Conclusie AG. Art. 345.1 Sv. Aanstonds mondeling uitspraak doen waarbij in het eindvonnis of arrest voor de motivering van de uitspraak wordt verwezen naar het p-v van de tz waarop de uitspraak is gedaan. Toegestane werkwijze? Het schriftelijke vonnis of arrest dat moet worden op
Wetboek van Strafvordering
Art. 345 Sv
Genoemd in 54 uitspraken · Officiële wettekst
54 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Groot aantal winkeldiefstallen, art. 310 Sr. ISD-maatregel opgelegd. Heeft hof gehandeld in strijd met beginselen van behoorlijke procesorde, nu voorzitter hof ná laatste woord van verdachte maar vóór sluiting onderzoek ttz. heeft geweigerd raadsman in de gelegenheid te stellen o
Conclusie AG. Heeft hof in strijd met beginselen van behoorlijke procesorde gehandeld door de advocaat van de verdachte geen gelegenheid meer te geven tot het doen van een verzoek met betrekking tot de voorlopige hechtenis nadat het laatste woord aan de verdachte al was gegeven?
Conclusie AG. Medeplegen afpersing voormalig lid motorclub No Surrender. 1. Klachten over afwijzing getuigenverzoeken en gebruik van getuigenverklaring en Whatsappgesprekken voor het bewijs. 2. Klachten over verwerping verweer dat schendingen Aanwijzing auditief en audiovisueel r
Conclusie AG. Uitspraak rechtbank na veertiende dag. Klacht over niet terugwijzen zaak door hof. AG is van mening dat klacht faalt nu art. 345.4 Sv is gericht aan de rechter die de zaak onder zich heeft. Conclusie strekt tot verwerping.
Wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk. Wrakingsverzoek tijdens uitspreken arrest is tardief: op dat moment niet langer sprake van ‘rechters die een zaak behandelen’ in de zin van artikel 512 Sv.
Verdachte n-o in h.b. nu OvJ en verdachte afstand hebben gedaan van het instellen van rechtsmiddelen bij de Pr. Middelen over het ontbreken van de zittingsaantekeningen van de griffier bij afwezigheid van een p-v van de ttz van de Pr, de afwijzing van het verzoek een meegebrachte
Conclusie AG. Medeplegen doodslag door om hoofd en nek van het slachtoffer een afgesloten plastic zak en een tuinslang te plaatsen. Door hof is vastgesteld dat het slachtoffer in aanwezigheid van enkel de verdachte en de medeverdachte is overleden. Niet is vast komen te staan wie
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het organiseren van vier hondengevechten, het aanwezig zijn bij zes hondengevechten en dierenmishandeling. Verder heeft hij honden gefokt op vechtkenmerken en bedrijfsmatig honden gehouden zonder te voldoen aan de benodigde vereisten. Ook
Conclusie AG. Art. 345 Sv. Hof heeft niet binnen veertien dagen na de sluiting van het onderzoek uitspraak gedaan en heeft het onderzoek evenmin heropend. De conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.
Procesrecht. Betekenis van art. 30p Rv; exclusieve regeling van de mondelinge uitspraak? Diverse regels voor mondelinge uitspraken.
Getuigenverzoek. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2014:1496. Het antwoord op de vraag of het Hof op het verzoek X als getuige te horen een beslissing heeft gegeven, kan in het midden blijven. Uit de pv’s van de tz. blijkt niet dat door of namens verdachte aan de
Profijtontneming. N-o verklaring betrokkene in h.b. Art. 511e.1 en 2 (oud) Sv. Nu in cassatie ervan moet worden uitgegaan dat een p-v van de tz. van de Rb. niet is opgemaakt kan niet worden vastgesteld of de dag van de uitspraak op die tz. is bekendgemaakt. Het p-v van de tz. is
Art. 8:73 Awb. Vergoeding van immateriële schade bij overschrijding van de redelijke termijn in belastinggeschillen.
Art. 8:73 Awb. Een verzoek om vergoeding van immateriële schade bij overschrijding van de redelijke termijn in belastinggeschillen bij het Hof kan niet voor het eerst in cassatie worden gedaan.
Verjaring. Schadevergoeding na mishandeling. Twee conclusie regel.
Art. 363 Sr. Ambtelijke omkoping. Bouwfraude. HR: Art. 81 RO.
Aanzegging getuige om op de nadere t.z. weer aanwezig te zijn. Het verzoek van de rm is een verzoek a.b.i. art. 319.3 jo. 331.2 jo. 415 Sv. Het Hof had dienen te bepalen dat de aanwezigheid van de getuige bij de nadere behandeling wordt vereist, tenzij het van oordeel is dat door
Art. 345 Sv. Uitstel formele sluiting van het o.t.t.z. met i.c. 1 mnd. Noch art. 345 Sv noch enige andere rechtsregel verzet zich ertegen dat na afloop van het o.t.t.z het onderzoek op een nadere t.z. gesloten wordt verklaard.
Niet-ontvankelijkheid hb. Profijtontneming. Het verkorte pv van de ttz. in e.a. is in strijd met art. 327 Sv jo. art. 511d Sv niet ondertekend. Daardoor mist het pv rechtskracht. Dit brengt mee dat het Hof aan dit pv niet kon ontlenen dat de Pr na sluiting van het onderzoek aan d
Bewijsklacht. Geklaagd wordt dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte een hem onbekende koffer en tas in de schuur en op de zolder heeft gezien en dat hij daarin niet heeft gekeken, en dat het Hof in zijn overweging niet met voldoende mate van nauwkeurighe
Conclusie AG o.m. over het onderbreken van de zitting voor alleen nog het laatste woord. HR: 81 RO.
1. Art. 423.1 Sv, verzoek terugwijzing zaak naar de rb. 2. Voorwetenschap i.d.z.v. art. 46.2 Wte 1995. 3. Bewijsklacht. 4. Toepassen gunstiger bepalingen i.d.z.v. art. 1.2 Sr na wetswijziging van de artt. 46 en 46a Wte van 1 oktober 1995. 5. Strafoplegging. Ad 1. De HR herhaalt r
Het hof heeft feitelijk vastgesteld dat de PR geen einduitspraak heeft gegeven t.a.v. het onder 3 tenlastegelegde feit. O.g.v. die vaststelling heeft het hof vervolgens terecht beslist dat het appel van verdachte zich niet kon uitstrekken tot dit feit.
Het hof heeft feitelijk vastgesteld dat de PR geen einduitspraak heeft gegeven t.a.v. het onder 3 tenlastegelegde feit. O.g.v. die vaststelling heeft het hof vervolgens terecht beslist dat het appel van verdachte zich niet kon uitstrekken tot dit feit.