Tijdig wrakingsverzoek vóór einduitspraak? Een verzoek tot wraking van de zittingsrechters kan worden gedaan totdat uitspraak is gedaan. Een na de sluiting van het onderzoek schriftelijk ingediend wrakingsverzoek is tijdig gedaan indien het voorafgaande aan de uitspraak bij het g
Wetboek van Strafvordering
Art. 345 Sv
Genoemd in 54 uitspraken · Officiële wettekst
54 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Art. 345 Sv. Uitstel formele sluiting van het o.t.t.z. met i.c. 1 mnd. Noch art. 345 Sv noch enige andere rechtsregel verzet zich ertegen dat na afloop van het o.t.t.z het onderzoek op een nadere t.z. gesloten wordt verklaard.
Recht op laatste woord, art. 311.4 Sv. HR herhaalt toepasselijke overweging uit HR LJN BN0011. Indien verdachte het laatste woord reeds heeft gehad en op de nadere terechtzitting geen nieuwe onderzoekshandelingen zijn verricht, behoeft hem het laatste woord niet opnieuw te worden
1. Art. 423.1 Sv, verzoek terugwijzing zaak naar de rb. 2. Voorwetenschap i.d.z.v. art. 46.2 Wte 1995. 3. Bewijsklacht. 4. Toepassen gunstiger bepalingen i.d.z.v. art. 1.2 Sr na wetswijziging van de artt. 46 en 46a Wte van 1 oktober 1995. 5. Strafoplegging. Ad 1. De HR herhaalt r
Belaging ex-partner en kinderen, meermalen gepleegd (art. 285b.1 Sr) en handelen in strijd met gedragsaanwijzing (art. 184a.1 Sr). Wrakingsverzoek na sluiting onderzoek ttz. maar voor einduitspraak, art. 512 en 513 Sv. Had hof einduitspraak mogen doen, nu verdachte na sluiting va
Met geweld verzetten tegen aanhouding, waardoor politieambtenaar gebroken vinger heeft opgelopen (wederspannigheid met lichamelijk letsel tot gevolg, art. 180 jo 181.1 Sr). Uitspraak is niet binnen 14 dagen na sluiting onderzoek gedaan, art. 345.3 en 345.4 Sv. Onderzoek ttz. is o
Vordering AG tot cassatie in het belang der wet. De vordering richt zich tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 23 mei 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:1986. Centraal in de vordering staat de functie die tegenwoordig aan art. 36 Sv moet worden toegekend. Het artikel v
Medeplegen gekwalificeerde diefstal. Strafmotivering. Middelen over motivering “aanstonds” uitspraak doen, uos t.a.v. art. 22b Sr (taakstrafverbod) en begrijpelijkheid strafmotivering. HR: art. 81.1 RO. CAG maakt ambtshalve opmerkingen over de eisen die gelden voor een schrifteli
Conclusie AG. Meermalen poging tot doodslag in het verkeer. Bijna frontale botsing met motoragent en flankaanrijding met achtervolgende politieauto. Middelen over voorwaardelijk opzet, m.n. het welbewust aanvaarden van het gevolg en de aanmerkelijke kans op overlijden. Conclusie
Wrakingsverzoek tijdens het uitspreken van arrest: kennelijk niet-ontvankelijk.
