Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. De rechter-commissaris is als behandelend rechter opgetreden in de procedure betreffende het verzoek ex artikel 36a Sv van verzoeker als verdachte. Die procedure is met het geven van de beschikking van 2 februari 2012 geëindigd. De rechter-commi
Wetboek van Strafvordering
Art. 36 Sv
Genoemd in 123 uitspraken · Officiële wettekst
123 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
zware mishandelin, zwaar lichamelijk letsel, openlijke geweldpleging, medeplegen
- alleen technisch bewijs - diefstal met braak
gewapende overvallen, in vereniging, sterk verminderd toerekeningsvatbaar
Verdachte in Acroniem-onderzoek niet ontvankelijk in het hoger beroep.
Bij besluit van 3 maart 2009 heeft de raad een aanvraag van [appellant] om toevoeging voor het verlenen van rechtsbijstand afgewezen.
Verzoekschriften kostenvergoeding ex art. 590 en 590a Sv. Afwijzing van verzoekschrift kosten deskundige nu het deskundigenrapport kennelijk is opgesteld in het kader van een eveneens aanhangige belastingzaak en niet specifiek voor de strafzaak. Aanzienlijke matiging verzoekschri
Zaak in de zin van art. 591a Sv. Advocaatkosten gemaakt tijdens opsporingsfase kunnen voor vergoeding in aanmerking komen. De normen van het besluit Vergoedingen Rechtsbijstand 2000 zijn niet leidend bij het vaststellen van de hoogte van de gevraagde vergoeding. Reistijd van advo
raadkamer; verzoek schadevergoeding van de staat wegens inverzekeringstelling; beëindiging van de zaak; twee feiten onder één parketnummer; sepot; niet-ontvankelijk. Volgens vaste rechtspraak dient in het geval dat een onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden onder "zaak
Overheidsaansprakelijkheid. Eiser legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat de Staat onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld door hem, door de inbeslagname van zijn paspoort, gedurende de periode vanruim een jaar zijn identiteit te hebben ontnomen. Eiser stelt door het gemis v
Sepot is einde zaak in de zin van artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank ziet in de uitleg van de wetgever alsmede in de jurisprudentie geen reden in het kader van artikel 89 Sv onderscheid te maken tussen een onvoorwaardelijk sepot en een kennisgeving niet (
Voorwaardelijk sepot is geen einde zaak in de zin van artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering. Nu niet valt uit te sluiten dat verzoeker nog vervolgd zal worden, is er geen sprake van een einde van de zaak in de zin van artikel 89 Sv. Verzoeker kan vanaf het moment dat de p
Voorwaardelijk sepot is geen einde zaak in de zin van artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering. Nu niet valt uit te sluiten dat verzoeker nog vervolgd zal worden, is er geen sprake van een einde van de zaak in de zin van artikel 89 Sv. Verzoeker kan vanaf het moment dat de p
Profijtontneming. Ontneming t.a.v. verjaarde ” soortgelijke feiten”. Aan ’s Hofs oordeel ligt de opvatting ten grondslag dat ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel t.z.v. “soortgelijke feiten” a.b.i. art. 36e.2 Sr niet mogelijk is, indien vervolging t.z.v. die soortgeli
artikel 89 en 591a/gerechtelijk vooronderzoek/kennisgeving niet verdere vervolging, artikel 245 en 246 Sv/niet-ontvankelijkverklaring/doel betekeningsvereiste -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Ontvankelijkheid verzoeker in verband met afspraak De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat verzoeker ook niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn verzoeken ex artikel 591 en 591a vanwege het volgende. Op een gegeven moment heeft het openbaar ministerie
Verklaring van geen bezwaar rechtspersonen
schadevergoeding na gestelde te lange duur van de strafrechtelijke vervolging en het niet bieden van bescherming tegen gestelde bedreiging? art. 89 en 591a Sv.
Verzoekschrift ex 591a Sv (vergoeding reis- en verblijfkosten en vergoeding schade en ksoten raadsman bij vrijspraak) nadat verdachte is vrijgesproken van invoer cocaïne, zie LJN: AR3487
Andere strafbare feiten ex art. 36e.3 Sr. Uit art. 36e Sr jo. art. 511.1 Sv volgt dat een ontnemingsvordering n.a.v. een veroordeling a.b.i. art. 36e.1 en 3 moet worden ingesteld binnen twee jaren na de uitspraak in eerste aanleg. Daarmee is niet verenigbaar dat in een geval als
-
-
Kennisgeving niet verdere vervolging in de zin van art. 245 Sv.