Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b. omdat het te laat is ingesteld. Verontschuldigbare termijnoverschrijding op de grond dat ex art. 366.4 Sv vertaling mededeling verstekvonnis aan verdachte, die in e.a. noch in h.b. ttz. is verschenen, had moeten worden verstrekt? O.g
Wetboek van Strafvordering
Art. 408 Sv
Genoemd in 178 uitspraken · Officiële wettekst
178 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep, art. 408.1 onder a en c Sv. Zijn de akte van uitreiking behorende bij de dagvaarding in e.a. en de afstandsverklaring voor de tz. in e.a. door verdachte ondertekend? Het Hof is zonder nadere motivering voorbijgegaan aan de uit de stukke
Onverzekerd rijden, art. 30.4 WAM. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.1.a en 408.2 Sv. Ontvankelijkheid hoger beroep en betwisting dat inleidende dagvaarding of vonnis Ktr in persoon aan verdachte is uitgereikt. Kon ho
Telen van hennep (art. 3.B Opiumwet) en aanwezig hebben van hennep (art. 3.C Opiumwet). Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.2 Sv. Kan uit omstandigheid dat verdachte gehoor heeft gegeven aan bevel OvJ tot afname van cel
Conclusie AG. Tardief appel? Geen schriftelijke vertaling mededeling uitspraak als vereist in art. 366 lid 4 Sv. Het oordeel van het hof dat de verdachte na uitreiking van de mededeling uitspraak contact heeft gehad met een tolk en heeft begrepen dat hem mededelingen werden gedaa
Middel klaagt over de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde hoger beroep. Conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak.
Conclusie plv-AG. Klaagschrift ex 552a Sv. Hoewel de conclusie strekt tot het n-o verklaren van klager in zijn beroep in cassatie wegens het opheffen van het beslag, gaat de conclusie in op de wijze waarop de Rb het beklag ontvankelijk heeft geacht alsmede op het cassatiemiddel v
Conclusie AG over de rechtsgeldigheid van een betekening van een dagvaarding in persoon op het moment dat de verdachte is aangehouden op het politiebureau met toepassing van art. 587 lid 2 Sv. De dagvaarding is door de verbalisant aan de verdachte overhandigd, waarop de verdachte
Conclusie AG. Klacht dat het hof de verdachte ten onrechte, althans onbegrijpelijk gemotiveerd, niet ontvankelijk heeft verklaard in zijn h.b. In e.a. is een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd en is overwogen dat “de op te leggen straf impliceert dat de verdach
A-G over mogelijke consequenties bij te laat instellen van hoger beroep als gevolg van een 'manifest failure' van de raadsman. De A-G geeft de Hoge Raad in overweging het cassatieberoep te verwerpen.
Conclusie AG over de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Cassatieberoep ingesteld per e-mail.
Conclusie AG over de vraag of uit de enkele omstandigheid dat de verdachte is medegedeeld dat tegen hem een vonnis is gewezen en hij naar de inhoud daarvan had kunnen informeren, volgt dat de einduitspraak hem bekend was en hij dus binnen veertien dagen na die mededeling hoger be
Cassatie in belang der wet. Bezwaarschrift tegen toepassing vervangende hechtenis wegens niet (naar behoren) verrichte taakstraf, art. 14h, 22g en 22h Sr. Brengt de overeenkomstige toepassing van art. 14h.3 Sr op de behandeling van een ex art. 22g.3 Sr ingediend bezwaarschrift me
Art. 408.2 Sv. Het kennelijke oordeel van het Hof dat de kennisneming door verdachte van de inleidende dagvaarding na de dag van de tz. in e.a. een omstandigheid inhoud waaruit voortvloeit dat de einduitspraak de verdachte bekend is, a.b.i. art. 408.2. Sv, getuigt van een onjuist
Ontvankelijkheid verdachte in appèl; gemachtigde raadsman en appèltermijn; overgangsrecht. Het hof heeft terecht geoordeeld dat het vonnis in eerste aanleg “op tegenspraak” is gewezen, nu de behandeling van de zaak door het verschijnen van verdachte ter terechtzitting van 15-11-0
-
Bedreiging, art. 285.1 Sr. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.2 Sv. Ontvankelijkheid hoger beroep en betwisting dat vonnis Pr in persoon aan verdachte is uitgereikt. Kon hof vaststellen dat vonnis Pr in persoon aan ver
Conclusie AG. Laatste woord, art. 283 lid 6 jo. lid 3 Sv. Verdachte is niet in gelegenheid gesteld om te reageren op laatste inhoudelijke opmerking advocaat-generaal, waarna verdachte niet-ontvankelijk is verklaard in h.b. Dat verzuim leidt tot nietigheid van onderzoek en arrest.
Conclusie plv. AG. Het hof heeft ten onrechte geen uitdrukkelijke en onderbouwde beslissing gegeven op een gemotiveerd beroep op verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding bij het instellen van hoger beroep. Conclusie strekt tot vernietiging van het arrest en tot terugwijzing
Rijden terwijl hij wist dat geldigheid van zijn rijbewijs is geschorst, art. 9.5 WVW 1994. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.1.a Sv. Verontschuldigbare termijnoverschrijding omdat verdachte kort vóór tz. in eerste aan
Conclusie AG. Middel klaagt over de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde hoger beroep. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Conclusie AG. Overtreding art. 107.1 WVW 1994. 1. Oordeel hof dat de betekening van de appeldagvaarding rechtsgeldig op het BRP-adres van verdachte heeft plaatsgevonden is niet onjuist. Uit Justitiële Documentatie en detentieoverzicht van verdachte blijkt dat hij t.t.v. de uitrei
Conclusie AG. Ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep. Door verdachte is aangevoerd dat hij binnen de gestelde beroepstermijn een bezwaarschrift heeft ingediend bij een ander arrondissementsparket. Dit verweer van de verdachte kan gelet op de omstandigheden van het geval bezwa
Conclusie AG. Door openbaar ministerie ingesteld cassatieberoep. AG gaat in op de processuele voorvraag of dit beroep aan de verdachte in persoon is aangezegd dan wel zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat het beroep de verdachte bekend is (art. 433.1 Sv)
Conclusie AG. Art. 257d en 257e Sv, termijn doen van verzet na toezending van een afschrift van een strafbeschikking per gewone post. Kennelijk oordeel van het hof dat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de strafbeschikking de verdachte eerder bekend w