Art. 359.2 Sv, uos. Het Hof heeft hetgeen is aangevoerd kennelijk niet opgevat als een uos. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.
Wetboek van Strafvordering
Art. 359 Sv
Genoemd in 2.762 uitspraken · Officiële wettekst
2.762 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 33 · live
Bewijsklacht. Steunbewijs. HR herhaalt HR LJN BX5539 . Het oordeel van het Hof dat de verklaring bruikbaar is voor het bewijs nu de verklaring in voldoende mate steun vindt in andere bewijsmiddelen geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Aldus
Seksueel binnendringen bij iemand < 16 jaar. Art. 245 Sr. Aanwijzing “Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik” van 30 november 2004, Stcrt 2005, 17. Het Hof heeft de door de verdediging betrokken stelling dat de voorschriften van de Aanwijzing niet zijn nagele
HR: art. 81 RO en strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.
Falende bewijsklacht m.b.t. wederspannigheid. Art. 180, 184 Sr; art. 160 WVW 1994 (oud); art. 61a RVV (oud); art. 5.16, 5.20 Awb. Blijkens zijn bewijsoverwegingen heeft het Hof geoordeeld dat voor verdachte “duidelijk moet zijn geweest dat hij was aangehouden en wat de reden daar
Casus: het Hof heeft het vonnis van de Rb volledig bevestigd. In h.b. is een rechtmatigheidsverweer gevoerd. HR: v.zv. het middel klaagt dat het Hof in strijd met art. 359.2, tweede volzin, Sv heeft verzuimd te reageren op het uos dat de aanhouding onrechtmatig is geweest, stuit
Profijtontneming en witwassen. In de strafzaak is bewezenverklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan - kort gezegd - het medeplegen van voorhanden hebben van geldbedragen waarvan hij wst dat deze van misdrijf afkomstig waren, welk feit is gekwalificeerd als medeplege
Falende bewijsklacht opzettelijk aanwezig hebben GHB.
In de Klimop-zaken heeft het hof uitspraak gedaan over de verzoeken tot het horen van getuigen en andere onderzoekswensen.
Vormverzuimen a.b.i. art. 359a Sv en daarbuiten. De aan verweer en middel ten grondslag liggende stelling dat het in een (geseponeerde) verkrachtingszaak op 22 mei 2008 in de DNA-databank opgenomen DNA-profiel, de bijbehorende gegevens, het celmateriaal alsmede het verslag DNA-on
Witwassen, artt. 420bis en 420quater Sr. HR herhaalt HR LJN BM4440 m.b.t. het witwassen van een door verdachte zelf begaan misdrijf en voegt daar ter verduidelijking aan toe: Met deze rechtspraak wordt mede beoogd te voorkomen dat een verdachte die een bepaald misdrijf heeft bega
HR: art. 81.1 RO.
HR: art. 81.1 RO.
Strafoplegging. Aangenomen moet worden dat het Hof kennelijk abusievelijk in het dictum heeft opgenomen dat de verdachte wordt veroordeeld tot betaling van een geldboete van € 7.500,- (tienduizend euro); de HR leest dit als een geldboete van € 7.500,- (zevenduizend en vijfhonderd
Strafoplegging. Aangenomen moet worden dat het Hof kennelijk abusievelijk in het dictum heeft opgenomen dat de verdachte wordt veroordeeld tot betaling van een geldboete van € 7.500,- (tienduizend euro); de HR leest dit als een geldboete van € 7.500,- (zevenduizend en vijfhonderd
Bewijsklacht opzet binnen NL brengen van opium. Van een partij opium is slechts 10 gram gecontroleerd doorgevoerd. De stelling dat het opzet van verdachte gericht was op het verdere vervoer van slechts 10 gr opium stuit af op ’s Hofs overwegingen dat sprake moet zijn geweest van
Falende bewijsklacht (rijden onder invloed en negeren van een rijverbod a.b.i. art. 162.1 WVW 1994).
Jeugdzaak. Cautie. Art. 29.2 Sv en art. 359a Sv. Art. 29.2 Sv beoogt de verdachte te behoeden tegen ongewilde medewerking aan zijn eigen veroordeling. Ingevolge die bepaling dient de verdachte voor zijn verhoor te worden medegedeeld, dat hij niet verplicht is tot antwoorden. Indi
1. Slagende bewijsklacht “ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers” a.b.i. art. 341 Sr. 2. Art. 359.2 Sv. Uos inzake delictsomschrijving art. 341 Sr en normadressaat. Ad 1. HR herhaalt HR LJN BI4691 m.b.t. het opzet. Het middel is terecht voorgesteld Ad 2.
Profijtontneming. 1. Redelijke termijn in e.a. Het Hof heeft vastgesteld dat de ontnemingsprocedure die, nadat in de hoofdzaak op 15 oktober 2004 vonnis was gewezen, op 5 september 2006 bij de Rb aanhangig is gemaakt en tot een op 11 juli 2008 uitgesproken ontnemingsvonnis heeft
WOTS. Overname Duitse ontnemingsmaatregel. De klacht dat de Rb haar oordeel dat voor een nieuwe inhoudelijke beoordeling van de feiten geen plaats is, ten onrechte heeft gegrond op Kaderbesluit nr. 2006//783/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 6 okt. 2006 (PbEU L 328/59) inz
HR: 81 RO.
Slagende bewijsklachten. HR herhaalt HR LJN BA0424 mbt het verwijzen naar bm. De verwijzing naar de tapgesprekken voldoet niet aan het vereiste van nauwkeurigheid en delen van de bewezenverklaring worden voorts niet door de inhoud van de bewijsvoering geschraagd.
Uitlevering. OM-cassatie. De Rb heeft vastgesteld dat uit de overgelegde stukken blijkt dat de verzoekende Staat de uitlevering van de opgeëiste persoon uitsluitend heeft verzocht om hem te kunnen vervolgen t.z.v. het in art. 146 van het Turkse WvSr omschreven delict. Die uitleg
Profijtontneming. HR: 81 RO.