Redelijke termijn i.g.v. voorlopige maatregel ex artt. 28 en 29 WED. Verweer en middel steunen op de opvatting dat in geval een voorlopige maatregel is opgelegd, de behandeling van de zaak in EA niet binnen 2 jr doch binnen 16 mnd na de oplegging van de voorlopige maatregel dient
Wetboek van Strafvordering
Art. 358 Sv
Genoemd in 373 uitspraken · Officiële wettekst
373 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. Het hof heeft het gevoerde betoog kennelijk niet opgevat als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ex art. 359.2 Sv. Dat oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk.
Reikwijdte art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. Het middel betreft “de verweren” die ter terechtzitting in appèl zijn gevoerd. Daarbij is niet nader aangeduid op welke verweren de klacht ziet. Aldus is niet met voldoende precisie aangegeven op w
1. Met overneming ex art. 423 lid 3 Sv van de verwerping van een verweer uit het vernietigde vonnis kon in casu niet worden volstaan nu het in appèl gevoerde verweer nieuwe stellingen en argumenten bevat. 2. Voorlichtingsdag over het geneesmiddel Xenical. Betekenis van "tot het p
-
Conclusie AG. Art. 345.1 Sv. Aanstonds mondeling uitspraak doen waarbij in het eindvonnis of arrest voor de motivering van de uitspraak wordt verwezen naar het p-v van de tz waarop de uitspraak is gedaan. Toegestane werkwijze? Het schriftelijke vonnis of arrest dat moet worden op
PUBLICATIE BIJ ARREST. Conclusie AG. Tweede cassatieronde. Veroordeling wegens valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (feit 1) en medeplegen oplichting, meermalen gepleegd (feit 4 en 5). Middel 1: klacht over miskenning terugwijzingsopdracht en afwijzing getuigenverzoeken. Mid
Conclusie AG over (1) vervolgingsverjaring en (2) beroep op de samenloopbepalingen, in het bijzonder de in art. 56 lid 2 Sr voorziene gelijkstelling in geval van valsheid aan de voortgezette handeling. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Samenhang met 18/01534.
Conclusie AG. Profijtontneming. Is hof Arnhem-Leeuwarden bevoegde gerecht om over ontnemingszaak in hb te oordelen nadat hoofdzaak in eerste aanleg werd behandeld door rb Leeuwarden op grond van art. 8 lid 1 Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen en het Besluit tussent
Poging tot zware mishandeling, door huisgenoot met een keukenmes in de onderarm te steken, art. 302 Sr. Verwerping beroep op noodweer. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2016:456 m.b.t. motiveringsplicht rechter en proportionaliteitseis. Hof heeft o.m. vastgesteld
Opzettelijk handelen in strijd met art. 3.C Opiumwet. Volstaan met opgave b.m., art. 359.3 Sv. HR op gronden in de CAG vermeld is het middel terecht voorgesteld. CAG: Ten onrechte volstaan met een opgave van de b.m. door het vonnis te bevestigen, aangezien uit het p-v van de tz.
Poging tot moord en bedreiging (meermalen gepleegd). 1. Laatste woord. 2. Gedeeltelijke vernietiging en bevestiging van de opgelegde straf, art. 423 lid 1 en 3 Sv. Ad 1. Uit het p-v van de tz. blijkt dat verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Noch uit het p-v, noch
Medeplegen van medeplichtigheid aan medeplegen van opzettelijk uitlokken van poging tot moord. Falende middelen over verwerping verweer strekkende tot n-o verklaring OM in vervolging dan wel bewijsuitsluiting i.v.m. schending van uit o.m. art. 2 EVRM voortvloeiende positieve verp
Antilliaanse zaak. Openlijke geweldpleging tegen politie op Bonaire, “met verenigde krachten”, art. 147.1 Sr BES. Deze bepaling komt overeen met art. 141.1 (oud) Sr. Voor een veroordeling t.z.v. art. 141.1 (oud) Sr is vereist dat betrokkene deel uitmaakt van een groep die geweld
Onderzoek “Jasmijn”. HR: 81.1 RO. Conclusie AG o.m. over schakelbewijs, (verlengde) invoer en medeplegen.
HR: art. 81.1 RO en strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie.
HR: art. 81.1 RO.
HR: art. 81.1 RO.
HR: 81RO.
Art. 80a RO. HR wijst overzichtsarrest i.v.m. het op 1 juli 2012 in werking getreden art. 80a RO: de mogelijkheid om het beroep in cassatie n-o te verklaren. De HR geeft aan welke zaken zich daarvoor kunnen lenen en hoe de HR voornemens is met art. 80a RO procedureel gezien om te
Art. 359.2 Sv, art. 358.3 Sv. V.zv. het middel t.a.v. het verweer dat art. 2.1.1.4 APV Leeuwarden ondeugdelijk is bekendgemaakt en daarom niet verbindend is, klaagt dat het Hof niet heeft voldaan aan het motiveringsvoorschrift van art. 359.2.2e volzin Sv, miskent het dat het hier
Middelen over medeplegen, voortgezette handeling en criminele (inbraak) organisatie falen en kunnen naar het oordeel van de AG worden verworpen.
B.p. die is overleden na toewijzing van de vordering in 1e aanleg. 1. Vordering. 2. Schadevergoedingsmaatregel (s.v.m.). Ad 1. I.c. duurde de voeging ex art. 421.2 Sv van rechtswege voort zodat het Hof ex art. 361 Sv op de vordering diende te beslissen. De omstandigheid dat de b.
Katvanger. “Tenzij anders blijkt” a.b.i. art. 1.3 WVW1994. Verweerin hoger beroep: een katvanger kan niet worden gelijkgesteld aan eigenaar of houder. HR: met zijn overweging “ dat de wettelijke bedoeling van art. 1.3 WVW1994 juist opgang doet ingeval iemand, zoals i.c., als kat
Het Hof heeft in de verwerping van het verweer van verdachte dat zijn Europese rechten zijn geschonden tot uitdrukking gebracht dat hetgeen verdachte heeft aangevoerd niet kan gelden als een uitdrukkelijk voorgedragen verweer a.b.i. art. 358.3 Sv. Dat oordeel geeft niet blijk van