Reikwijdte art. 359.2 Sv. 1. Wettelijk systeem. 2. Uitdrukkelijk onderbouwde standpunten; pv en uitspraak als kenbron; eisen aan cassatiemiddel. 3. Soms motivering vereist van selectie en waardering bewijs en keuze en weging factoren van belang voor oplegging straf of maatregel;
Wetboek van Strafvordering
Art. 349 Sv
Genoemd in 95 uitspraken · Officiële wettekst
95 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Verduistering door gelden van investeerders bestemd voor bouwprojecten over te maken naar eigen bankrekening, art. 321 Sr. 1. Bewijs wederrechtelijke toe-eigening en opzet. 2. Strafmotivering. 3. HR ambtshalve: Onderzoek naar verjaring als grond voor verval van recht tot strafvor
Art. 348 Sv. Onderzoek dubbele strafbaarheid. HR gaat om. Geklaagd wordt dat het Hof heeft verzuimd te doen blijken van een ambtshalve onderzoek naar de ontvankelijkheid van het OM i.v.m. een in België gepleegd feit. Het volgende wordt vooropgesteld. Ex art. 348 Sv behoort de rec
Beleggingsfraude in concernverband. Feitelijke leiding geven aan door rechtspersoon begane verduistering, meermalen gepleegd (art. 321 Sr) en feitelijke leiding geven aan door rechtspersoon begaan gewoontewitwassen, meermalen gepleegd (art. 420ter Sr). 1. Middelen over (i) bewijs
Beleggingsfraude in concernverband. Feitelijke leiding geven aan verduistering, meermalen gepleegd (art. 321 Sr) en feitelijke leiding geven aan gewoontewitwassen, meermalen gepleegd (art. 420ter Sr). 1. Middelen m.b.t. o.m. (i) de verenigbaarheid met art. 326 Sv van het gebruik
A-G Niessen heeft op 28 maart 2017 conclusie genomen in de zaak met nummer 16/03548. In deze zaak had de Hoge Raad aan de procureur-generaal medegedeeld toepassing van artikel 80a Wet RO te overwegen. In cassatie is in geschil of belanghebbendes herzieningsverzoek moet worden toe
Geschil over gedeeltelijk afwijzing gratieverzoek. Eiser is door het hof strafrechtelijk veroordeeld voor twee feiten. Feit 2 was ten tijde van de behandeling bij het hof al verjaard. Hierover is in cassatie namens eiser (in de schriftuur van april 2018) niet geklaagd. De Hoge Ra
Medeplegen gekwalificeerde diefstal. Strafmotivering. Middelen over motivering “aanstonds” uitspraak doen, uos t.a.v. art. 22b Sr (taakstrafverbod) en begrijpelijkheid strafmotivering. HR: art. 81.1 RO. CAG maakt ambtshalve opmerkingen over de eisen die gelden voor een schrifteli
Beleggingsfraude in concernverband. Feitelijke leiding geven aan door rechtspersoon begane verduistering, meermalen gepleegd (art. 321 Sr), feitelijke leiding geven aan door rechtspersoon begaan gewoontewitwassen, meermalen gepleegd (art. 420ter Sr) en valsheid in geschrift, meer
Verdachte geheimhouder (advocaat). Art. 125g Sv (oud), art. 126aa Sv. Besluit bewaren en vernietigen niet-gevoegde stukken (Stb. 1999, 548). HR herhaalt o.m. HR LJN BK3369 en HR LJN AM2533. Het verweer strekkende tot n-o is door het Hof op toereikende gronden verworpen.
Art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. De pleitnotities houden een uitvoerige opsomming in van argumenten op grond waarvan de gewraakte getuigenverklaringen als onbetrouwbaar aangemerkt moeten worden. In het middel wordt echter niet met voldoende
Conclusie AG. Betekeningsperikelen. Dagvaarding is toegezonden aan het van verdachte bekende (inschrijf)adres in België. Ontbreekt de postcode en, zo ja, is dat van belang? Volgens AG is de appeldagvaarding rechtsgeldig aan verdachte betekend. Conclusie strekt tot verwerping.
De Staat handelt niet onrechtmatig door eiser geen gratie te verlenen ter zake van een strafbaar feit dat was verjaard ten tijde van het wijzen van arrest door de Hoge Raad. In dat arrest was ambtshalve cassatie wegens verjaring achterwege gebleven.
Conclusie AG. Beleggingsfraude in concernverband. Feitelijke leidinggeven aan verduistering en gewoontewitwassen. Klachten van de verdachte met betrekking tot onder meer (1) de verenigbaarheid met art. 326 Sv van het gebruik van een gemeenschappelijk of verzamelproces-verbaal in
Art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. Het hof heeft het gevoerde betoog kennelijk niet opgevat als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ex art. 359.2 Sv. Dat oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk.
Reikwijdte art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. Het middel betreft “de verweren” die ter terechtzitting in appèl zijn gevoerd. Daarbij is niet nader aangeduid op welke verweren de klacht ziet. Aldus is niet met voldoende precisie aangegeven op w
Profijtontneming. Stukken van het geding in het ongerede geraakt. In cassatie moet het ervoor worden gehouden dat het dossier niet meer beschikbaar zal komen. Aangezien de bestreden uitspraak in cassatie niet kan worden getoetst, kan deze niet in stand blijven. HR doet de zaak om
Art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. Het middel betreft “de verweren” die ter terechtzitting in appèl zijn gevoerd. Daarbij is niet nader aangeduid op welke verweren de klacht ziet. Aldus is niet met voldoende precisie aangegeven op welke met ar
Reikwijdte art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. Het middel betreft “de verweren” die ter terechtzitting in appèl zijn gevoerd. Daarbij is niet nader aangeduid op welke verweren de klacht ziet. Aldus is niet met voldoende precisie aangegeven op w
Reikwijdte art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. Het middel betreft “de verweren” die ter terechtzitting in appèl zijn gevoerd. Daarbij is niet nader aangeduid op welke verweren de klacht ziet. Aldus is niet met voldoende precisie aangegeven op w
Una via-beginsel. De opvatting dat art. 69a AWR zo moet worden uitgelegd dat elke bestuurlijke boete, of het nu om een verzuimboete of een vergrijpboete gaat, aan latere strafvervolging ter zake in de weg zou staan, is, gelet op de duidelijke bewoordingen van de wettelijke regeli
-
Langdurig seksueel misbruik van 8-jarige/15-jarige dochter door vader (Filipijnse nationaliteit) in Dubai en [plaats], art. 244 (oud), 245 (oud) en 247 (oud) jo. 248.2 (oud) Sr. Rechtsmacht, art. 7 (oud) en 86b Sr. Rijst uit stukken ernstig en rechtstreeks vermoeden dat OM n-o is
Conclusie AG. Seksueel misbruik van minderjarige dochter in Dubai en [plaats]. 1. Rechtsmacht voor feiten die in Dubai zijn gepleegd. AG maakt algemene opmerkingen over extraterritoriale rechtsmacht voor zedenmisdrijven en de mogelijkheid van terugwerking van het ingezetenschap (
Conclusie AG. Laatste woord, art. 283.6 jo. 283.3 Sv. Het hof heeft met toepassing van art. 283.6 Sv zonder onderzoek van de zaak het vonnis van de Rb waarbij de dgv nietig is verklaard bevestigd. Uit het p-v van de tz. in hoger beroep blijkt niet dat aan de verdachte het recht i