Terrorisme-zaak. 1. Algemene overwegingen omtrent verhouding BVD-onderzoek en strafrechtelijk onderzoek; mate van controle strafrechter van BVD-onderzoek en toetsing bruikbaarheid in strafproces van door BVD vergaard materiaal. 2. Consequenties van onregelmatigheden in onderzoek
Wetboek van Strafvordering
Art. 344 Sv
Genoemd in 296 uitspraken · Officiële wettekst
296 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Tot bewijs gebezigd proces-verbaal houdende de verklaring van iemand wiens identiteit niet blijkt. 1) Aan art. 344.3.b Sv is voldaan als de wens die persoon te ondervragen naderhand is ingetrokken. 2) 's Hofs arrest houdt in strijd met art. 360.1 Sv geen uitdrukkelijk oordeel ove
-
Terrorisme-zaak. 1. Algemene overwegingen omtrent verhouding BVD-onderzoek en strafrechtelijk onderzoek; mate van controle strafrechter van BVD-onderzoek en toetsing bruikbaarheid in strafproces van door BVD vergaard materiaal. 2. Consequenties van onregelmatigheden in onderzoek
De verdachte heeft welbewust deelgenomen aan een (internationale) criminele organisatie die onder andere tot oogmerk had het voorbereiden van het teweegbrengen van ontploffingen en moord of doodslag zoals bewezenverklaard. Terroristische activiteiten als door deze organisatie nag
Art. 8 EVRM gegarandeerde recht van de verdachte op respect voor diens privéleven een meer dan beperkte - en daardoor niet meer door art. 2 Politiewet en art. 141 Sv gelegitimeerde - inbreuk is gemaakt, beantwoord aan de hand van de frequentie, de duur, de plaatsen, de methoden,
Terrorisme-zaak. 1. Algemene overwegingen omtrent verhouding BVD-onderzoek en strafrechtelijk onderzoek; mate van controle strafrechter van BVD-onderzoek en toetsing bruikbaarheid in strafproces van door BVD vergaard materiaal. 2. Consequenties van onregelmatigheden in onderzoek
1. Anoniem telefoontje. 2. Te kennen geven wens tot ondervragen ex art. 344a.3.b Sv. Ad 1. Het als bewijsmiddel gebezigde politie-pv behelst telefonisch aan de politie verstrekte informatie afkomstig van een persoon die anoniem wilde blijven. Dat bewijsmiddel moet dan ook worden
1. ’s Hofs oordeel dat manipulatie van telefoongesprekken niet aannemelijk is geworden, is niet onbegrijpelijk. 2. ’s Hofs beoordeling van de bruikbaarheid van de vertalingen van telefoontaps geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. 3. De schri
-
Vrijspraak van het plegen van voorbereidingshandelingen ingevolge artikel 46 Sr. Veroordeling voor het voorhanden hebben van meerdere vuurwapens en een hoeveelheid munitie en het afleveren en voorhanden hebben van valse kentekenplaten. De rechtbank legt een gevangenisstraf van 20
Vrijspraak van het plegen van voorbereidingshandelingen ingevolge artikel 46 Sr. Veroordeling voor het voorhanden hebben van meerdere vuurwapens en een hoeveelheid munitie en het afleveren en voorhanden hebben van valse kentekenplaten. De rechtbank legt een gevangenisstraf van 20
Art. 344a.3 Sv. Schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. Het Hof heeft de bewezenverklaring mede gebaseerd op een p.v. houdende een verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. De verdediging heeft verzocht de desbetre
Verklaring getuige wiens identiteit niet blijkt. Ingevolge het ook in h.b. toepasselijke art 360.1 en art. 360.4 Sv behoort de rechter het gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt, a.b.i. art. 344a.3
Art. 190 Sv jo. 360 Sv. Betrouwbaarheid anonieme getuigenverklaring. HR herhaalt relevante overweging uit HR LJN AE1195 en LJN BF2082. I.c. is geen sprake van ‘een persoon wiens identiteit niet blijkt’ a.b.i. art. 344a.3 Sv. Kennelijk is de getuige gehoord door de r-c op de voet
Terrorisme-zaak. 1. Algemene overwegingen omtrent verhouding BVD-onderzoek en strafrechtelijk onderzoek; mate van controle strafrechter van BVD-onderzoek en toetsing bruikbaarheid in strafproces van door BVD vergaard materiaal. 2. Consequenties van onregelmatigheden in onderzoek
1. De in een p-v van opsporingsambtenaren neergelegde verklaring van X die verslag doet van hetgeen hem is verteld door een zekere "[betrokkene 1]", die de verdediging bij gebreke van enige aanduiding van zijn identiteit niet heeft kunnen ondervragen, is geen verklaring ex art. 3
Het Haagse hof is van oordeel dat informatie van BVD of AIVD heel goed de grondslag kan vormen voor de start van een strafrechtelijk onderzoek of het aanwenden van initiële opsporingsbevoegdheden zoals de aanhouding van verdachten en het doorzoeken van woningen, mits die informat
Pv eigen waarneming opsporingsambtenaar als enig bewijs. (a) Voorbedoeld pv dient te worden aangemerkt als getuigenverklaring ex art. 6 EVRM. (b) De verdachte heeft het recht de betreffende opsporingsambtenaar te (doen) ondervragen, zij het dat van hem daartoe het nodige initiati
1. Strafbare voorbereidingshandelingen ex art. 46 (oud) Sr. Het voorhanden hebben van een gezamenlijkheid van voorwerpen kennelijk bestemd tot het begaan van een misdrijf als bedoeld in art. 46 (oud) Sr. 2. Motiveringsplicht art. 360, eerste lid, Sv. Weergave in bewijsmiddelen va
1. ’s Hofs oordeel dat manipulatie van telefoongesprekken niet aannemelijk is geworden, is niet onbegrijpelijk. 2. ’s Hofs beoordeling van de bruikbaarheid van de vertalingen van telefoontaps geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. 3. De schri
1 juli 2003 Strafkamer nr. 02163/02 SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 18 september 2001, nummer 21/001025-01, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972, wo
1 juli 2003 Strafkamer nr. 02163/02 SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 18 september 2001, nummer 21/001025-01, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972, wo
1 april 2003 Strafkamer nr. 01736/02 P EdK/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 30 augustus 2001, nummer 21/000647-00, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste va
-