HR wijst overzichtsarrest inzake het oproepen en horen van getuigen t.tz. op verzoek van de verdediging in gewone strafzaken. Ic heeft het Hof het horen van de getuigen niet noodzakelijk geacht. Dat is een beslissing ex. art. 328 en 331.1 jo art. 315 Sv welke bepalingen op de voe
Wetboek van Strafvordering
Art. 330 Sv
Genoemd in 252 uitspraken · Officiële wettekst
252 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Belediging ambtenaar in functie, meermalen gepleegd (art. 267.2 jo. 266.1 Sr) en wederspannigheid (art. 180 Sr). Niet beslist op voorafgaand aan tz. per e-mail gedaan en ttz. herhaald aanhoudingsverzoek van gemachtigde raadsvrouwe op de grond dat verdachte is verhinderd omdat hij
-
Conclusie AG's Spronken en Lindenbergh. Veroordeling wegens moord en stalking. Middelen verdachte over afwijzing contra-expertise, horen getuige-deskundige, voorbedachte raad en schending redelijke termijn. Middel benadeelde partijen over niet-ontvankelijkverklaring van vordering
Conclusie AG. Vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek als bedoeld in art. 359a Sv. De AG wijdt algemene beschouwingen aan het beoordelingskader ter zake van art. 359a Sv (zie ook ECLI:NL:PHR:2020:655). Ingegaan wordt onder meer op de grondslagen voor toepassing van art. 359a
Maatstaf verzoek tot het horen van een deskundige. Het verzoek tot het benoemen van een deskundige voor nader onderzoek naar de beeldherkenningen van verdachte is een verzoek a.b.i. art. 328 Sv i.v.m. art. 330 Sv om gebruik te maken van een in art. 316 Sv omschreven bevoegdheid.
Beslissing op (voor de terechtzitting ontvangen) aanhoudingsverzoek ex art. 278.3 Sv van verdachte of gemachtigde raadsman. Uit de art. 278.3 en 4, 329, 330 en 331.1 Sv volgt dat op een verzoek van verdachte ex art. 278.3 Sv ter terechtzitting moet worden beslist, nadat het OM om
Puttense moordzaak II. 1. Verwerping verweer. 2. Salduz. 3. Herhaald verzoek horen deskundigen. 4. Samenloop. Ad 1. Indien de aan het verweer en middel ten grondslag liggende stellingen dat de in 1994 in de DNA-databank opgenomen sporendragers volgens de destijds geldende regels
Beslissing tot afwijzing van een door de verdediging gedaan verzoek. Het Hof heeft het door de raadsman bij appelschriftuur en nadien ttz. herhaalde verzoek klaarblijkelijk opgevat - niet als een verzoek tot het doen oproepen van de getuige, maar - als een verzoek dat ertoe strek
Conclusie AG. Vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek als bedoeld in art. 359a Sv. De AG wijdt algemene beschouwingen aan het beoordelingskader ter zake van art. 359a Sv. Ingegaan wordt onder meer op de grondslagen voor toepassing van art. 359a Sv, de verhouding tussen de we
Afwijzing voorwaardelijk gedaan getuigenverzoek in de aanvulling i.p.v. in het verkorte arrest. De vraag rijst of een klacht in cassatie die ertoe strekt dat de enkele omstandigheid dat deze beslissing ten onrechte niet in het verkorte arrest, maar in de aanvulling is opgenomen,
Profijtontneming. Geen beslissing op herhaald getuigenverzoek, art. 330 Sv. Het ttz. in h.b. herhaalde verzoek van de raadsman tot het horen van getuigen, is een verzoek a.b.i. in art. 315 jo. art. 328 Sv, dat ex art. 415 Sv ook van toepassing is in h.b. Ex art. 330 Sv dient de r
-
Afwijzing getuigenverzoeken. In een geval waarin in de appelschriftuur a.b.i. art. 410.1 Sv, een opgave van een of meer getuigen of deskundigen wordt gedaan a.b.i. art. 410.3 Sv, dient de rechter, gelet op art. 418.1 Sv, de in art. 288.1.c. Sv voorziene maatstaf te hanteren. Een
Conclusie AG. Profijtontneming. Middelen over o.m. een ter terechtzitting gedaan verzoek tot het houden van een schriftelijke conclusiewisseling en het toerekenen van op rekeningen van BV’s gestorte gelden aan de betrokkene.
Artikelen 33, 33a, 36f, 45, 47, 57, 225, 326, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht Onderzoek Waterstof - Onroerend goed handelaar veroordeeld tot 6 jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor grootschalig gewoontewitwassen, hypotheekfraude, valsheid in geschrift, gebru
Verzoek tot het benoemen van een deskundige. Het verzoek tot het benoemen van een deskundige voor nader (gedrags)deskundig onderzoek naar de geestestoestand van verdachte t.t.v. het plegen van de tlgd. feiten, is een verzoek a.b.i. art. 328 Sv i.v.m. art. 330 Sv om gebruik te mak
Schipholbrand. 1. Wrakingsverzoek rechter-commissaris. 2. Afwijzing verzoek om deskundige te benoemen. Ad 1. Redelijke wetsuitleg brengt mee dat het verzoek tot wraking van een rechter-commissaris wordt behandeld en beslist door een meervoudige kamer van het hof. Het hof heeft zi
Vuurwerkramp Enschede. 1. HR leest de bewezenverklaring en kwalificatie van feit 4 (toegesneden op art. 158.3 (oud) Sr) aldus verbeterd dat deze uitsluitend ziet op feitelijke leiding geven, nu de bewijsmiddelen niets inhouden omtrent het opdracht geven aan de bedoelde feiten. Ee
De bewijsoverwegingen van het Hof houden o.m. in dat de verbalisanten verdachte hebben herkend na de camerabeelden te hebben bekeken. Hetgeen de raadsman ter betwisting van de herkenningen door de verbalisanten heeft aangevoerd kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als het v
Art. 330 Sv. Niet beslissen op (voorwaardelijk) getuigenverzoek. De handgeschreven aantekening in de pleitnota kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als behelzende het verzoek om X als getuige te horen indien diens eerder afgelegde verklaring voor het bewijs zou worden gebru
Afwijzing getuigenverzoeken. 1. Verzoek tot het horen van de zaaksofficier van justitie als getuige. 2. Geen beslissing op het verzoek de met de zaak belaste parketsecretaris te horen. Ad 1. Het verzoek tot het horen van de zaaksofficier van justitie als getuige heeft het Hof afg
Diefstal met geweld van fles drank uit winkel, art. 312.1 Sr. Vordering benadeelde partij (winkelmedewerker) tot vergoeding van immateriële schade. 1. Heeft hof in strijd met art. 330 Sv niet beslist op verzoek van verdediging om b.p. o.g.v. art. 361.3 Sv n-o te verklaren in zijn
Profijtontneming, w.v.v. (€ 959.722,39) uit oplichting. 1. Beroep op overschrijding redelijke termijn in feitelijke aanleg. 2. Heeft hof verzuimd te beslissen op verzoek tot verrichten van nader onderzoek? HR: art. 81.1 RO.
-