Reikwijdte art. 359.2 Sv. 1. Wettelijk systeem. 2. Uitdrukkelijk onderbouwde standpunten; pv en uitspraak als kenbron; eisen aan cassatiemiddel. 3. Soms motivering vereist van selectie en waardering bewijs en keuze en weging factoren van belang voor oplegging straf of maatregel;
Wetboek van Strafvordering
Art. 358 Sv
Genoemd in 373 uitspraken · Officiële wettekst
373 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Verduistering door gelden van investeerders bestemd voor bouwprojecten over te maken naar eigen bankrekening, art. 321 Sr. 1. Bewijs wederrechtelijke toe-eigening en opzet. 2. Strafmotivering. 3. HR ambtshalve: Onderzoek naar verjaring als grond voor verval van recht tot strafvor
Aanslag op Turkse consul te Rotterdam in 1982. 1. Bedreiging tegen het leven gericht, art. 285 Sr. 2. Art. 284 Sr lex specialis art. 285 Sr? Ad 1. Het Hof heeft kennelijk geoordeeld - en ook kunnen oordelen -, dat in de weergegeven f&o besloten ligt dat de bedreiging is geschied
Art. 359.3 Sv: bekennende verdachte. Art. 359.3 Sv moet aldus worden verstaan dat slechts kan worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen indien verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, tenzij sprake is van de - zich hier niet voordoende
Beroep op psychische overmacht. V.zv. het middel klaagt dat 's Hofs motivering niet voldoet aan het in art. 359.2.2e volzin Sv gegeven motiveringsvoorschrift t.a.v. uitdrukkelijk onderbouwde standpunten, miskent het dat het hier een verweer betreft waarop ex art. 358.3 Sv bepaald
Conclusie AG. Vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek als bedoeld in art. 359a Sv. De AG wijdt algemene beschouwingen aan het beoordelingskader ter zake van art. 359a Sv (zie ook ECLI:NL:PHR:2020:655). Ingegaan wordt onder meer op de grondslagen voor toepassing van art. 359a
Belastingfraude bij de aanleg van een nieuw sportpark in de gemeente Etten-Leur. Samenhang met 02451/06 en 02453/06. 1. Strafrechtelijke immuniteit mbt handelen i.h.k.v. bestuurstaak. Art. 359.2 en 358.3 Sv. 2. Ontvankelijkheid OM. 3. Opzet rechtspersoon. Verdachte is een publiek
Conclusie AG. Vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek als bedoeld in art. 359a Sv. De AG wijdt algemene beschouwingen aan het beoordelingskader ter zake van art. 359a Sv. Ingegaan wordt onder meer op de grondslagen voor toepassing van art. 359a Sv, de verhouding tussen de we
HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR NJ 2006, 393. Een betoog waarin een beroep wordt gedaan op niet hoogst onwaarschijnlijke feiten en/of omstandigheden die met de inhoud van de door de rechter gebezigde bewijsmiddelen niet in strijd zijn doch die – indien juist – onver
Militaire zaak. 1. Ontvankelijkheid OM. 2. Art. 6 EVRM vanwege, onthouden mogelijkheid tegenonderzoek. Ad 1. De klacht dat niet is voldaan aan het motiveringsvoorschrift van art. 359.2, tweede volzin, Sv stuit af op de omstandigheid dat het hier een verweer betreft a.b.i. art. 35
Art. 348 Sv. Onderzoek dubbele strafbaarheid. HR gaat om. Geklaagd wordt dat het Hof heeft verzuimd te doen blijken van een ambtshalve onderzoek naar de ontvankelijkheid van het OM i.v.m. een in België gepleegd feit. Het volgende wordt vooropgesteld. Ex art. 348 Sv behoort de rec
-
Conclusie AG. Politiemol Mark M. Schending van het ambtsgeheim en computervredebreuk door als politieambtenaar gegevens op te zoeken in computersystemen van de politie en te verstrekken aan onbevoegde derden, art. 272 en 138ab Sr. Kan het geautoriseerd inloggen door de verdachte
Het hof heeft verdachtes verklaring kennelijk niet opgevat als een beroep op psychische overmacht. Dat is niet onbegrijpelijk in aanmerking genomen dat verdachte ter terechtzitting in appel werd bijgestaan door een raadsman die, naar blijkt uit het zittings-pv en de daaraan gehec
Art. 261 Sv. Nietige dagvaarding? De aan art. 420bis.1 aanhef en onder b Sr jo. art. 420ter.1 Sr ontleende termen “omzetten” en “een gewoonte maken” komen voldoende feitelijke betekenis toe.