Tussenarrest. Laatste woord, art. 311.4 Sv. Uit de p-v’s ttz. in h.b. en de gedingstukken blijkt dat (a) ttz. van 23-05-16 verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken en het onderzoek is onderbroken tot de tz. van 24-05-16 waar de formele sluiting zou plaatsvinden, (b) t
Klimop-zaak. Redelijke termijn. Art. 6 EVRM. ’s Hofs oordeel dat “de duur van de strafprocedure in eerste aanleg en hoger beroep onwenselijk, maar niet onredelijk” is, is niet onbegrijpelijk en behoefde geen andere motivering. De omstandigheid dat in e.a. de behandeling van de za
Conclusie AG. 1. Had hof einduitspraak mogen doen nu verdachte na sluiting van het onderzoek, maar vóór einduitspraak een wrakingsverzoek had ingediend? (Vgl. HR 13 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ9926) 2. Afwijzing verzoek tot horen deskundige. 3. Overschrijding inzendtermijn. Con
Conclusie AG. Twee middelen. M1 bevat twee deelklachten. In deelklacht 1 wordt geklaagd over het onderbreken van een MK-zitting voor een latere sluiting ivm een a.s. vakantieperiode en in deelklacht 2 over het enkelvoudig sluiten van de zitting. De eerste deelklacht faalt, de twe
Conclusie AG. Art. 345.1 Sv. Aanstonds mondeling uitspraak doen waarbij in het eindvonnis of arrest voor de motivering van de uitspraak wordt verwezen naar het p-v van de tz waarop de uitspraak is gedaan. Toegestane werkwijze? Het schriftelijke vonnis of arrest dat moet worden op
Conclusie AG. Art. 22c, 57 en 63 Sr. Middel 2: maximale duur taakstraf bij meerdaadse samenloop. Middel vraagt om herijking HR:2006:AY8324 en klaagt dat maximale duur taakstraf is overschreden, doordat met inachtneming van taakstraf in samenhangende zaak meer dan 240 uren taakstr
Conclusie AG. Caribische zaak. Vuurgevecht bij Club Spoonz te Curaçao in de nacht van 24 op 25 januari 2018. Middelen over 1. de bewijsvoering van het medeplegen van het dodelijk schot dat door een ander is gelost; 2. verwerping van het beroep op noodweer(exces) en 3. het deelnem
Bopz, procesrecht. Machtiging voortzetting inbewaringstelling. Doorbreking rechtsmiddelverbod van art. 29 lid 5 Wet Bopz, essentiële waarborg? Mondelinge uitspraak ter zitting; strijd met art. 30p Rv? HR 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:650.
BOPZ-zaak; verzoek om ontslag uit ziekenhuis. De wet heeft overschrijding door de rechtbank van de beslistermijn van drie weken (art. 49 lid 9 jo. art. 9 lid 1 Wet BOPZ) niet uitdrukkelijk met nietigheid van de beslissing bedreigd. Geen sprake van schending van een zodanig essent
Deze zaak betreft een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel). Deze vordering wordt afgewezen. Eerder is de proeftijd verlengd en is als bijzondere voorwaarde opnam
Recht op laatste woord, art. 311.4 Sv. HR herhaalt toepasselijke overweging uit HR LJN BN0011. Indien verdachte het laatste woord reeds heeft gehad en op de nadere terechtzitting geen nieuwe onderzoekshandelingen zijn verricht, behoeft hem het laatste woord niet opnieuw te worden
Conclusie A-G. Gewoontewitwassen en meermalen medeplegen van uitvoer, verkopen, afleveren en vervoeren van harddrugs. Slagende klachten over (i) bewezen verklaarde gewoontewitwassen, (ii) onttrekking aan het verkeer en (iii) schending inzendtermijn. Falende klachten over (a) sche
Conclusie AG. Diefstal in vereniging met braak. Het eerste middel bevat een bewijsklacht. Het tweede middel bevat de klacht dat het arrest in strijd met art. 5 lid 2 jo. art. 6 lid 2 Wet RO niet is gewezen door drie rechterlijke ambtenaren “van wie een als voorzitter optreedt" en
Het hof veroordeelt de verdachte voor het aanranden van drie slachtoffers en twee pogingen tot aanranding van twee andere slachtoffers, waarbij verdachte één van de slachtoffers ook zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht en heeft geprobeerd haar wederrechtelijk van haar vrijh
Conclusie AG. Verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn beroep onder zich heeft, meermalen gepleegd, art. 322 Sr. 1 Klacht dat onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep niet gesloten is verklaard. 2. Klachten m.b.t. bewijsvoering. 3. Klacht inzake motive