Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2013:825
2013-09-03
Strafrecht
12/05918
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2013:776 → ECLI:NL:PHR:2013:825 gevolgd
Inhoudsindicatie
HR: 80a RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.318 tekens)
Nr. 12/05918
Zitting: 3 september 2013
Mr. Knigge
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Arnhem.
2. Nu het Hof de bewezenverklaring bepaald niet alleen heeft doen steunen op het DNA-spoor waarop het middel betrekking heeft, vergde de tweede volzin van art. 359 lid 2 Sv niet dat het Hof expliciet uiteenzette waarom het aan het daarop betrekking hebbende verweer, waarin enkel een beroep is gedaan op theoretische mogelijkheden, voorbijging. De gemotiveerde bewezenverklaring bevat voldoende aanknopingspunten die dat begrijpelijk maken. Dat wordt niet anders doordat ook nog is aangevoerd dat verdachte geen motief had. Een en ander brengt mee dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet ontvankelijk wordt verklaard.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG
Zitting: 3 september 2013
Mr. Knigge
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Arnhem.
2. Nu het Hof de bewezenverklaring bepaald niet alleen heeft doen steunen op het DNA-spoor waarop het middel betrekking heeft, vergde de tweede volzin van art. 359 lid 2 Sv niet dat het Hof expliciet uiteenzette waarom het aan het daarop betrekking hebbende verweer, waarin enkel een beroep is gedaan op theoretische mogelijkheden, voorbijging. De gemotiveerde bewezenverklaring bevat voldoende aanknopingspunten die dat begrijpelijk maken. Dat wordt niet anders doordat ook nog is aangevoerd dat verdachte geen motief had. Een en ander brengt mee dat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet ontvankelijk wordt verklaard.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG