Reikwijdte art. 359.2 Sv. 1. Wettelijk systeem. 2. Uitdrukkelijk onderbouwde standpunten; pv en uitspraak als kenbron; eisen aan cassatiemiddel. 3. Soms motivering vereist van selectie en waardering bewijs en keuze en weging factoren van belang voor oplegging straf of maatregel;
Wetboek van Strafvordering
Art. 360 Sv
Genoemd in 247 uitspraken · Officiële wettekst
247 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Liquidatieproces Passage. Verdachte is veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf voor betrokkenheid bij zes moorden, twee pogingen tot moord (art. 289 Sr) en deelneming aan een criminele organisatie (art. 140.1 Sr). 1. Kroongetuigenregeling, art. 226g Sv en art. 44a Sr. 2. Vere
Mishandeling (ex-)echtgenote, art. 304.1 Sr. Ondervragingsrecht getuige, art. 6.3.d. EVRM. Aangeefster heeft bij verhoor door Rh-C beroep gedaan op verschoningsrecht, terwijl Hof haar bij politie afgelegde verklaring voor bewijs heeft gebruikt. Hof heeft kennelijk geoordeeld dat
Liquidatieproces Passage. Verdachte is veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf voor betrokkenheid bij vier moorden en poging tot moord (art. 289 Sr). 1. Kroongetuigenregeling, art. 226g Sv en art. 44a Sr. 2. Verenigbaarheid levenslange gevangenisstraf met art. 3 EVRM, art. 63
Liquidatieproces Passage. Verdachte is veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf voor betrokkenheid bij twee moorden (art. 289 Sr), deelneming aan een criminele organisatie (art. 140.1 Sr) en bezit van valse reisdocumenten (art. 231.2 Sr). 1. Kroongetuigenregeling, art. 226g Sv
1. Toepassing art. 423.1 Sv (vernietiging/bevestiging door Hof van vonnis in 1e aanleg) na inwerkingtreding Wet stroomlijnen hoger beroep. 2. Kwalificatie. Ad 1. De HR beschrijft de strekking van de Wet stroomlijnen hoger beroep en de praktijk m.b.t. de toepassing van art. 423 Sv
Tot bewijs gebezigd proces-verbaal houdende de verklaring van iemand wiens identiteit niet blijkt. 1) Aan art. 344.3.b Sv is voldaan als de wens die persoon te ondervragen naderhand is ingetrokken. 2) 's Hofs arrest houdt in strijd met art. 360.1 Sv geen uitdrukkelijk oordeel ove
Liquidatieproces Passage 1. Beoordeling toepassing kroongetuigenregeling: beoordelingskader; getuigenbescherming; opportuniteitsbeginselbeginsel; 2. Manco kluisverklaringen: wél verklaard, niet gerelateerd in proces-verbaal kluisverklaringen; 3. Uitleveringsdetentie en art. 3 EVR
Kroongetuige. Motiveringsplicht zittingsrechter t.a.v. rechtmatigheid afspraak met getuige a.b.i. art. 226g Sv en betrouwbaarheid van diens verklaringen. Ex art. 360.2 en .4 Sv behoort de rechter het gebruik voor het bewijs van de verklaring van een getuige met wie o.g.v. art. 22
Artt. 190, 344a, 360 Sv. De in art. 344a.3 Sv gebezigde term “personen wier identiteit niet blijkt” omvat niet een geval als i.c. waarin het gaat om personen wier persoonsgegevens niet (volledig) zijn vermeld in het p-v waarin hun verklaringen zijn opgenomen, maar van wie vaststa
Art. 344a.3 Sv. Gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. HR herhaalt relevante overwegingen uit LJN ZA1460 m.b.t. motiveringsplicht rechter en LJN AE1195 m.b.t. de term “een persoon wiens identiteit
Doodslag zonder lijk. 1. Politie-undercover (A1052) in de cel; verklaringsvrijheid verdachte. 2. Gebruik voor bewijs van verklaringen van als bedreigde getuige aangemerkte A1052. 3. Toekennen status bedreigde getuige en positie zittingsrechter. 4. Bewijs van voorwaardelijk opzet
-
HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR NJ 2006, 393. Een betoog waarin een beroep wordt gedaan op niet hoogst onwaarschijnlijke feiten en/of omstandigheden die met de inhoud van de door de rechter gebezigde bewijsmiddelen niet in strijd zijn doch die – indien juist – onver
Liquidatieproces Passage. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaren en zes maanden voor vier feiten m.b.t. het voorhanden hebben (art. 26.1 WWM), overdragen (art. 31.1 WWM) en zonder erkenning verhandelen (art. 9.1 WWM) van (vuur)wapens en munitie en van dit
Mishandeling, art. 300.1 Sr. Motiveringsplicht t.a.v. gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt, art. 344a.3 Sv en 360 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1460 m.b.t. motiveri
Motivering gebruik anonieme getuigenverklaring. Art. 190, 344a en 360.1 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 2009/239 en HR NJ 1998/135. Het Hof heeft nagelaten het gebruik van het bewijsmiddel nader te motiveren.
Vandros | Strafzaak Willem Holleeder
Conclusie AG. Liquidatieproces Passage. Verdachte is veroordeeld voor betrokkenheid bij meerdere moorden, een poging daartoe en deelneming aan een criminele organisatie. Art. 140 en 289 Sr. Middelen verdachte over o.m. uitleg en toepassing kroongetuigenregeling art. 226g e.v. Sv
1. Gebruik maken voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt, artt. 344a.3 en 360 Sv. 2. Vordering bp. Ad 1. Het Hof heeft als bm opgenomen een p-v van politie waarin een verklaring van een anonieme getuige is
1. Gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende een verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. 2. Art. 304 Sr. Ad 1. Het Hof heeft in strijd met art. 360.1 Sv nagelaten het gebruik van dit bewijsmiddel, v.zv. inhoudende de verklaring van een onbeke
Uitvoer 30 kg heroïne. Vervolg op ECLI:NL:HR:2010:BL7709. Verleende status van bedreigde getuige ex art. 226a Sv aan politie-infiltranten A en B en van beperkt anonieme getuige ex art. 190.3 Sv aan hun begeleiders C en D. 1. Toekennen status bedreigde getuige en positie zittingsr
Poging uitlokking moord. 1. Gebruik als bewijs van p-v’s die door onder codenummers aangeduide opsporingsambtenaren zijn opgemaakt. Motiveringsvoorschrift van art. 360.1 Sv verzuimd? 2. Vrijwillige terugtred; art. 46b Sr. Ad 1. De kennelijk aan het middel ten grondslag liggende o
Profijtontneming. Artt. 344a.3, 360.1, 360.4, 511e.1, 511g, 511f en 415 Sv. Motiveringseisen aan het gebruik van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt in een ontnemingsprocedure. Art. 344a Sv is op zichzelf niet van toepassi
Art. 190 Sv jo. 360 Sv. Betrouwbaarheid anonieme getuigenverklaring. HR herhaalt relevante overweging uit HR LJN AE1195 en LJN BF2082. I.c. is geen sprake van ‘een persoon wiens identiteit niet blijkt’ a.b.i. art. 344a.3 Sv. Kennelijk is de getuige gehoord door de r-c op de voet