Reikwijdte art. 359.2 Sv. 1. Wettelijk systeem. 2. Uitdrukkelijk onderbouwde standpunten; pv en uitspraak als kenbron; eisen aan cassatiemiddel. 3. Soms motivering vereist van selectie en waardering bewijs en keuze en weging factoren van belang voor oplegging straf of maatregel;
Wetboek van Strafvordering
Art. 360 Sv
Genoemd in 247 uitspraken · Officiële wettekst
247 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Mishandeling (ex-)echtgenote, art. 304.1 Sr. Ondervragingsrecht getuige, art. 6.3.d. EVRM. Aangeefster heeft bij verhoor door Rh-C beroep gedaan op verschoningsrecht, terwijl Hof haar bij politie afgelegde verklaring voor bewijs heeft gebruikt. Hof heeft kennelijk geoordeeld dat
Tot bewijs gebezigd proces-verbaal houdende de verklaring van iemand wiens identiteit niet blijkt. 1) Aan art. 344.3.b Sv is voldaan als de wens die persoon te ondervragen naderhand is ingetrokken. 2) 's Hofs arrest houdt in strijd met art. 360.1 Sv geen uitdrukkelijk oordeel ove
Artt. 190, 344a, 360 Sv. De in art. 344a.3 Sv gebezigde term “personen wier identiteit niet blijkt” omvat niet een geval als i.c. waarin het gaat om personen wier persoonsgegevens niet (volledig) zijn vermeld in het p-v waarin hun verklaringen zijn opgenomen, maar van wie vaststa
Art. 344a.3 Sv. Gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. HR herhaalt relevante overwegingen uit LJN ZA1460 m.b.t. motiveringsplicht rechter en LJN AE1195 m.b.t. de term “een persoon wiens identiteit
-
HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR NJ 2006, 393. Een betoog waarin een beroep wordt gedaan op niet hoogst onwaarschijnlijke feiten en/of omstandigheden die met de inhoud van de door de rechter gebezigde bewijsmiddelen niet in strijd zijn doch die – indien juist – onver
Mishandeling, art. 300.1 Sr. Motiveringsplicht t.a.v. gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt, art. 344a.3 Sv en 360 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1460 m.b.t. motiveri
Motivering gebruik anonieme getuigenverklaring. Art. 190, 344a en 360.1 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 2009/239 en HR NJ 1998/135. Het Hof heeft nagelaten het gebruik van het bewijsmiddel nader te motiveren.
Vandros | Strafzaak Willem Holleeder
1. Gebruik maken voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt, artt. 344a.3 en 360 Sv. 2. Vordering bp. Ad 1. Het Hof heeft als bm opgenomen een p-v van politie waarin een verklaring van een anonieme getuige is
1. Gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende een verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. 2. Art. 304 Sr. Ad 1. Het Hof heeft in strijd met art. 360.1 Sv nagelaten het gebruik van dit bewijsmiddel, v.zv. inhoudende de verklaring van een onbeke
Uitvoer 30 kg heroïne. Vervolg op ECLI:NL:HR:2010:BL7709. Verleende status van bedreigde getuige ex art. 226a Sv aan politie-infiltranten A en B en van beperkt anonieme getuige ex art. 190.3 Sv aan hun begeleiders C en D. 1. Toekennen status bedreigde getuige en positie zittingsr
Poging uitlokking moord. 1. Gebruik als bewijs van p-v’s die door onder codenummers aangeduide opsporingsambtenaren zijn opgemaakt. Motiveringsvoorschrift van art. 360.1 Sv verzuimd? 2. Vrijwillige terugtred; art. 46b Sr. Ad 1. De kennelijk aan het middel ten grondslag liggende o
Profijtontneming. Artt. 344a.3, 360.1, 360.4, 511e.1, 511g, 511f en 415 Sv. Motiveringseisen aan het gebruik van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt in een ontnemingsprocedure. Art. 344a Sv is op zichzelf niet van toepassi
Art. 190 Sv jo. 360 Sv. Betrouwbaarheid anonieme getuigenverklaring. HR herhaalt relevante overweging uit HR LJN AE1195 en LJN BF2082. I.c. is geen sprake van ‘een persoon wiens identiteit niet blijkt’ a.b.i. art. 344a.3 Sv. Kennelijk is de getuige gehoord door de r-c op de voet
Verklaring getuige wiens identiteit niet blijkt. Ingevolge het ook in h.b. toepasselijke art 360.1 en art. 360.4 Sv behoort de rechter het gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt, a.b.i. art. 344a.3
Verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. Art. 360 Sv. HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1460, inhoudende dat ex art. 360.1 en 4 Sv de rechter het gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wien
1. Strafbare voorbereidingshandelingen ex art. 46 (oud) Sr. Het voorhanden hebben van een gezamenlijkheid van voorwerpen kennelijk bestemd tot het begaan van een misdrijf als bedoeld in art. 46 (oud) Sr. 2. Motiveringsplicht art. 360, eerste lid, Sv. Weergave in bewijsmiddelen va
Art. 344a.3 Sv. Schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. Het Hof heeft tot het bewijs gebezigd de in een p-v van de verbalisant opgenomen verklaring van een onbekend gebleven man. Het tot bewijs gebezigde p-v moet in zoverre worde
1. Onpartijdig gerecht ex art. 6.1 EVRM en oordeel over ontvankelijkheid OM in kader verzoek tot opheffing voorlopige hechtenis. 2. Ontvankelijkheid OM en vernietiging inbeslaggenomen voorwerpen. 3. Motivering ex art. 360.1 Sv van gebruik voor bewijs van verklaring bedreigde getu
Profijtontneming. Motiveringseisen aan het gebruik van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt in een ontnemingsprocedure. Indien de rechter in de ontnemingsprocedure de schatting van het w.v.v. mede ontleent aan een schriftel
Personen wier identiteit niet blijkt of beperkt anoniem verhoorde getuigen? Art. 190.3 Sv, art. 344a.3 Sv en art. 360.1 Sv. Personen wier identiteit niet blijkt ex art. 344a.3 Sv omvat niet personen wier persoonsgegevens niet (volledig) zijn vermeld in het p-v waarin hun verklari
Profijtontneming. Motiveringseisen aan het gebruik van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. Art. 344a.3 en 360.1 Sv. Als de rechter in de ontnemingsprocedure de schatting van het w.v.v. mede ontleent aan een schriftelijk
Klacht over gebruik tot bewijs van schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt a.b.i. art. 344a.1 en 3 Sv zonder de ex art. 360.1 Sv vereiste motivering. HR: 81.1 RO.