1. Getuigenverzoek. 2. Omvang cassatieberoep. Ad 1. Proces-verbaal noch arrest houdt een beslissing in op het verzoek a.b.i. art. 328 jo. 331 en 415 Sv. Dit verzuim heeft ingevolge art. 330 Sv nietigheid tot gevolg. Ad 2. Het cassatieberoep is mede gericht tegen feit 3, een overt
Wetboek van Strafvordering
Art. 330 Sv
Genoemd in 252 uitspraken · Officiële wettekst
252 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
1. Getuigenverzoek. 2. Omvang cassatieberoep. Ad 1. Proces-verbaal noch arrest houdt een beslissing in op het verzoek a.b.i. art. 328 jo. 331 en 415 Sv. Dit verzuim heeft ingevolge art. 330 Sv nietigheid tot gevolg. Ad 2. Het cassatieberoep is mede gericht tegen feit 3, een overt
Afwijzing verzoek. Het Hof heeft het verzoek tot het opvragen van het IND-dossier niet gemotiveerd zodat in cassatie niet kan worden beoordeeld of het Hof bij die afwijzing de juiste maatstaf heeft gehanteerd.
Verzoek bij appelschriftuur. De rechter is niet gehouden te beslissen op een bij appelschriftuur gedaan verzoek. Alleen een herhaald, ttz. gedaan verzoek noopt tot een beslissing. Geen rechtsregel verplichtte het Hof om te onderzoeken of en in hoeverre verdachte bij zijn in de ap
HR: 81 RO.
Geen beslissing op (voorwaardelijk) getuigenverzoek. De raadsman heeft een verzoek gedaan a.b.i. in art. 328 jo. art. 331 en art. 415 Sv en de aan het verzoek verbonden voorwaarde is vervuld, zodat een uitdrukkelijke beslissing op dit verzoek was vereist. Noch de p-v’s van de ter
Art. 7 WVW 1994, verlaten van de plek van een ongeval terwijl er schade was toegebracht aan een ander. Conclusie AG o.m. inhoudend dat de afwijzing van het verzoek om nadere onderzoeken en ’s Hofs kennelijke oordeel dat verdachte niet behoorlijk de gelegenheid heeft gegeven tot v
Overschrijding redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM.
1. Beslissing op verzoek nader onderzoek. 2. Art. 5.1.e EVRM en oplegging tbs zonder advies strekkende daartoe van een deskundige. Ad 1. De raadsman heeft t.t.z. in hb van 23-11-06 verzocht om nieuw psychiatrisch onderzoek, waarop het Hof heeft geoordeeld dat het dat verzoek “tha
Profijtontneming. Getuigenverzoek. Het verzoek is een verzoek a.b.i. art. 315 jo. art 328 Sv, zodat een uitdrukkelijke beslissing op dit verzoek was vereist. P-v noch arrest houdt een dergelijke beslissing in. Dat verzuim heeft ingevolge art. 330 jo. 511g en 415 Sv nietigheid tot
Het Hof heeft niet beslist op een verzoek van de verdediging tot het verrichten van nader onderzoek. Het Hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat het verzoek voorwaardelijk is gedaan, te weten voor het geval dat het Hof opzet in voorwaardelijke vorm bewezen zou a
Getuigenverzoek. Volgens de aan het pv van de tz. gehechte pleitaantekeningen is een verzoek ex art. 315 jo. 328 Sv gedaan, zodat een uitdrukkelijk beslissing op dit verzoek was vereist. Noch het pv van de tz. in appèl, noch het bestreden arrest houdt een beslissing in op dat ver
Volgens art. 342.2 Sr kan het bewijs dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van 1 getuige. Dat verdachte feit 5 heeft begaan kan uitsluitend volgen uit in pv’s van politie vervatte verklaringen van 1
