Conclusie AG. Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late indiening appel. Hof heeft ten onrechte de juistheid in het midden gelaten van de bijzondere omstandigheden waarmee de verdachte zijn beroep op de verontschuldigbaarheid van de termijnoverschrijding heeft onderbouwd.
Wetboek van Strafvordering
Art. 408 Sv
Genoemd in 178 uitspraken · Officiële wettekst
178 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Rijden onder invloed (art. 8.2.a WVW 1994) en rijden terwijl rijbewijs is (in)gevorderd (art. 9.7 WVW 1994). Hof heeft verdachte n-o verklaard in hoger beroep omdat het te laat is ingesteld, art. 408.2 Sv. Verontschuldigbare termijnoverschrijding omdat o.a. alcoholproblematiek er
GHAMS BRR - art. 530 en 533 Sv - indien een zaak eindigt met een einduitspraak vangt de termijn voor het indienen van een verzoekschrift aan op de dag van het onherroepelijk worden van die einduitspraak – verschoonbaarheid termijnoverschrijding
Conclusie AG. Toewijzing vordering TUL. AG gaat in op motiveringsplicht o.g.v. art. 6:6:5 lid 1 Sv bij ontvankelijkheidsbeslissing. Mede gelet op stukken, waaruit niet blijkt dat voorwaardelijke veroordeling onherroepelijk is geworden, kon hof volgens AG niet ongemotiveerd voorbi
Conclusie AG. Klacht over de niet-ontvankelijkheid van de verdachte in zijn hoger beroep. Verontschuldigbare termijnoverschrijding wegens psychische gesteldheid? Verdachte worstelde met ernstige alcoholverslaving en is een maand na betekening vonnis klinisch opgenomen i.v.m. vers
Medeplegen hennepteelt (art. 3.B Opiumwet), medeplegen diefstal van elektriciteit (art. 311.1.4 Sr) en medeplegen aanwezig hebben van henneptoppen (art. 3.C Opiumwet). Hof (enkelvoudige kamer) heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep omdat het te laat is ingesteld. 1. H
Conclusie AG. Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep. Falend middel over oordeel van hof dat termijnoverschrijding na detentie in buitenland niet verschoonbaar is. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Conclusie AG. Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep. M1 klaagt tevergeefs over juistheid en motivering van deze beslissing. M2 klaagt over verzuim te beslissen op verzoek om verbalisant te horen over uitreiking van mededeling uitspraak. Middel faalt, omdat in besl
Artikel 36f, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering, betekening door elektronische overdracht, geen verontschuldigbare termijnoverschrijding.
Overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en ivertreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994. Verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Conclusie AG. Samenhang met 23/05068. Profijtontneming. Tardief appel. Hof stelt vast dat de “dagvaarding” aan een huisgenoot in persoon is betekend op het postadres van de betrokkene en oordeelt dat het hoger beroep binnen 14 dagen na het vonnis had moeten worden ingesteld. Géén
Conclusie AG. Art. 408 lid 2 Sv jo. 366 Sv. Middel klaagt over niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in hoger beroep. Kon hof uit stukken afleiden dat vonnismededeling aan verdachte i.p. is betekend? Bevat 'akte van uitreiking’ - gelet op de rechtspraak over art. 408 lid 2
Conclusie AG. Samenhang met 23/4879P. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Verzoek tot intrekking van het arrest van de Hoge Raad van 15 oktober 2024, waarbij de verdachte n-o is verklaard in het cassatieberoep. 2. Tardief appel. Ad. 1. Het zich in eerste instantie in de cassatie
Conclusie plv. AG. Is verdachte terecht N-O verklaard in h.b. omdat zich een omstandigheid heeft voorgedaan (i.c. DNA-onderzoek bij veroordeelde) waaruit voortvloeit dat de einduitspraak de verdachte bekend was? Plv. AG meent dat middel slaagt. Conclusie strekt tot vernietiging e
Conclusie AG. Art. 366 Sv. Art. 408.2 Sv. Klacht over oordeel hof dat verdachte niet-ontvankelijk is in het hoger beroep. Kon hof oordelen dat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat verdachte bekend was met de einduitspraak van de politierechter? Conclusi
Verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Betekening vonnis door elektronische overdracht. Nadien is niet binnen 14 dagen hoger beroep ingesteld.
Conclusie AG. Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep. De eerste klacht houdt in dat het onderzoek ter terechtzitting nietig is, omdat de verdachte niet is ondervraagd en niet het recht is gelaten om als laatste het woord te voeren. De tweede klacht komt op tegen
Conclusie AG. Betekeningsperikelen. 1. Klacht m.b.t. geldigheid inleidende dagvaarding. 2. UOS-klacht m.b.t. schending aanwezigheidsrecht in eerste aanleg. 3. Slagende klacht m.b.t. schending redelijke termijn i.v.m. niet-voortvarend betekenen verstekvonnis. Conclusie strekt tot
Conclusie AG. Beklag derde belanghebbenden tegen transactie betrekking hebbende op hun toekomende in beslag genomen voorwerpen. Niet-ontvankelijkverklaring van de klagers door de rechtbank wegens termijnoverschrijding als bedoeld in art. 552a lid 3 Sv. De rechtbank had het beklag
Hoger beroep 1 dag na wettelijke termijn van hoger beroep ingesteld. Niet aannemelijk geworden dat er sprake is van een zodanige psychische gesteldheid die de termijnoverschrijding verschoonbaar doet zijn. Verdachte is niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
verdachte niet-ontvankelijk in HB ( HB niet binnen de daartoe gestelde termijn ingesteld)
Conclusie AG. Middel klaagt over niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde hoger beroep. Vaststelling dat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de einduitspraak de verdachte bekend is geworden onbegrijpelijk. Conclusie strekt tot ver
Splitsing van ECLI:NL:GHSHE:2024:498. Beroep door de verdediging op niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie vanwege enerzijds het te laat instellen hoger beroep en anderzijds schending van het specialiteitsbeginsel en overschrijding termijnen in het kader van een Europees Aanho
Splitsing van ECLI:NL:GHSHE:2024:473. Beroep door de verdediging op niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie vanwege enerzijds het te laat instellen hoger beroep en anderzijds schending van het specialiteitsbeginsel en overschrijding termijnen in het kader van een Europees Aanho
Conclusie AG. Art. 408.1.a Sv. Hof heeft verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld. Slagende klacht dat hof ten onrechte heeft geoordeeld dat inleidende dagvaarding in persoon is uitgereikt, aangezien verdachte heeft geweigerd dagvaardi