Conclusie AG. Samenhang 16/04761. Klacht over de niet-ontvankelijkheid van de verdachte in zijn hoger beroep, vanwege (onder meer) niet naleving van art. 51 Sv (oud).
Wetboek van Strafvordering
Art. 408 Sv
Genoemd in 178 uitspraken · Officiële wettekst
178 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Art. 69 Sr. Artt. 1:413 en 1:426 BW. Art. 423 lid 2 Sv. OM in eea niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging op grond van art. 69 Sr. Het hof komt tot de slotsom dat niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte niet meer in leven is, zodat vooralsnog van
Ontvankelijkheid in h.b., art. 408.2 Sv. Is het na de 14-dagentermijn ingestelde h.b. tijdig ingesteld? Op gronden die zijn vermeld in de CAG is het middel terecht voorgesteld. CAG: Nu de laatste dag van de termijn om h.b. in te stellen op een zondag viel wordt deze ex art. 1.1 v
Niet beslist op het voorafgaand aan de ttz. door raadsman gedane aanhoudingsverzoek. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2005:AT5663. Het p-v ttz. houdt geen uitdrukkelijke en gemotiveerde beslissing in omtrent het verzoek van de raadsman tot uitstel van de behan
N-o verklaring in h.b. Het Hof heeft vastgesteld dat de mededeling uitspraak is uitgereikt aan een ander dan verdachte op het adres waarop verdachte in de GBA (thans BRP) was ingeschreven. Die uitreiking heeft het Hof kennelijk aangemerkt als een omstandigheid waaruit voortvloeit
N-o verklaring in h.b. Uitleg van de in art. 408.1.c. Sv neergelegde eis dat de verdachte “tevoren bekend was met de dag van de (nadere) terechtzitting”. Slagende motiveringsklacht. In het licht van de wetsgeschiedenis brengt een redelijke wetsuitleg mee dat art. 408.1.c. Sv inho
H.b. te laat ingesteld, art. 408.1.c Sv. Het Hof heeft vastgesteld dat een verbalisant heeft getracht de dagvaarding voor de tz. van de Pr aan verdachte uit te reiken, doch dat dit niet is gelukt omdat verdachte weigerde het stuk in ontvangst te nemen, waarop de verbalisant de in
Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een wetenschappelijk onderzoek. Zie NJB 2018/301, afl. 6, p. 404-412.
N-o in h.b. Verdachte heeft haar wens om h.b. in te stellen telefonisch kenbaar gemaakt aan de secretaresse van haar raadsman, zonder zich later ervan te vergewissen of haar raadsman aan deze wens gehoor heeft gegeven. De raadsman heeft nagelaten tijdig h.b. in te stellen. Het Ho
Ve n-o in h.b. Bekend met de einduitspraak a.b.i. art. 408.2 Sv? HR herhaalt ECLI:NL:HR:1994:ZC9722, NJ 1994/578. Kennelijk heeft het Hof uit de brief van ve d.d. 26 sept. 2012 afgeleid dat hij uiterlijk op die datum over voldoende informatie beschikte a.b.i. genoemd arrest. Dat
Ontvankelijkheid verdachte in h.b. Het Hof heeft geoordeeld dat verdachte te laat h.b. heeft ingesteld aangezien “uit het dossier geen aanwijzingen naar voren zijn gekomen waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de brief van verdachte, waaraan de machtiging tot het opmaken van een
N-o verklaring in hoger beroep. Tevoren bekend zijn a.b.i. art. 408.1 onder c Sv. ’s Hofs oordeel dat verdachte tevoren bekend was met de dag van de tz. van 3 juli 2013 waarop de hoofdzaak zou dienen nu 1. de inl. dagv. voor de tz. van 3 juli 2013 door de griffier als gewone brie
Afschrift aan de raadsman van alle stukken die ter kennis van de verdachte worden gebracht ex art. 51 Sv. Hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk (ex art. 416.2 Sv). Bij de stukken van het geding bevindt zich een ontvangstbevestiging van de strafgriffie van het Hof, aan de
N-o verklaring in h.b. Termijnoverschrijding. Art. 408.1 aanhef en onder c Sv. Tevoren bekend zijn. Het kennelijke oordeel van het Hof dat zich een omst. heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de tz. de vd tevoren bekend was a.b.i. art. 408.1 aanhef en onder c Sv zod
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in h.b. Termijnoverschrijding verontschuldigbaar? HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2004:AN8587. Het Hof heeft geoordeeld dat de omstandigheden waarop door verdachte en de raadsvrouwe een beroep is gedaan, niet kunnen word
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in h.b. Termijnoverschrijding verontschuldigbaar? HR herhaalt ECLI:NL:HR:2004:AN8587. De door verdachte als verontschuldiging voor de termijnoverschrijding aangevoerde f&o - opsturen formulieren waaruit zou blijken dat vd niet de bestuurder v
Profijtontneming. N-o verklaring betrokkene in h.b. Het oordeel van het Hof dat mr. X ttz. in e.a. voor de betrokkene is opgetreden als gemachtigd raadsman i.d.z.v. art. 279.1 Sv is niet onbegrijpelijk. Het middel faalt v.zv. het hierover klaagt. Art. 511e.2 (oud) Sv i.c. niet va
Profijtontneming. N-o verklaring betrokkene in h.b. Art. 511e.1 en 2 (oud) Sv. Nu in cassatie ervan moet worden uitgegaan dat een p-v van de tz. van de Rb. niet is opgemaakt kan niet worden vastgesteld of de dag van de uitspraak op die tz. is bekendgemaakt. Het p-v van de tz. is
Niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep. Het Hof heeft aangenomen dat het vonnis op 4 oktober 2010 bekend is gemaakt aan verdachte. Dit blijkt niet uit de aan de HR toegezonden stukken, terwijl overigens uit die stukken niet kan worden opgemaakt dat het hoger beroep is ingest
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in h.b. op rolzitting. Op gronden die zijn vermeld in de conclusie van de AG is het middel terecht voorgesteld.
N-o verklaring ingestelde h.b. Art. 408.1 Sv. Het oordeel van het Hof dat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de tz. in e.a. verdachte tevoren bekend was, is gelet op de inhoud van de verklaring van de b.p. zoals gerelateerd in het p.v. van
ontneming na internetoplichting
Art. 416.2 Sv, n-o in h.b. Het Hof heeft de n-o mede doen steunen op de omstandigheid dat verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend. De stukken van het geding bieden voldoende grond voor het ernstige vermoeden dat namens verdachte een schriftuur houdende grieven
Art. 416 Sv. De in de brief van de Advocaat-Generaal bedoelde begeleidende brief houdt onder meer in dat op de rolzitting de voordracht van de zaak achterwege blijft en geen inhoudelijke behandeling van de zaak plaatsvindt, en dat de aanwezigheid van de raadsman en de verdachte o
Kort geding; strafrecht, executie. Vordering tot invrijheidstelling afgewezen aangezien het ervoor gehouden moet worden dat het bij verstek gewezen strafvonnis reeds onherroepelijk was toen eiser hoger beroep instelde. Met verwijzing naar LJN AP0167 is de voorzieningenrechter van