Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Parket bij de Hoge Raad

ECLI:NL:PHR:2012:BX8076

2012-10-30 Strafrecht 11/01583 P
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Uitspraakdatum
2012-10-30
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
—
Zaaknummer
11/01583 P
Type
Conclusie
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2012/1392

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

HR: 81 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.594 tekens)
Nr. 11/01583 P
Mr. Vegter
Zitting 4 september 2012


Conclusie inzake:

[Betrokkene](1)

1. Het Gerechtshof te Arnhem, zitting houdende te Leeuwarden, heeft bij uitspraak van 21 maart 2011 het door de betrokkene - uit het "opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod" en andere strafbare feiten - wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 9.739,44 en aan de betrokkene ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 9.739,44.

2. Mr. F.H. Gart, advocaat te Leeuwarden, heeft cassatie ingesteld. Namens de betrokkene heeft mr. V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.

3.1. Het middel behelst de klacht dat het Hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, geen gehoor heeft gegeven aan art. 359, tweede lid, Sv(2) nu op een uitdrukkelijk gevoerd standpunt van de betrokkene geen voldoende gemotiveerde beslissing is gegeven.

3.2. De steller van het middel heeft blijkens de toelichting het oog op het volgende gedeelte uit de ter terechtzitting in hoger beroep door de betrokkene afgelegde verklaring:

"De eerste oogst kon min of meer de prullenbak in. Dat wat ik zou hebben gezegd over de opbrengst van de eerste oogst, dat die opbrengst 1500 euro zou zijn, klopt trouwens niet helemaal. De kosten van de opbouw van de kwekerij hebben wij samen betaald."

3.3. Het Hof heeft dit kennelijk niet opgevat als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, dat wil zeggen een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van de feitenrechter naar voren is gebracht.(3) Dat is niet onbegrijpelijk.

3.4. Het middel faalt.

4. Het middel kan worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende motivering. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van het bestreden arrest behoren te leiden.

5. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.


De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden



1 Deze zaak hangt samen met zaak 11/01572 (strafzaak) tegen de betrokkene, waarin ik vandaag eveneens zal concluderen.
2 In verbinding met art. 511e Sv is art. 359, tweede lid, Sv ook op de ontnemingsprocedure van toepassing, vgl. HR 5 februari 2008, LJN BC2913, NJ 2008/288 m.nt. Borgers.
3 HR 11 april 2006, LJN AU9130, NJ 2006/393 m.nt. Buruma, rov. 3.7.1.