Beleggingsfraude in concernverband. Feitelijke leiding geven aan verduistering, meermalen gepleegd (art. 321 Sr) en feitelijke leiding geven aan gewoontewitwassen, meermalen gepleegd (art. 420ter Sr). 1. Middelen m.b.t. o.m. (i) de verenigbaarheid met art. 326 Sv van het gebruik
Beleggingsfraude in concernverband. Feitelijke leiding geven aan door rechtspersoon begane verduistering, meermalen gepleegd (art. 321 Sr) en feitelijke leiding geven aan door rechtspersoon begaan gewoontewitwassen, meermalen gepleegd (art. 420ter Sr). 1. Middelen over (i) bewijs
Conclusie AG. OM-cassatie tegen partiële vrijspraak kindermishandeling. A-G beantwoordt vraag of psychische mishandeling zelfstandig strafbaar kan zijn als mishandeling i.d.z.v. art. 300 lid 1 en/of lid 4 Sr en zo ja, onder welke voorwaarden. Ten behoeve hiervan wordt o.a. ingega
Concl. AG. Verkrachting, meermalen gepleegd. Verdachte heeft aangeefster massagehandelingen gegeven en terwijl zij (vrijwel) naakt op zijn massagetafel lag, zijn vinger(s) in haar vagina gebracht en haar vagina betast. Bewezenverklaard is dat hij deze ontuchtige handelingen op ee
Motivering strafoplegging. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt? Het Hof heeft het aangevoerde klaarblijkelijk niet opgevat als een u.o.s. i.d.z.v. art. 359.2, tweede volzin, Sv. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. Kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft het H
Art. 359.2 tweede volzin en 358.3 Sv. De klacht dat 's Hofs motivering niet voldoet aan het motiveringsvoorschrift van art. 359.2 Sv, stuit af op de omstandigheid dat het hier een verweer betreft a.b.i. art. 358.3 Sv. Dienaangaande geldt het motiveringsvoorschrift van de 1e volzi
Conclusie AG. Wederrechtelijk dwingen (art. 284 Sr) en smaadschrift (art. 261 Sr). Middel 1: kan het gedurende 7 minuten filmen en livestreamen van een persoon op straat terwijl deze persoon daaraan tracht te ontkomen onder het toepassingsbereik van art. 284 worden gebracht, of b
Conclusie AG. Nasleep Klimop-fraude. Onder meer gaat het in deze zaak om de vraag of het verzwijgen in een overeenkomst van reeds aangegane verplichtingen tot doorbetaling van winst aan derden valsheid in geschrift (art. 225 Sr) oplevert. De AG geeft de HR in overweging het cassa
Conclusie AG. Fiscale fraude. Klachten m.b.t. de bewezenverklaring van medeplegen, opzet rechtspersoon en feitelijk leidinggever, schending van het nemo tenetur-beginsel en de strafmotivering. De AG stelt voor dat de Hoge Raad het beroep in cassatie zal verwerpen.
Geschil over gedeeltelijk afwijzing gratieverzoek. Eiser is door het hof strafrechtelijk veroordeeld voor twee feiten. Feit 2 was ten tijde van de behandeling bij het hof al verjaard. Hierover is in cassatie namens eiser (in de schriftuur van april 2018) niet geklaagd. De Hoge Ra