Conclusie AG met betrekking tot de zogenaamde Amsterdamse medicijnmoorden. De AG gaat in het bijzonder in op de vraag of schakelbewijs alleen toelaatbaar is indien de modus operandi wordt vergeleken van twee strafbare feiten waarvan op andere gronden kan worden aangenomen dat zij
Wetboek van Strafvordering
Art. 359 Sv
Genoemd in 2.762 uitspraken · Officiële wettekst
2.762 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Conclusie AG. Fiscale fraude. Klachten m.b.t. de bewezenverklaring van medeplegen, opzet rechtspersoon en feitelijk leidinggever, schending van het nemo tenetur-beginsel en de strafmotivering. De AG stelt voor dat de Hoge Raad het beroep in cassatie zal verwerpen.
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassa
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassa
Beklag tegen beslag. UOS bij procedure in raadkamer. Art. 359.2 Sv heeft niet het oog op een ter gelegenheid van de behandeling van een klaagschrift a.b.i. art 552a Sv in raadkamer ingenomen standpunt.
Navorderingsaanslag, vergrijpboete, Meer en Vaart-verweer, alternatief scenario, motivering, Melo Tadeu, omkering en verzwaring van de bewijslast, de vereiste aangifte.
Conclusie AG. Veroordeling wegens mensenhandel, art. 273f Sr. Zes middelen. Bewijsklachten mbt (1) bewijsminimum art. 342 lid 2 Sv en (2) betekenis vrijspraak medeverdachte voor strafbaarheid verdachte. Voorts klachten over (3), na vergelijking zaak medeverdachte, de strafoplegg
Conclusie AG. Vervoer cocaïne (art. 2 onder B Opiumwet) en medeplegen voorbereidingshandelingen cocaïnehandel (art. 10 lid 4 Opiumwet). Middelen over (1) overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, (2) strafmotivering en (3) motivering bewezenverklaring feiten 1 e
Conclusie AG. Leerplichtwet. Slagende klacht over de afwijzing van een beroep op richtingsbezwaren a.b.i. art. 5 b Lpw na verhuizing. Falende klacht over de verwerping van een verweer over het bewijs van de verplichting de school 'geregeld te bezoeken'. Beschouwingen over de leer
Medeplegen van een gewelddadige ontvoering in Amstelveen op 9 maart 2017. Klachten over (i) de verwerping van het alternatieve scenario, (ii) de motivering van het medeplegen poging tot doodslag, (iii) de motivering van het medeplegen zware mishandeling en (iv) de strafoplegging
Conclusie AG. Beschouwingen over de sole or decisive rule. Conclusie strekt tot vernietiging.
CAG. Afpersing en moord op 86-jarige man. De AG behandelt bewijsklachten, onder meer met betrekking tot de voorbedachte raad. Daarnaast is de vraag aan de orde of aan een boeddhistische en humanistische geestelijke verzorger in een PI een verschoningsrecht toekomt. De AG geeft de
Slagende bewijsklacht gebruik maken a.b.i. art. 420bis Sr, witwassen. Aangezien de bewezenverklaring van het onder 3 tenlastegelegde, v.zv. inhoudende dat verdachte van geldbedragen die hij 'bespaard' heeft "gebruik heeft gemaakt", niet z.m. uit de door het Hof gebruikte bewijsvo
Diefstal d.m.v. valse sleutel door geld te pinnen met gestolen of zonder toestemming gebruikte bankpas, art. 311.1.5 Sr. Uos m.b.t. betrouwbaarheid herkenning verdachte. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 17/01789.
Conclusie AG. 'Boiler room". Frauduleuze constructie waarbij beleggers worden overgehaald te investeren in waardeloze of nepaandelen. Witwassen art. 420bis Sr en oplichting art. 326 Sr. AG adviseert de Hoge Raad het cassatieberoep ten aanzien van één van de tenlastegelegde oplich
Conclusie AG over de strafmotivering in relatie tot een straftoemetingsverweer en de terughoudende opstelling van de Hoge Raad op dat punt. De AG geeft de Hoge Raad in overweging het beroep met toepassing van art. 81 RO te verwerpen.
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassa
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassa
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassa
Zes van Breda. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BW7190. HR herhaalt in voorafgaande beschouwing de relevante rechtsregels uit ECLI:NL:HR:2005:AR5714; ECLI:NL:HR:2001:AD3530 en ECLI:NL:HR:2006:AU9130 m.b.t. speelruimte Hof na gegrondverklaring herzieningsaanvraag en de toetsing in cassa
1. Art. 246 Sr. Ontuchtige handelingen. Het meermalen knijpen in de billen van aangeefster. 2. Art. 423.4 Sv. Bepalen straf. Ad 1. Verdachte heeft een voor hem onbekende jonge vrouw in een drukke uitgaansgelegenheid onverhoeds in de billen geknepen. Nadat aangeefster kenbaar had
De strafmotivering bevat, in strijd met art. 359.6 Sv, niet een opgave van redenen die i.h.b. hebben geleid tot de keuze van het opleggen van een vrijheidsbenemende straf. Conclusie AG: anders.
Internetoplichting, aannemen valse hoedanigheid. Art. 326 Sr. Het Hof heeft met juistheid geoordeeld dat de enkele omstandigheid dat iemand zich i.s.m. de waarheid voordoet als bonafide verkoper die in staat en voornemens is de bij hem gekochte en aan hem vooruitbetaalde goederen
Ondervragingsrecht verdediging, steunbewijs. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2013:BX5539. Het Hof heeft de bij de R-C afgelegde verklaringen van de medeverdachten voor het bewijs kunnen bezigen. Ambtshalve: strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie.
Strafmotivering. Met de overweging dat de evt. ongewenstverklaring van verdachte niet ter beoordeling van het Hof staat zodat het daarmee geen rekening kan houden heeft het Hof als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat de enkele mogelijkheid dat aan de uitkomst van deze straf