Oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, art. 310 Sr. Casus: verdachte neemt een fotocamera van aangever mee om “zijn vordering kracht bij te zetten”. In het bestreden arrest ligt als oordeel van het Hof besloten dat verdachte door te trachten als heer en meester te beschikken
Wetboek van Strafvordering
Art. 359 Sv
Genoemd in 2.762 uitspraken · Officiële wettekst
2.762 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 32 · live
HR: art. 81.1 RO.
HR: 81.1 RO.
HR: 80a RO.
Strafmotivering. Het UJD betreffende verdachte biedt geen steun aan ’s Hofs vaststelling “dat verdachte in 2009 nog een transactie voor rijden onder invloed van alcohol [heeft] betaald.”, zodat deze vaststelling niet zonder meer begrijpelijk is. De strafmotivering is evenmin begr
HR: 81.1 RO.
OM-cassatie. HR: 81.1 RO.
Profijtontneming. 1. OM-cassatie. 2. Cassatie betrokkene. Ad 1. ’s Hofs kennelijke oordeel dat de bedrijfskosten van betrokkene gedurende het ‘boekjaar 2001-2002’ kunnen worden toegerekend aan zowel de legale als illegale bedrijfsactiviteiten en dat in het ‘resultaat voor belasti
HR: 81.1 RO. Ambtshalve: herstel misslag in strafoplegging.
1. Voorwaardelijk opzet bij poging tot zware mishandeling. 2. Vordering b.p., rechtstreekse schade. Ad 1. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR ECLI BI4736. Het Hof heeft een opgenomen bm redengevend geacht voor het bewijs van het voorwaardelijk opzet van verdachte t.a
HR: art. 81.1 RO.
Vuurwerkbesluit (oud). Het Hof heeft i.h.k.v de beantwoording van de vraag of sprake is van het voorhanden hebben van ‘consumentenvuurwerk’ a.b.i. de op art. 1.2.2 lid 1 onder a Vuurwerkbesluit (oud) toegesneden tll. het onderhavige vuurwerk aangemerkt als bestemd voor particulie
HR: 81.1 RO, met verwijzing naar HR LJN BZ8902.
HR: 81.1 RO, met verwijzing naar HR LJN BZ8902.
HR: 81.1 RO, met verwijzing naar HR LJN BZ8902.
HR: 81.1 RO, met verwijzing naar HR LJN BZ8902.
HR: 81.1 RO, met verwijzing naar HR LJN BZ8902.
Jeugdzaak. 1.Redengevend bewijsmiddel. 2. Verzuim te beslissen op de vordering b.p. Ad 1. HR herhaalt LJN BV3442. Het middel klaagt terecht dat de door het Hof als ongeloofwaardig bestempelde verklaring onder de bewijsmiddelen is opgenomen. Dit behoeft in dit geval evenwel niet t
OM-cassatie. Het middel klaagt terecht niet over het afwijzen van het door de AG gedane wrakingsverzoek. De klacht over schending van art. 271.2 Sv faalt op de gronden vermeld in de conclusie AG onder 3.9.2.
HR: 81.1 RO.
Puttense moordzaak II. 1. Verwerping verweer. 2. Salduz. 3. Herhaald verzoek horen deskundigen. 4. Samenloop. Ad 1. Indien de aan het verweer en middel ten grondslag liggende stellingen dat de in 1994 in de DNA-databank opgenomen sporendragers volgens de destijds geldende regels
1. Bevestiging vonnis. Opgave bewijsmiddelen, art. 359.3 Sv. 2. Verduistering, art. 321 Sr. Anders dan door misdrijf. Ad. 1. Gelet op de door de raadsman in h.b. bepleite vrijspraak voor feit 1 sub a, b, c en d, had het Hof het vonnis niet mogen bevestigen dan onder de in art. 42
Art. 6 en 175 WVW 1994. Schuld in de zin van roekeloosheid. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2012:BU2016. Bij de toetsing in cassatie van beslissingen in concrete gevallen, waarbij de HR slechts tot op zekere hoogte duidelijkheid kan verschaffen omtrent
Art. 81.1 RO.
HR: 81.1 RO.