in zijn verdediging wordt geschaad, heeft het Hof
1. Ambtshalve: verjaring. 2. Ambtshalve: voorwaardelijke veroordeling tot gevangenisstraf, art. 14a Sr. Ad 1. Blijkens de aan de HR toezonden stukken is de bewaring van verdachte gevorderd. Nu tussen de tijdstippen waarop een aantal feiten volgens de tenlastelegging is begaan ene
Getuigenverzoeken. Maatstaf. Bij schriftuur ex art. 410 Sv heeft de verdediging verzocht 3 getuigen op te roepen. Gelet op art. 418 jo. art. 288 Sv kon het Hof het verzoek slechts afwijzen op de in art. 288.1 Sv genoemde gronden. Uit zijn op het verzoek genomen beslissing en de d
CAG onder meer: Gelet op de verwijzing naar het bepaalde in art. 410 Sv berust het middel kennelijk op het standpunt dat het overleggen van een schriftuur ttz. gelijk moet worden gesteld aan het indienen van een schriftuur in de in art. 410.1 Sv bedoelde zin en binnen de in die b
OM-cassatie. Omvang hoger beroep. Ingevolge art. 449.1 Sv jo. art. 407.2 Sv kan de OvJ bij het instellen ervan het hoger beroep beperken, indien in 1e aanleg aan verdachte cumulatief strafbare feiten zijn tenlastegelegd. Indien een dergelijke beperking niet bij het instellen van
Het hof stelt vast dat verdachte geen grieven als bedoeld in artikel 410, eerste lid, Sv heeft ingediend, noch mondeling bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven. Het hof verklaart het hoger beroep van verdachte daarom op grond van artikel 416, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk,
Appelschriftuur ex art 410 Sv. Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat ingevolge art. 410 Sv een appelschriftuur de grieven tegen het vonnis in 1e aanleg dient te bevatten. Nadere materiële eisen waaraan die schriftuur dient te voldoen, worden in die bepal
Wet stroomlijnen hoger beroep (art. 416 lid 2 Sv): verdachte heeft noch schriftelijk, noch mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Het hof verklaart het door verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Horen getuigen in h.b. HR geeft antwoorden op in de praktijk gerezen vragen aangaande de Wet van 10 november 2004 tot wijziging van Sr, Sv en RO i.v.m. het horen van getuigen en enkele aanverwante onderwerpen (Stb. 579). 1. Onderscheid “niet noodzakelijk” en “redelijkerwijs (niet
OM-cassatie. Ingevolge art. 449.1 jo. art. 407.1 Sv kan het hoger beroep slechts tegen het vonnis in zijn geheel worden ingesteld. Alleen indien aan verdachte cumulatief strafbare feiten zijn tenlastegelegd, kan ingevolge art. 407.2 Sv het hoger beroep tot een of meer van die gev
De rechter naar wie de HR na vernietiging van een uitspraak de zaak heeft verwezen, is gebonden aan de door de HR gegeven beslissing (HR NJ 1996, 478). Dit brengt mee dat het hof – gelet op de omvang van het cassatieberoep tegen het arrest van het hof Arnhem – o.g.v. ’s Hogen Raa