Verzoek horen getuige. In de pleitnota wordt het Hof (voorwaardelijk) verzocht zijn beslissing, dat het horen van getuige X niet noodzakelijk is, te heroverwegen. HR: De door de raadsman genoemde voorwaarde waaronder het verzoek "te bepalen dat X in het belang van de waarheidsvin
Afwijzing getuigenverzoeken. 1. Maatstaf verzoek a.b.i. art. 287.3a Sv i.v.m. inwerkingtreding 418 Sv. 2. Verzoek horen via rechtshulpverzoek of rogatoire commissie. Ad 1. HR herhaalt dat o.g.v. art. 288.1c Sv de maatstaf van het verdedigingsbelang geldt voor een verzoek a.b.i. a
Verzoek horen van een getuige. Het hof heeft het verzoek van de verdediging kennelijk opgevat als een verzoek dat werd gedaan onder de voorwaarde dat het hof het desbetreffende p-v houdende de verklaring van de anonieme informant voor het bewijs zou willen bezigen. Dat oordeel is
Het verzoek van de raadsman om de uitwerking van het berichtenverkeer van de meldkamer te doen toevoegen aan het dossier is een verzoek waaromtrent de rechter ingevolge art. 330 Sv op straffe van nietigheid uitdrukkelijk een gemotiveerde beslissing moet geven. Een dergelijke besl
1. Ondervragingsrecht. 2. Afwijzing verzoek horen (anonieme) getuige, de bron van een eerder gehoorde CIE-informant. Ad 1. Vooropgesteld wordt dat ook indien zou moeten worden aangenomen dat de verdediging niet in enig stadium van het geding de gelegenheid heeft gehad een persoon
Motivering geldboete die is opgelegd in verband met financieel gewin uit bewezenverklaarde feiten. In aanmerking genomen dat noch de gedingstukken noch het verhandelde ter terechtzitting zowel in eerste aanleg als in appel iets inhouden omtrent de draagkracht van verdachte, behoe
1. Ondertekening pv door raadsheer bij ontstentenis vz. en griffier. 2. Art. 359.1 Sv vordering in uitspraak. 3. Strafmotivering, fraudebedrag en fiscaal pleitbaar standpunt. 4. Compensatie door voortvarende appèlbehandeling van overschrijding redelijke termijn in eerste aanleg.
Getuigenverzoek. Er is een verzoek ex art. 315 jo. 328 Sv en de aan het verzoek verbonden voorwaarde is vervuld, zodat een uitdrukkelijk beslissing op dit verzoek was vereist. Noch het pv van de terechtzitting in appèl, noch het bestreden arrest houdt een beslissing in op dat ver
Afbeelding van een seksuele gedraging ex art. 240b (oud) Sr. Art. 240b Sr strekt ertoe om kinderen te beschermen tegen seksuele exploitatie. Uit de wetsgeschiedenis omtrent het begrip “seksuele gedraging” volgt dat uitgangspunt daarbij dient te zijn of het gaat om een ge-draging
De omstandigheid dat een onderzoek ex art. 411a Sv is verzocht of ingesteld staat er niet aan in de weg dat de zaak ter terechtzitting in hoger beroep wordt behandeld. Door de aanvang van het onderzoek ter terechtzitting vervalt de bevoegdheid van de RC om (nader) onderzoek te ve
Ontoereikend gemotiveerde afwijzing getuigenverzoek. Het per brief van 5-1-04 aan de AG gedane getuigenverzoek voor de terechtzitting van 22-1-04 is een verzoek ex art. 287.3a (oud) jo. 415 Sv. Maatstaf voor de beoordeling van zo’n verzoek is ex art. 288.1c jo. 415 Sv of redelijk
Een beroep op vrijwillige terugtred is een verweer waarop de rechter ex art. 358.3 en 5 en 359.2 en 9 (oud) jo. 415 Sv op straffe van nietigheid uitdrukkelijk een gemotiveerde beslissing moet geven in het verkorte arrest. Nu dat arrest zodanige beslissing niet inhoudt, is het mid