Kwalificatie. Vrijheidsberoving en gijzeling. Artt. 282 en 282a Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2015:1695 m.b.t. het feit dat de dader van het in art. 282a Sr omschreven feit slechts strafbaar is indien hij handelt met het oogmerk een ander dan de gijzelaar
Wetboek van Strafvordering
Art. 369 Sv
Genoemd in 22 uitspraken · Officiële wettekst
22 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
De regel ex art. 369.1 (oud) Sv dat de politierechter onbevoegd is tot oplegging van meer dan zes maanden gevangenisstraf, geldt niet bij ongelijktijdige berechting van strafbare feiten waarop ex art. 63 Sr de samenloopbepalingen van boek I, titel VI, Sr van toepassing zijn. Art.
Economische zaak. Feitelijk leidinggeven aan medeplegen van doen van onjuiste aangifte loonbelasting door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 69.2 AWR. 1. Absolute competentie, bevoegdheid economische kamer in hoger beroep. Kon zaak in h.b. worden behandeld door economische
Frans van A. 1. Rechtsmacht NL strafrechter. 2. Verbindendheid art. 8 WOS. 3. Opzet op medeplichtigheid. 4. Deskundigheid getuige-deskundige. 5. Bewijsmiddelen (bwm) die mening, gissing, of conclusie bevatten? 6. Strafmotivering. 7. N-o-verklaring vorderingen bp. Ad 1. De opvatti
Veroordeling voor brandstichting in eigen woonkamer, drie bedreigingen, mishandeling en wederspannigheid tot een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 175 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar. De ten laste gelegde feiten worden verdachte in verminderde mate toegerek
Veroordeling meerdere feiten, vernieling, onbruikbaar maken, beschadiging, wederspannigheid, lokaalvredebreuk, mishandeling, bedreiging. Deels voorwaardelijke gevangenisstraf.
Verzoek tot wraking afgewezen. Verwijzing naar de meervoudige kamer is een procesbeslissing, welke geen grond vormt voor wraking. Ook de motivering van die procesbeslissing geeft geen blijk van vooringenomenheid.
Veroordeling voor mishandeling en voor poging tot zware mishandeling (dit laatste van een kwetsbare oudere vrouw). Verdachte ontoerekeningsvatbaar. Ontslag van alle rechtsvervolging. Verdachte heeft uit zorgoogpunt een behandeling binnen een verplicht kader nodig. De rechtbank le
Veroordeling wegens het tweemaal medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf telen van hennep (art. 3B jo. art. 11.3 OW jo. art. 47.1.1 Sr), opzettelijk aanwezig hebben hennep (art. 3C OW) en deelname aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van in de u
Conclusie AG. Opzettelijk telen hennep (art. 3.B Opiumwet), diefstal van elektriciteit t.b.v. de hennepkwekerij (art. 311.5 Sr), opzettelijk verkopen en aanwezig hebben van hennep in growshop (art. 3.C en 3.B Opiumwet) en medeplegen hypotheekfraude (art. 225 Sr). Middelen, o.m. m
Medeplegen hennepteelt (art. 3.B Opiumwet) en medeplegen diefstal stroom d.m.v. verbreking (art. 311 Sr) m.b.t. twee hennepkwekerijen. 1. Bewijsklachten medeplegen diefstal stroom. 2. Totale strafoplegging (12 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf i.c.m. taakstraf) in drie ge
Conclusie AG. Middelen m.b.t. de strafoplegging. 1. Is strafoplegging in strijd met (de ratio) van art. 9.4 Sr? 2. Heeft hof bij strafoplegging ten onrechte niet tlg. feiten betrokken? 3. Heeft hof voldoende gemotiveerd waarom hij aan voorwaardelijk strafdeel bijzondere (vrijheid
Vordering tot wijziging bijzondere voorwaarde in klinische opname gedurende maximaal een jaar of minder. Bevoegdheid enkelvoudige kamer in executieprocedures ex art. 6.6.1 lid 7 Sv ziet op vrijheidsbeneming tot één jaar en niet tot en met één jaar. Door wetgever kennelijk beoogd
Antilliaanse zaak. Schietpartij op Bonaire. Beperking voeren woord tot verdediging ex art. 353.2 en 373.1 WvSv BES (in essentie gelijkluidend aan art. 311.2 resp. art. 331, eerste lid, Sv). Verdachte is veroordeeld wegens doodslag, poging tot doodslag en het voorhanden hebben van
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan witwassen. Toen hij bij de Duits-Nederlandse grens is aangehouden, had hij een aanzienlijk geldbedrag bij zich. Verdachte heeft voor de feiten naar het oordeel van de rechtbank geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring
Op de voet van art. 369 lid 2 Sv, in samenhang met art. 328 Sv dat in art. 367 Sv van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op het rechtsgeding voor de politierechter, is de officier van justitie bevoegd te vorderen dat de strafzaak door de meervoudige kamer van de rechtbank
Vrijspraak. De rechtbank heeft in de strafzaak tegen medeverdachte [B.V.] B.V. niet kunnen vaststellen dat de rechtspersoon zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van de Wet milieubeheer, omdat de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen heeft geacht dat door de handelin
Vrijspraak. De rechtbank kan voor wat betreft de door verdachte en haar medeverdachten uitgevoerde handelingen niet méér vaststellen dan dat verdachte en haar medeverdachten (telkens) onverpakte asbesthoudende dakleien of -platen op het dak van voornoemd gebouw hebben gepakt en/o
Art. 63 (oud) Sr, oplegging straf na eerdere oplegging ISD. Vooropgesteld wordt dat a) noch art. 38m Sr noch enig ander voorschrift van de 3e afd. van Titel IIA, Boek I Sr inhoudt dat de ISD-maatregel kan worden gecombineerd met straffen, zodat moet worden aangenomen dat de straf
In lijn van hetgeen de Hoge Raad heeft in zijn arrest van 27 april 1993 (NJ 1993, 780) heeft bepaald, dient de regeling van artikel 14g lid 3 van het Wetboek van Strafrecht in het licht van de wetsgeschiedenis en het bepaalde bij artikel 369 van het Wetboek van Strafvordering al
Na verwijzing op grond van art 369 Sv van de zaak van een inbewaringgestelde verdachte door de politierechter naar de meervoudige kamer van de rechtbank, is verdachte gedetineerd gebleven. De officier van justitie verdedigt dit tegenover de meervoudige kamer door zich op het stan
De regel ex art. 369.1 (oud) Sv dat de politierechter onbevoegd is tot oplegging van meer dan zes maanden gevangenisstraf, geldt niet bij ongelijktijdige berechting van strafbare feiten waarop ex art. 63 Sr de samenloopbepalingen van boek I, titel VI, Sr van toepassing zijn. Art.