Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 429 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:CA1610 m.b.t. beperking van cassatieberoep tot de beslissingen over onderdelen van de tll. waarin een zelfstandig strafrechtelijk verwijt is omschreven. De bewezenverklaringen van
Wetboek van Strafvordering
Art. 350 Sv
Genoemd in 625 uitspraken · Officiële wettekst
625 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 21 · live
HR: art. 81.1 RO.
HR: 81.1 RO.
1. Vordering wijziging tll. en “hetzelfde feit” i.d.z.v. art. 68 Sr. Art. 69.1 en 69.2 AWR. Niet doen en onjuist/onvolledig doen van belastingaangifte. 2. Bewijsklacht. Ad. 1. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2011:BM9102. De tll. onder 2, tweede onderdeel
Zaak "Passage". Is het hoger beroep in de strafzaak door het openbaar ministerie in strijd met het recht ingesteld? Beoordeling van de betekenis van de positie van de verdachte in het licht van een met hem gemaakte afspraak (art. 226g Wetboek van Strafvordering) en in de sleutel
Voorwerp i.d.z.v. art. 2.1 categorie I sub 7 WWM? Het op het tot bewijs gebezigde p-v van bevindingen van de hoofdagent en taakaccenthouder WWM gebaseerde oordeel van het Hof dat het in de tll vermelde (luchtdruk)geweer een voorwerp is i.d.z.v. cat. I sub 7 WWM is niet onbegrijpe
Verdachte n-o in zijn cassatieberoep. Blijkens het p-v tz. in eerste aanleg is aldaar door de ex art. 279 Sv gemachtigde raadsman niet aangevoerd dat de zaak voor de kinderrechter vervolgd had dienen te worden. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat uit hetgeen in de cassaties
Economische zaak. Asbest. De door het Hof aan het bewezenverklaarde gegeven kwalificatie is mede gelet op hetgeen het Hof in de bewijsvoering heeft vastgesteld niet te verenigen met de bewezenverklaring.
Onttrekking aan het verkeer bij vrijspraak. Niet is voldaan aan het vereiste van art. 36b.1ahf.3° Sr, nu de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen voorwerpen is bevolen maar de bestreden uitspraak niets inhoudt omtrent de vaststelling van enig strafbaar feit. De HR ge
HR: 81.1 RO.
Beslag. De bestreden uitspraak houdt in strijd met art. 353.1 Sv geen beslissing in ten aanzien van inbeslaggenomen voorwerpen. Dit verzuim behoeft evenwel niet tot cassatie te leiden, aangezien de verdachte binnen de in art. 552a.3 Sv gestelde termijn van 3 mnd na de dag waarop
Puttense moordzaak II. 1. Verwerping verweer. 2. Salduz. 3. Herhaald verzoek horen deskundigen. 4. Samenloop. Ad 1. Indien de aan het verweer en middel ten grondslag liggende stellingen dat de in 1994 in de DNA-databank opgenomen sporendragers volgens de destijds geldende regels
Zaak Millecam. 1. Bewijsklacht opzet. 2. Toerekenen letsel aan handelen en nalaten van verdachte; artt. 40 Wet BIG, 7:453 BW. Ad 1. Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte t.t.v. het tenlastegelegde als arts was ingeschreven in het krachtens de Wet op de beroepen in de individuel
In de Klimop-zaken heeft het hof uitspraak gedaan over de verzoeken tot het horen van getuigen en andere onderzoekswensen.
In de Klimop-zaken heeft het hof uitspraak gedaan over de verzoeken tot het horen van getuigen en andere onderzoekswensen.
In de Klimop-zaken heeft het hof uitspraak gedaan over de verzoeken tot het horen van getuigen en andere onderzoekswensen.
Wrakingsverzoek afgewezen. De beoordeling van de vraag of de verdediging een belang heeft bij bepaalde, (nog) niet verrichte onderzoekshandelingen is een waardering door de rechters die de zaak inhoudelijk behandelen, waar de wrakingskamer niet anders in heeft te treden dan langs
HR: 81.1 RO.
HR: 81 RO
HR: 81 RO. Conclusie AG: anders.
Inhoud en duiding van de (grondslag van de) tenlastelegging door achtereenvolgens de officier van justitie, rechtbank, verdediging en advocaat-generaal en, de betekenis daarvan voor het geding in hoger beroep. Beoordeling ontvankelijkheid officier van justitie in kader van artike
Art. 149 Sr (grafschennis). Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte het nog geopende graf van zijn partner is ingegaan, het deksel van de kist heeft gehaald, zijn overleden partner heeft aangeraakt en vastgehouden. Het Hof heeft geoordeeld dat verdachte aldus de integriteit van h
OM-cassatie. Jeugdzaak. Art. 410 Sv. De HR herhaalt de toepasselijke overweging uit HR NJ 1998/287 dat in h.b. in e.a. begane verzuimen en vergissingen kunnen worden hersteld, en nader bekend geworden gegevens bij het onderzoek kunnen worden betrokken. Dit brengt mee dat het aan
Veroordeling voor oplichting van de voormalige HBU-bank voor een bedrag van bijna 1,4 miljoen euro door deze bank - in strijd met de waarheid - voor te spiegelen dat het bedrijf van verdachte bezig was met een lucratieve aan- en verkoop van een partij textiel, terwijl dit in werk
Getuigenverzoek, maatstaf. In art. 410.3 Sv jo. art. 263.2 Sv ligt als vereiste besloten dat de daar bedoelde opgave van getuigen of deskundigen voldoende stellig en duidelijk als zodanig in de appelschriftuur moet zijn vermeld. De beoordeling van de vraag of een appelschriftuur