HR wijst overzichtsarrest inzake het oproepen en horen van getuigen t.tz. op verzoek van de verdediging in gewone strafzaken. Ic heeft het Hof het horen van de getuigen niet noodzakelijk geacht. Dat is een beslissing ex. art. 328 en 331.1 jo art. 315 Sv welke bepalingen op de voe
Wetboek van Strafvordering
Art. 331 Sv
Genoemd in 293 uitspraken · Officiële wettekst
293 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Belediging ambtenaar in functie, meermalen gepleegd (art. 267.2 jo. 266.1 Sr) en wederspannigheid (art. 180 Sr). Niet beslist op voorafgaand aan tz. per e-mail gedaan en ttz. herhaald aanhoudingsverzoek van gemachtigde raadsvrouwe op de grond dat verdachte is verhinderd omdat hij
1. Beperking voeren woord tot verdediging. Art. 311, lid 2, Sv. 2. Herhalen inhoud pleitnota eerste aanleg en het op voorhand toesturen van de pleitnota in hoger beroep. Ad 1. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR 23 maart 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9251, inhoudende dat de r
1. Verstek en afwezigheid raadsman. De schriftelijke kennisgeving cfm art. 39.1 Sv is een ordemaatregel en geen voorwaarde om als raadsman te kunnen optreden. Als uit een in het dossier aanwezig stuk kan blijken dat verdachte voor die aanleg voorzien is van een raadsman, behoort
Conclusie AG. De zaak tegen [verdachte]. Vijf middelen die met voornamelijk motiveringsklachten opkomen tegen het bewijs van 1 subsidiair, doodslag, 2 subsidiair, ontucht, en 3 primair, wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer]. Hoewel het oordeel dat [slachtoffer] is
Beslissing op (voor de terechtzitting ontvangen) aanhoudingsverzoek ex art. 278.3 Sv van verdachte of gemachtigde raadsman. Uit de art. 278.3 en 4, 329, 330 en 331.1 Sv volgt dat op een verzoek van verdachte ex art. 278.3 Sv ter terechtzitting moet worden beslist, nadat het OM om
-
Puttense moordzaak II. 1. Verwerping verweer. 2. Salduz. 3. Herhaald verzoek horen deskundigen. 4. Samenloop. Ad 1. Indien de aan het verweer en middel ten grondslag liggende stellingen dat de in 1994 in de DNA-databank opgenomen sporendragers volgens de destijds geldende regels
Afwijzing verzoek verdediging tot voeging van stukken bij het dossier. Het Hof heeft bij de afwijzing van het verzoek van de verdediging a.b.i. art. 328 jo art. 331 Sv om toepassing te geven aan art. 315 Sv, de juiste maatstaf gehanteerd (noodzaakcriterium). ’s Hofs afwijzing van
Jeugdzaak. Maatstaf (voorwaardelijk) verzoek tot het benoemen van een deskundige in zedenzaak. Art. 315.3, tweede volzin, Sv en art. 316 Sv. Het op de tz. in h.b. gedane verzoek van de verdediging tot het benoemen van een deskundige (een seksuoloog) is een verzoek a.b.i. art. 328
Verzuim te beslissen op voorwaardelijk gedane verzoeken. De (voorwaardelijke) verzoeken tot het horen van getuigen en tot het doen van nader onderzoek aan een aangetroffen fles olijfolie en aangetroffen scharen zijn verzoeken als voorzien in art. 331.1 Sv jo. art. 328 Sv, om toep
Uitlevering aan de VS. 1. Art. 26 UW. 2. Art. 3 EVRM. Ad 1. Niettegenstaande de huidige bewoordingen waarin het is gesteld moet worden aangenomen dat art. 26.1 UW er niet aan in de weg staat dat de rechtbank de oproeping van getuigen of deskundigen niet alleen kan gelasten met he
Conclusie AG. Profijtontneming. Middelen over o.m. een ter terechtzitting gedaan verzoek tot het houden van een schriftelijke conclusiewisseling en het toerekenen van op rekeningen van BV’s gestorte gelden aan de betrokkene.
-
-
Medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van verdovende middelen in een woning en medeplegen van het voorhanden hebben van versnijdingsmiddelen in een schuur. Aangezien de bewezenverklaring, v.zv. inhoudende dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen op
Profijtontneming, w.v.v. uit medeplichtigheid aan oplichting. Falende middelen m.b.t. 1. voordeel dat betrokkene daadwerkelijk heeft behaald, 2. afwijzing ttz. in h.b. gedaan voorwaardelijk getuigenverzoek, 3. rechtsgevolg overschrijding redelijke termijn in e.a. en h.b. HR: art.
1. Unus testis klacht. 2. Afwijzing door het Hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak teneinde onderzoek te doen naar de detentiegeschiktheid van verdachte. Ad 1: HR: art. 81.1 RO. Ad 2. HR: het betreft een verzoek a.b.i. art. 328 jo. art. 331 Sv om gebru
1. Verzoek om fotoconfrontatie, criterium. 2. Onrechtmatige aanhouding. Ad 1.Het Hof heeft de juiste maatstaf gehanteerd (noodzaak) en het oordeel is voorts toereikend gemotiveerd. Ad 2. De aan het Hof voorbehouden uitleg van het verweer, te weten dat het beroep op een vormverzui
Vuurwerkramp Enschede. 1. HR leest de bewezenverklaring en kwalificatie van feit 4 (toegesneden op art. 158.3 (oud) Sr) aldus verbeterd dat deze uitsluitend ziet op feitelijke leiding geven, nu de bewijsmiddelen niets inhouden omtrent het opdracht geven aan de bedoelde feiten. Ee
Aanhoudingsverzoek. Het Hof heeft bij de beoordeling van het verzoek de juiste maatstaf toegepast, maar het oordeel is evenwel niet zonder meer begrijpelijk. Gelet op de bijzondere omstandigheden had het Hof de afwijzing van het verzoek nader moeten motiveren.
Afwijzingen getuigenverzoeken. 1. Verzoek horen R-C ter toetsing van de aan NN-getuige verleende status van bedreigde getuige. 2. Verzoek horen R-C over betrouwbaarheid van de door de bedreigde getuige afgelegde verklaring. Ad 1. HR herhaalt maatstaf uit ECLI:NL:HR:1998:ZD1214, N
1. Horen getuigen en art. 6 EVRM. 2. Poging vrijheidsberoving. Ad 1. Het hof heeft het betoog van de raadsman niet opgevat als een getuigenverzoek ex art. 328 jo. 331.1 Sv. Dat is, mede in aanmerking genomen dat het hier gaat om uitlatingen van een rechtsgeleerd raadsman, niet on
Conclusie AG. Levenslange gevangenisstraf voor het medeplegen van drie moorden (art. 47 jo. 289 Sr), het medeplegen van voorbereiding van een moord (art. 46 jo. 289 Sr) en het deelnemen aan criminele organisatie (art. 140 Sr). Middelen over o.m. het (voorwaardelijk) opzet bij een
-