Poging doodslag, art. 287. Stiefvader slingert in bed liggende peuter met zoveel kracht tegen de muur dat deze blijvend hersenletsel alsook schade aan zijn gezichtsveld oploopt. CAG: Falende middelen m.b.t. voorwaardelijk opzet, denatureren van de verklaring van de verdachte en h
Wetboek van Strafvordering
Art. 350 Sv
Genoemd in 625 uitspraken · Officiële wettekst
625 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 20 · live
OM-cassatie. Vrijspraak ter zake bedreiging door agent door dienstpistool te richten. Wederrechtelijk. Art. 285 Sr. HR: art. 81.1 RO.
wraking
Klimop-zaak. Redelijke termijn. Art. 6 EVRM. ’s Hofs oordeel dat “de duur van de strafprocedure in eerste aanleg en hoger beroep onwenselijk, maar niet onredelijk” is, is niet onbegrijpelijk en behoefde geen andere motivering. De omstandigheid dat in e.a. de behandeling van de za
Wet bescherming Persoonsgegevens/ Opname in incidenten register en EVR / voldoende zware verdenking valsheid in geschrift en niet ambtelijke omkoping/ overige feiten onvoldoende gebleken/ duur opname maximale termijn proportioneel?/ automatisch gebruik maximale termijn zonder weg
Executiegeschil, verkoop woning
Verzuim te beslissen op voorwaardelijk gedane verzoeken. De (voorwaardelijke) verzoeken tot het horen van getuigen en tot het doen van nader onderzoek aan een aangetroffen fles olijfolie en aangetroffen scharen zijn verzoeken als voorzien in art. 331.1 Sv jo. art. 328 Sv, om toep
Profijtontneming. Verzuim te beslissen op voorwaardelijk gedane verzoeken. De (voorwaardelijke) verzoeken tot het doen van nader onderzoek aan een aangetroffen fles olijfolie en aangetroffen scharen en tot het doen van nader onderzoek naar de kalkafzetting aan de binnenzijde van
Economische zaak. HR ambtshalve. Middelen zonder “therapeutische” werking kunnen niet worden gekwalificeerd als geneesmiddel. Art. 1.1 onder b en 18.1 Geneesmiddelenwet (Gmw). In het licht van de uitspraak van het Hof van Justitie in de zaken Markus D. en G. (C-358/13 en C-181/14
Art. 81 lid 1 RO. Wet bescherming persoonsgegevens, art. 46. Verzoek tot verwijdering van registratie in het Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen. Afweging van belangen.
HR: art. 80a RO
Grondslagverlating? Verhouding art. 282 (wederrechtelijke vrijheidsberoving) en 282a Sr (gijzeling). De aan het middel ten grondslag liggende opvatting dat art. 282a.1 Sr zich t.o.v. art. 282.1 Sr verhoudt als een bijz. tot een alg. strafbepaling in die zin dat in een geval als i
artikel 5.2.1 van het Protocol incidentenwaarschuwingssysteem financiële instellingen; vordering tot verwijdering althans verkorting van de duur van de registratie afgewezen;
HR: art. 81.1 RO.
Wrakingsverzoek afgewezen. De door de voorzitter getroffen (orde)maatregel kan ook zonder expliciete verwijzing naar een wetsartikel berusten op een wettelijke grondslag. Anders dan door verzoekers is aangevoerd, zijn de door de voorzitter te geven bevelen of te nemen maatregelen
Beraadslaging n.a.v. ottz. Art. 422.1 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2006:AY9214 m.b.t. het feit dat niet-naleving van het voorschrift dat de rechter beraadslaagt n.a.v. het ottz. in de wet niet uitdrukkelijk met nietigheid is bedreigd en zodanige nietighei
Onttrekking aan het verkeer, art. 36b.1 aanhef onder 3 Sr. Vrijspraak tenlastegelegde. I.c. niet voldaan aan het vereiste van art. 36b.1 aanhef en onder 3 Sr, nu de bestreden uitspraak niets inhoudt omtrent de vaststelling van enig strafbaar feit.
Slagende betekeningsklacht. De aan het dubbel van de appeldagvaarding gehechte akte van uitreiking vermeldt niet waarom die dgv niet is kunnen worden uitgereikt, terwijl uit die akte evenmin blijkt dat een bericht van aankomst is achtergelaten aan de woning van verdachte. Uit het
Wrakingszaak
HR: art. 81.1 RO.
Afwijzing wrakingsverzoek
Opsporingsmethode “stille sms”. Het toezenden van voor de gebruiker van de telefoon niet-waarneembare sms-berichten is als zodanig niet in een daarop toegesneden wettelijke bepaling geregeld. Voor een dergelijke wijze van opsporing moet worden aangenomen dat de opsporingsambtenar
HR 81.1 RO. Ambtshalve redelijke termijn.
Onttrekking aan het verkeer. Nu de bestreden uitspraak niets inhoudt omtrent de vaststelling van enig strafbaar feit, is niet voldaan aan het vereiste van art. 36b.1 aanhef en onder 3 Sr.
Art. 81 lid 1 RO. Vordering tot schadevergoeding door de Staat wegens strafrechtelijke vervolging gevolgd door vrijspraak; toepassing Begaclaim-criteria.